Bericht getagd ‘twitter_chat faciliteren’

  • Hoe kun je leerprocessen faciliteren met sociale media?

    Datum: 2011.05.10 | Categoriën: Faciliteren, social media, trainers | Antwoord: 23

    Dit is een blogpost geschreven in voorbereiding op de middag op 19 mei georganiseerd door het IAF over het inzetten van sociale media door facilitatoren. Deelnemers worden gevraagd dit alvast door te lezen en graag te reageren door een reactie te plaatsen onderaan deze blogpost. Dan weten we al wat van jullie interesses en kunnen we ons daar beter tegen wapenen ;)

    We komen steeds meer trainers en facilitators tegen die tot nu toe vooral face-to-face werken en nu wel meer gebruik willen gaan maken van van sociale media om ook online uit te wisselen, vanuit de gedachte dat het een waardevolle aanvullende ondersteuning kan zijn voor de kwaliteit van het leerproces. Er zijn verschillende manieren waarop je sociale media in kunt zetten. Een model dat 3 verschillende manieren onderscheidt en daarmee richting geeft aan de vraag hoe je sociale media kunt gebruiken in e-learningtrajecten is ontwikkeld door Jane Hart:



    Dit model zou je ook kunnen gebruiken om na te denken over de rol van sociale media in face-to-face leertrajecten.

    (1) Wrap-around model: sociale aspecten van leren worden toegevoegd als extra element om trainer- en peer support te organiseren. Een voorbeeld is gebruik van Yammer of Twitter zodat deelnemers ook tussen f2f bijeenkomsten door contact kunnen hebben en uit kunnen wisselen over praktijkervaringen en vraagstukken gerelateerd aan de inhoud van het leertraject.

    (2) Integrated model: sociale aspecten van leren zijn geïntegreerd met de inhoud. De primaire focus van het leertraject blijft de inhoud, maar sociale media zijn een integraal onderdeel van de cursus. Zo kun je gebruik maken van een online community omgeving (e.g. Ning of een LinkedIn groep) waarmee je het leertraject online begint, tussen bijeenkomsten door gebruikt om aan specifieke opdrachten te werken en na de laatste f2f bijeenkomst kan het dienen als basis voor online coaching.

    (3) Collaboration model: sociaal leren en samenwerken vormen de basis van het leertraject. De inhoud wordt gemaakt in co-creatie met de deelnemers. Bij dit model maak je wellicht gebruik van een combinatie van sociale media die elkaar in het gebruik goed aanvullen: deelnemers vormen een Yammer-netwerk voor onderling contact, gebruiken Scrumble om online te brainstormen, werken met google.docs of een wiki om inhoudelijke ideeen verder uit te werken en gebruiken een unieke hashtag in Delicious om een collectief internetgeheugen met elkaar op te bouwen. Dit lijkt meer op een leernetwerk. De inhoud komt vanuit de groep.

    Zoals je ziet nemen sociale media van wrap-around naar collaboration model een steeds centralere rol in. Jane Hart waarschuwt bij het eerste model dat je dit met zorgvuldigheid moet gebruiken. Je moet een goede reden hebben om social learning toe te voegen, anders is het heel moeilijk om een ‘wrap around model’ werkbaar te maken. De kracht van het tweede model zit in een goede integratie van online en f2f leren. Zo pleiten wij ervoor om al bij het ontwerp van een leertraject beide vormen van leren mee te nemen en even sterk te ontwerpen, in te richten en te plannen. Zodanig dat online en f2f leren elkaar versterken. Zoek naar de juiste verbinding tussen online en face-to-face leren om de kracht van verschillende media te benutten. In het derde model vormen sociale media de basis van het leertraject en wordt deelname

    Belangrijk om je te realiseren is ook dat de inzet van sociale media uitgaat van een ander perspectief op leren, gericht op co-creatie en openheid en hiermee makkelijk(-er?) aansluit bij een sociaal-constructivistische visie op leren waarbij uitgegaan wordt van zelfsturing door deelnemers en het belang van interactie en conversaties tussen deelnemers. Sociale media stimuleren netwerken, uitwisselen van ideeën en ervaringen, samenwerken en sluiten daarom goed aan bij deze visie. Dit maakt ook dat je rol als trainer anders is bij wrap-around en integrated model dan bij het community model. Bij dit derde model ben je eerder een ‘tutor as an equal member of the learning group’, je helpt bij het creeëren van een krachtige leeromgeving. Dit neemt niet weg dat je sociale media ook bij trajecten ontworpen vanuit een andere leervisie in kunt zetten. Een andere indeling die sterk lijkt deze indeling van Jane Hart is van Dave Wilkins. Hij onderscheidt het embedded model, wrapped model en community model. Zijn blogpost hierover is de moeite waard om eens te lezen. Het model van Jane Hart kan je helpen na te denken over de rol van sociale media in jouw eigen leertraject en het maken van keuzes daarin als facilitator, procesbegeleider of trainer. Hoe centraal staan sociale media en online conversaties?

    We zien een grote verscheidenheid aan leerinterventies waarbij sociale media een belangrijke rol kunnen spelen. We maken zelf een onderscheid tussen kleinschalige en grootschalige activiteiten en een verschil tussen eenmalige leerinterventies of langdurende trajecten om deze interventies in te delen. Bij een kort traject maak je andere afwegingen dan bij een langlopend traject of netwerk, zo kun je investeren in het leren werken met een wiki in een netwerk, maar zul je dit niet zo snel doen voor een eendaagse workshop. Hiermee komen we tot het volgende schema met een aantal mogelijke leerinterventies die je kunt faciliteren met behulp van sociale media. Op de horizontale as vind je helemaal links leeractiviteiten bedoeld voor een kleine groep deelnemers (e.g. een training met 12 personen), en rechts de grootschalige activiteiten (denk aan een conferentie met 80 mensen). Verticaal maken we onderscheid tussen eenmalige leeractiviteiten (een 1-daagse workshop, training of conferentie) en langer lopende leerprocessen, zoals een leertraject van een jaar of een leernetwerk.

    Het type leerinterventie heeft invloed op hoe je sociale media in gaan zetten, al kun je daarin nog heel creatief zijn en is er geen eenduidige handleiding voor te maken. Een aantal voorbeelden:

    • Online kennismaking: Je faciliteert een training over breinleren en je wilt deelnemers al vantevoren betrekken bij het onderwerp. Door een online onderzoekje, een blogpost met daarbij de vraag aan deelnemers om hun vragen en verwachtingen te delen of je nodigt deelnemers uit te twitteren over hun ervaringen ten aanzien van breinleren, gebruikmakend van een voor deze groep unieke hashtag.
    • Conferentie2.0: Je bent betrokken bij een grootschalig  congres over leidinggeven en wil social media gebruiken om gedurende het congres een soort ‘backchannel’ in te richten. Middels Twitter en een twitterfountain die gedurende de dag voor iedereen zichtbaar is. Ook maak je gedurende de dag een aantal filmpjes die je beschikbaar maakt voor de mensen die niet konden komen of niet bij die workshop konden zijn.
    • Online follow-up: Je gelooft sterk in het principe van herhaling om iets dat je nieuw hebt geleerd te laten beklijven. Deelnemers stuur je na afloop van de training nog regelmatig een smsje met daarin een vraag of reminder. Of je nodigt ze uit om op twitter in contact te blijven.
    • Web-conferenties: Je werkt binnen een multinational en je wilt graag iets organiseren over het onderwerp ‘projectmatig werken’. Er is geen budget om voor dit onderwerp een grote internationale conferentie te organiseren. In plaats daarvan besluit je een web-conferentie van 2 dagen te organiseren. Je begint en eindigt met een open chat sessie en organiseert gedurende de twee dagen verschillende workshops van 1-1,5 uur met gastsprekers van binnen en buiten de organisatie.
    • Online follow-up: Je faciliteert een workshop bij een kinderopvangorganisatie over het gebruik van sociale media in het contact met ouders. In de workshop maak je een start met Yammer, om zo de discussie voort te kunnen zetten na de sessie.
    • Hybride leertraject: Je werkt langere tijd met een groep projectmanagers en hebt een online leerplatform (Ning, Moodle, ELGG) ingericht om het leren tussen bijeenkomsten door ook te ondersteunen. Inhoudelijk experts kunnen hier een rol hebben, deelnemers werken online aan producten en geven elkaar feedback, er lopen discussies die gaan over toepassing van nieuwe informatie in eigen werkpraktijk.
    • E-coaching: Je hebt enige tijd met een groep trainees gewerkt en de f2f ontmoetingen zijn afgelopen. Elke trainee gaat weer naar zijn eigen werkplek en jij begeleidt ze middels e-coaching bij het toepassen van het geleerde in de praktijk. Hiertoe gebruik je Skype, email en google.docs.
    • Online leernetwerk: Je wilt mensen ondersteunen bij het leren schrijven van goede blogposts. Hiertoe heb je een online handboek geschreven waar deelnemers 31 dagen mee kunnen werken. Parallel daaraan heb je een community ingericht waar gebruikers van dit handboek elkaar kunnen ontmoeten, elkaar feedback geven op geschreven blogpost en tips krijgen van jou als trainer. Daarnaast stuur je ze elke maandag een lijst met inspirerende blogpost onderwerpen en de vraag om specifiek op 2 blogposts van andere deelnemers feedback te geven.
    • Blogkermis: Je wilt als organisatie het denken over het gebruik van sociale media door non-profit organisaties stimuleren terwijl de meeste contacten al wel een weblog hebben. Je nodigt ze uit iedere maand over een inspirerende vraag te bloggen en maakt de resultaten beschikbaar via Twitter en je eigen weblog.
    • Online community: Over de hele wereld zijn beleidsmakers, onderzoekers en praktijkmensen bezig met een nieuwe benadering voor bosregeneratie. Je gebruikt Ning en Twitter om een online community te laten uitwisselen om zo innovatie te stimuleren, maar ook stuur je iemand naar een conferentie om daarover te bloggen. Zo maak je de informatie uit de conferentie toegankelijk voor de online community.

    Zo, dat staat er.  Het helpt ons om ons voor te bereiden en alvast zin te krijgen in de workshop. We hopen dat we jullie hier alvast mee aan het denken zetten, en dat we er 19 mei verder over door kunnen praten. Voor nu zijn we wel benieuwd naar jullie verwachtingen voor 19 mei. Heb je een traject waarbij je het gevoel hebt dat sociale media daarin van toegevoegde waarde zou kunnen zijn? Helpen deze schema’s en voorbeelden om hierover na te denken? Welke vragen zou je 19 mei in ieder geval beantwoord willen zien?

  • Faciliteren van een Twitterchatsessie

    Datum: 2010.03.09 | Categoriën: Faciliteren, Interviews | Antwoord: 2

    Ik heb nu aan drie Twitterchatsessies meegedaan. De eerste was ik te laat, ik kwam tegen het einde ‘aanzetten’. De tweede kon ik echt niet volgen, al de losse berichtjes. Ik ben afgehaakt. Driemaal is scheepsrecht en de derde keer was het wel grappig. Het was de chatsessie die Catharinus Doornbos, Trainer bij Station-to-Station en initiatiefnemer van Discussie Dinsdag elke dinsdag tussen 12 en 2 organiseert over ICT en onderwijs. Ik had wel het gevoel dat je vooral met de facilitator praat en minder als groep. Ik heb Rinus geïnterviewd over zijn manier van faciliteren van een twitterchat

    Waarom ben je begonnen met het faciliteren van Twitterchats?

    Het begon met een filmpje, dat ik tegenkwam, over Teacher Tuesday in de VS. Leerkrachten, die discussieerden via Twitter. Door een hashtag (#) te gebruiken in alle tweets, was de discussie voor iedereen te volgen. In deze discussies kwam ik geweldige ideeën tegen en heel veel handige websites met tal van bronnen en tools voor het onderwijs. Ik schreef er een artikel over op het Edublog van Netwijs, de onderwijsafdeling van Station-to-Station. Ik sloot gekscherend af met de opmerking, dat we in Nederland wel een Discussie Dinsdag zouden kunnen beginnen. Daarop kreeg ik enkele reacties binnen. Omdat we het bij ons op de afdeling juist hadden gehad over innovaties op het gebied van onderwijs en ICT en daar meer aandacht aan wilden besteden, heb ik mijn collega’s opgeroepen mijn idee te steunen.

    Hoe heb je het aangepakt om discussiedinsdag te starten?

    Vervolgens heb ik een startdatum en tijdstip gekozen en ben die bijna elke dag via Twitter gaan communiceren met de te gebruiken hashtag #netwijs. Dat leverde nieuwe reacties op. Het aantal actieve deelnemers groeit langzaam. Het aantal volgers ongetwijfeld ook. Dat meet ik af aan de reacties achteraf en de toename van persoonlijke volgers tijdens de discussie. Vooralsnog zijn de deelnemers vooral mensen, die zich op de één of andere manier als professional bezighouden met onderwijs en ICT, maar niet meer zelf voor de klas staan. Nog weinig leerkrachten. Misschien door het tijdstip, misschien door onbekendheid.

    Hoe faciliteer je de chat zelf tussen 12 en 2 uur?

    Als discussieleider start ik de discussie met een vraag of stelling. Vervolgens probeer ik door te vragen op reacties van deelnemers of breng juist een tegengestelde vraag of mening in. Wat dat betreft is het niet anders dan een face-to-face-discussie leiden. De extra handicap is, dat je maar 140 karakters kunt gebruiken in je tweet of eigenlijk nog minder omdat je ook de hashtag en dergelijke moet gebruiken. Je moet dus heel erg to-the-point zijn. Voordeel is wel, dat je geen andere prikkels hebt, zoals gezichtsuitdrukkingen, gebaren of mensen die door elkaar praten. Iedereen komt nu gelijkwaardig aan het woord en je bent vrij om te reageren op wie je wilt. Ik zorg ook, dat ik ingelezen ben in het onderwerp en aantal leuke links paraat heb om tijdens dode momenten in de discussie te gooien. Ook tijdens de discussie ben ik regelmatig aan het zoeken op internet. Tijdens een gewone discussie heb je die gelegenheid niet. Nu kun je alles zo teruglezen wat je hebt gemist. Daarmee is het veel dynamischer.

    Ben je tevreden over de chats?

    Het resultaat tot nu toe is, dat ik mijn netwerk flink heb uitgebreid met mensen, die ik anders nooit ontmoet zou hebben! We delen kennis met elkaar over de muren van de school en het bedrijf heen en over de landsgrenzen heen. Daarnaast staat ons weblog veel meer in de belangstelling. Door de naam van onze afdeling als hashtag (#netwijs) te gebruiken, zorgen we voor naamsbekendheid en zetten we een imago neer, namelijk dat we kennis hebben van onderwijs, ICT en innovatie.

    Wil je een keer meedoen met discussie dinsdag? Kijk dan op deze pagina van discussiedinsdag op ga gewoon naar Twitter tussen 12 en 2 en volg de hashtag #netwijs.

    Reblog this post [with Zemanta]

Abonneer je op de blogposts

Via e-mail. Vul je e-mailadres in:

Door FeedBurner

Maandelijkse nieuwsbrief

Maak kennis met ons

Pagina’s op deze website

Over onze samenwerking

Meest recente berichten

Recente reacties

Onderwerpen

Archief van blogposts