Bericht getagd ‘onlineplatform’
-
De online versus de face-to-face facilitator
Als je een effectieve facilitator in face-to-face bijeenkomsten bent, betekent het ook dat je een goede online facilitator bent? Online facilitatie vereist een andere manier van denken, handelen en communicatie. Je mist de gezichtsuitdrukkingen. Lichaamstaal en non-verbale interacties tussen mensen zijn afwezig. De online facilitator kijkt vanuit een ander perspectief naar groepsparticipatie. ‘Door het lezen van zinnen en opmerkingen in discussies, heb je een zesde zintuig ontwikkeld om emoties van deelnemers te herkennen’, vertelt Sibrenne Wagenaar. ‘Als er iets cruciaals speelt, probeer je op het juiste moment door te vragen’.
De ‘Facilitator en sociale media‘ was het centrale thema van een workshop, die werd georganiseerd door de International Association of Facilitators – Benelux op 19 mei 2011 in Seats2Meat te Utrecht. De twee auteurs van het boek ‘En_Nu_Online‘, Sibrenne Wagenaar en Joitske Hulsebosch deelden hun ervaringen over hoe de hedendaagse facilitator sociale media kan integreren in (leer)processen. ‘Hoe de rol van de online facilitator in te vullen?’ was een van de belangrijkste onderwerpen tijdens deze workshop.
Zie video: Foto impressies workshop ‘Facilitator en sociale media’
‘Vijftig procent van een online facilitators’ communicatie is buiten een virtuele discussie ‘, zegt Sibrenne Wagenaar. ‘Wanneer een online discussie plaats vindt, heeft de facilitator regelmatig contact met individuele deelnemers. Bijvoorbeeld: Je hebt een chat gesprek via de skype, hoe het met iemand gaat, als hij net is teruggekomen van een twee weekse reis en stil in een discussie is geweest. Of je benadert iemand op zijn expertise, als je weet dat hij in de afgelopen week een interessante workshop heeft bijgewoond en enthousiast is of hij daar informatie over wil delen. Een online facilitator is voortdurend bezig individuen uit de groep te betrekken en te activeren om daarmee het groepsproces te optimaliseren.’

‘Een online facilitator is de sleutel persoon die het proces gaande houdt’, vertelt Joitske Hulsebosch. ‘Hij moet niet alleen weten over groepsdynamiek, maar ook kennis en vaardigheden hebben met sociale media. De literatuur (Jane Hart) onderscheidt drie modellen over hoe social media in leertrajecten kunnen worden ingepast’;
1. Wrap Around Model; Bij deze wordt sociale media gebruikt voor, tussen en na de face-to-face bijeenkomsten. Bijvoorbeeld er wordt een gezamenlijk blog gebruikt voor het verzamelen van de verwachtingen voor een workshop of deelnemers introduceren zich aan elkaar.
2. Geïntegreerd model: De primaire focus van het leerproces is de inhoud. Een online community platform functioneert als een ontmoetingsplaats, waar informatie, bronmateriaal en discussies worden gedeeld. Tussen de face-to-face bijeenkomsten en online discussies, maken mensen gebruik van het platform voor het doen van specifieke taken en opdrachten. Toepassingen zoals Blackboard, Moodle of wiki platforms worden regelmatig gebruikt bij een dergelijk model.
3. Samenwerking model: Sociaal leren en samenwerking vormen de basis van dit leerproces. Inhoud en nieuwe kennis wordt gecreëerd door de deelnemers. Brainstormen, co-creatie en intensieve samenwerking karakteriseren de groepssamenwerking. Gereedschappen zoals Google doc’s, wiki, discussiegroepen en skype worden toegepast in dit model.

‘Het faciliteren van een online discussiegroep duurt gemiddeld een halve dag per week’, zegt Joitske Hulsebosch.
Andere rollen van een online facilitator zijn:
• Discussies samenvatten
• Deelnemers om regelmatig feedback over het verloop van het proces te vragen (monitoring & evaluatie)
• Deelnemers helpen bij de voorbereiding van de belangrijke vragen, onderwerpen of case studies en opzetten van het (online) proces
• Begeleiding van de opzet van de organisatie en creatie van eigenaarschap in de groep
• Creëren van een veilige sfeer door het handhaven van de gedragsregels
• Bewaken van het ritme en de tijdspanne van de discussies
• Sfeer en energie in de groep houden door het prikkelen van fun en energizers
• Zorg dragen dat de technische functionaliteiten werken en dat aan de randvoorwaarden zijn voldaan.‘Natuurlijk zijn er veel overeenkomsten met een face-to-face facilitator‘, zegt Joitske Hulsebosch. ‘Uiteindelijk gaat het om het opbouwen van relaties en vertrouwen! ‘
Meer informatie over de publicatie ‘En_Nu_Online‘ kun je lezen het blog van Simon Koolwijk. Meer over Joitske’s en Sibrenne’s diensten over online faciliteren kun je lezen op ‘Online Faciliteren en Meer’.
IAF-Benelux organiseert haar jaarlijkse conferentie op 23 september 2011 in Kontakt der Kontinenten te Soesterberg. Het hoofdthema van de conferentie is ‘Faciliteren ALS {2e} Beroep. Mensen kunnen zich registreren via de website van IAF-Benelux en ‘Faciliteren als {2e} Beroep‘.
-
Tot zover gratis
Ning, één van de grootste community-platforms, heft zijn gratis accounts op In het vervolg moet iedereen die een netwerk via Ning wil oprichten of in stand houden, betalen.
Ook wij maken veelvuldig gebruik van Ning. Voor onze workshops, voor onze eigen netwerken en voor onze klanten. Het is, was dus, een goed uitgeruste dienst waar je snel en gratis een website kon inrichten gericht op het uitwisselen van groepen. Ning blijft, maar het gratis verdwijnt.
Veel Ning-gebruikers zijn nu op zoek naar alternatieven, hun sites aan het migreren en zijn, misschien wel voor het eerst geconfronteerd met de consequenties van ‘gratis’. Even voor de duidelijkheid, ik ben niet kritisch over de beslissing van Ning. Er staan mensen op de loonlijst, dus ze zullen op zoek moeten naar een bedrijfsmodel waarbij de balans links en rechts van de streep in evenwicht is. Ning geeft gebruikers de mogelijk hele sites te migreren, zodat ze elders verder kunnen als ze besluiten niet voor een account te betalen en voor sommige reeds betalende gebruikers wordt het zelfs goedkoper. Het is voor Ning een schiftingsmethode: welke klanten zijn bereid in ons te investeren, zodat we onze dienst voort kunnen zetten en verbeteren. De basiskosten liggen laag, dus groepen die hun community serieus nemen, zijn bereid die investering te doen. Anderen, die zichzelf ook serieus nemen, maar geen financiering hebben of kunnen vinden, gaan op zoek naar andere diensten waar het wel (nog) gratis is en de rest, de rest verdwijnt van het web. Het kaf van het koren wordt gescheiden.
Het zette me wel aan het denken. Achter de schermen zijn we aan het bedenken hoe we een community op kunnen zetten om het thema Online Faciliteren. In eerste instantie heb ik een Ning ingericht, maar waren door drukke werkzaamheden nog niet begonnen aan het trekken van de kar. Nu hebben we besloten niet online, maar eerst face-to-face een bijeenkomst te plannen en te zien wie op het thema blijft ‘plakken’. Een eerste stap naar meer mensen betrekken bij het onderwerp.
Tegelijkertijd zullen we binnenkort behoefte hebben aan een plek waar we online kunnen uitwisselen. Onderling en met anderen. Zijn we bereid te betalen voor de Ning? Ik heb in de bestaande Ning het uiterlijk aan kunnen passen aan de stijl van deze website. In het nieuwe betaalmodel van Ning moeten we daar minstens $20 per maand voor betalen. Is het dat ons waard? Voor iets waar we van tevoren nog niet weten of het ons gaat lukken? Stel dat we genoegen nemen met het instapmodel, $3 per maand. Als het ons lukt er een serieuze community van te maken, willen we er op een zeker moment ook een serieus platform bij. De kosten vertienvoudigen dan bij Ning zelf, van $20 per jaar naar $200. Voor een community waar kennis uitgewisseld wordt, geen geld. Het is geen wereldschokkend bedrag, maar er staan geen inkomsten tegenover. Wie investeert dan die $200? Ik denk dat veel communities bij Ning die vraag nu zullen stellen.
Voor ons is het goedkoper om over te schakelen naar een ‘host het jezelf’-scenario. We hebben een al een goede hoster en een domeinnaam, het enige wat we hoeven te doen is een open source-community platform te installeren en we kunnen los. Maar dat is weer meer werk. Installeren, leuk aankleden en de juiste functionaliteit erbij zoeken. Gelukkig heb ik de kennis om dit te doen, maar niet iedere groep heeft iemand die handig is met dit soort dingen. Wat doen die groepen dan? De boel inpakken en op zoek naar de volgende gratis dienst? Tot die ook weer opdoekt? Voor een online community is stabiliteit gedurende langere tijd wel wenselijk, anders haken mensen af. Ze weten de groep niet meer te vinden, worden moe van weer een nieuwe omgeving leren kennen terwijl ze eigenlijk het liefst alleen met de inhoud bezig zijn.
Als je van plan bent een online community te starten, neem dan een weloverwogen beslissing over het omarmen van gratis diensten online. Het is een laagdrempelige start, maar weet wat de consequenties kunnen zijn op de lange termijn. De meeste zekerheid krijg je door een platform op je eigen domein te installeren, dat vergt alleen wel dat je mensen binnen je groep hebt die weten hoe je het installeert en onderhoudt en daar ook bereid zijn tijd in te steken.
Maar ja, ook dan geldt: niets is voor de eeuwigheid
Abonneer je op de blogposts
Maandelijkse nieuwsbrief
Maak kennis met ons
Pagina’s op deze website
- Over ons
- Sociaal leren in organisaties: een strategie ontwikkelen in 8 stappen
- Video workshop
- Leergang
- Inspiratiesessies
- Webinars
- Gereedschap
- Maatwerk
- Workshops
- Contact
Over onze samenwerking
Meest recente berichten
- Yammer for internal knowledge sharing
- E-learning 2.0: Twitter, Youtube en Facebook als leerinstrument
- Social media als vliegwiel voor promotie van ‘Techniek’ als vak voor de toekomst!
Recente reacties
- Vergaderen? Alleen als er minder gepraat wordt! - Lifehacking op Hoe boei je de huidige leerling?
- Negen rollen van de facilitator; En nu online! « SPQR faciliteren op Zeven factoren voor een succesvolle online uitwisseling
- Het grote kleine onzichtbare (2) | En Nu Online op Het grote kleine onzichtbare (1)
