-
Op zoek naar cases over leren en organiseren met sociale media
We zijn een aantal keren bij elkaar gekomen met een groep professionals die geïntrigeerd zijn door leerprocessen en veranderingen met sociale media, zowel in organisaties, netwerken als in het onderwijs. Hier vind je de publieke twitter lijst. Het is nogal een informele en groeiende groep. Af en toe hebben we een ‘virtueel bezoek’ waarin een eigen case centraal staat. Het idee werd geboren hier meer mee te doen en de cases te verzamelen in een caseboek. 6 oktober gaan we in een dag een caseboek in elkaar draaien met 0 budget en daarna gratis beschikbaar maken.Welke cases vinden we waardevol om op te nemen in ons boek?
We willen een toolboek maken waar cases in zijn uitgewerkt die: (a) een leer- of veranderingsproces beschrijven en (b) waarin sociale media zijn gebruikt om deze processen te ondersteunen. Een case kan een klein of groot proces beschrijven. Een experimenteel, innovatief, gedegen, herhaald proces. Een case kan gaan over een formeel (curriculum-driven) leertraject waarin sociale media gebruikt wordt, een geheel open source traject dat alleen via sociale media is ingericht, of een community aanpak waarin informeel leren hoog in het vaandel staat. En hier zijn natuurlijk nog heel veel varianten op te bedenken!
Vraag aan jou – deadline 31 juli 2011
- Wil je misschien meedoen met het maken van het caseboek op 6 oktober? Dan moet je voor 6 oktober met iemand aan een casebeschrijving werken en de dag zelf mee doen. Je leert veel rondom leren en veranderen met sociale media en je naam komt natuurlijk in het caseboek.
- Heb je misschien een leuke case voor het caseboek? We kunnen ook een interview plannen om de case te beschrijven. Dit kost misschien een uurtje (of anderhalf).
In beide gevallen kun je een reactie achterlaten in het commentaar op deze blogpost of een mailtje sturen naar Joitske (joitske@gmail.com). Wij zijn benieuwd of we zo nog meer cases kunnen verzamelen!
-
De amfibie facilitator
In New York hebben we de duckboat genomen. Dit is een bus die zo het water inrijdt. Dan kun je door de stad rijden, maar krijgt ook een mooi uitzicht vanaf de boot (dit deden we natuurlijk voor de kinderen, zouden we zelf nooit doen zo’n toeristisch uitstapje
. Een amfibie voertuig wat het beste uit water en land haalt.Ik heb het wel eens over online faciliteren (en dit blog heet zelfs zo), maar ik heb het idee dat er maar weinig mensen zich online facilitator noemen. Beetje vreemde naam ook wel, als een soort potvis. Vaak als je online kunt faciliteren kun je ook face-to-face faciliteren, veel van de overwegingen en interventies zijn vergelijkbaar, net als de vaardigheden.
Een betere naam is wellicht de amfibie facilitator, die online en face-to-face kan faciliteren. De naam amfibie is afgeleid van het Griekse Amphi-bios, wat “dubbel-levend” betekent. Dit verwijst naar de levenswijze van amfibieën: ze kunnen zowel in het water als op het land overleven. Amfibieën zijn waarschijnlijk ontstaan uit vissen, die (zie de evolutie van de amfibie). Hieronder de ichthyostega, een overgangsvorm, later kwam er een grotere diversiteit in amfibieën, zoals kikkers en salamanders. Kieuwen werden longen, vinnen werden poten. Het is moeilijk te verklaren waarom, misschien minder water of minder voedsel in het water? Of waren het gewoon innovatie-beluste vissen?

Maar nu naar de facilitator/procesbegeleider. Een ambifie facilitator kan zowel online als face-to-face faciliteren. In de meeste gevallen zal hij/zij van face-to-face (water) naar online ontwikkelen (land). Een echte ambifie zoekt het beste in beide werelden. Moet kieuwen hebben (face-to-face communicatievaardigheden en werkvormen) maar ook longen (online handig met tools, gevoel voor verschillende media). En dan kiezen wat het beste is in een bepaalde situatie. De overgang van vis naar amfibie heeft tijd gekost, en dat zal bij de amfibie facilitator ook zo zijn..
Ben jij al amfibie of voel je je meer zo’n paars overgangsbeest?
-
De online versus de face-to-face facilitator
Als je een effectieve facilitator in face-to-face bijeenkomsten bent, betekent het ook dat je een goede online facilitator bent? Online facilitatie vereist een andere manier van denken, handelen en communicatie. Je mist de gezichtsuitdrukkingen. Lichaamstaal en non-verbale interacties tussen mensen zijn afwezig. De online facilitator kijkt vanuit een ander perspectief naar groepsparticipatie. ‘Door het lezen van zinnen en opmerkingen in discussies, heb je een zesde zintuig ontwikkeld om emoties van deelnemers te herkennen’, vertelt Sibrenne Wagenaar. ‘Als er iets cruciaals speelt, probeer je op het juiste moment door te vragen’.
De ‘Facilitator en sociale media‘ was het centrale thema van een workshop, die werd georganiseerd door de International Association of Facilitators – Benelux op 19 mei 2011 in Seats2Meat te Utrecht. De twee auteurs van het boek ‘En_Nu_Online‘, Sibrenne Wagenaar en Joitske Hulsebosch deelden hun ervaringen over hoe de hedendaagse facilitator sociale media kan integreren in (leer)processen. ‘Hoe de rol van de online facilitator in te vullen?’ was een van de belangrijkste onderwerpen tijdens deze workshop.
Zie video: Foto impressies workshop ‘Facilitator en sociale media’
‘Vijftig procent van een online facilitators’ communicatie is buiten een virtuele discussie ‘, zegt Sibrenne Wagenaar. ‘Wanneer een online discussie plaats vindt, heeft de facilitator regelmatig contact met individuele deelnemers. Bijvoorbeeld: Je hebt een chat gesprek via de skype, hoe het met iemand gaat, als hij net is teruggekomen van een twee weekse reis en stil in een discussie is geweest. Of je benadert iemand op zijn expertise, als je weet dat hij in de afgelopen week een interessante workshop heeft bijgewoond en enthousiast is of hij daar informatie over wil delen. Een online facilitator is voortdurend bezig individuen uit de groep te betrekken en te activeren om daarmee het groepsproces te optimaliseren.’

‘Een online facilitator is de sleutel persoon die het proces gaande houdt’, vertelt Joitske Hulsebosch. ‘Hij moet niet alleen weten over groepsdynamiek, maar ook kennis en vaardigheden hebben met sociale media. De literatuur (Jane Hart) onderscheidt drie modellen over hoe social media in leertrajecten kunnen worden ingepast’;
1. Wrap Around Model; Bij deze wordt sociale media gebruikt voor, tussen en na de face-to-face bijeenkomsten. Bijvoorbeeld er wordt een gezamenlijk blog gebruikt voor het verzamelen van de verwachtingen voor een workshop of deelnemers introduceren zich aan elkaar.
2. Geïntegreerd model: De primaire focus van het leerproces is de inhoud. Een online community platform functioneert als een ontmoetingsplaats, waar informatie, bronmateriaal en discussies worden gedeeld. Tussen de face-to-face bijeenkomsten en online discussies, maken mensen gebruik van het platform voor het doen van specifieke taken en opdrachten. Toepassingen zoals Blackboard, Moodle of wiki platforms worden regelmatig gebruikt bij een dergelijk model.
3. Samenwerking model: Sociaal leren en samenwerking vormen de basis van dit leerproces. Inhoud en nieuwe kennis wordt gecreëerd door de deelnemers. Brainstormen, co-creatie en intensieve samenwerking karakteriseren de groepssamenwerking. Gereedschappen zoals Google doc’s, wiki, discussiegroepen en skype worden toegepast in dit model.

‘Het faciliteren van een online discussiegroep duurt gemiddeld een halve dag per week’, zegt Joitske Hulsebosch.
Andere rollen van een online facilitator zijn:
• Discussies samenvatten
• Deelnemers om regelmatig feedback over het verloop van het proces te vragen (monitoring & evaluatie)
• Deelnemers helpen bij de voorbereiding van de belangrijke vragen, onderwerpen of case studies en opzetten van het (online) proces
• Begeleiding van de opzet van de organisatie en creatie van eigenaarschap in de groep
• Creëren van een veilige sfeer door het handhaven van de gedragsregels
• Bewaken van het ritme en de tijdspanne van de discussies
• Sfeer en energie in de groep houden door het prikkelen van fun en energizers
• Zorg dragen dat de technische functionaliteiten werken en dat aan de randvoorwaarden zijn voldaan.‘Natuurlijk zijn er veel overeenkomsten met een face-to-face facilitator‘, zegt Joitske Hulsebosch. ‘Uiteindelijk gaat het om het opbouwen van relaties en vertrouwen! ‘
Meer informatie over de publicatie ‘En_Nu_Online‘ kun je lezen het blog van Simon Koolwijk. Meer over Joitske’s en Sibrenne’s diensten over online faciliteren kun je lezen op ‘Online Faciliteren en Meer’.
IAF-Benelux organiseert haar jaarlijkse conferentie op 23 september 2011 in Kontakt der Kontinenten te Soesterberg. Het hoofdthema van de conferentie is ‘Faciliteren ALS {2e} Beroep. Mensen kunnen zich registreren via de website van IAF-Benelux en ‘Faciliteren als {2e} Beroep‘.
-
Hoe kun je leerprocessen faciliteren met sociale media?
Dit is een blogpost geschreven in voorbereiding op de middag op 19 mei georganiseerd door het IAF over het inzetten van sociale media door facilitatoren. Deelnemers worden gevraagd dit alvast door te lezen en graag te reageren door een reactie te plaatsen onderaan deze blogpost. Dan weten we al wat van jullie interesses en kunnen we ons daar beter tegen wapenen
We komen steeds meer trainers en facilitators tegen die tot nu toe vooral face-to-face werken en nu wel meer gebruik willen gaan maken van van sociale media om ook online uit te wisselen, vanuit de gedachte dat het een waardevolle aanvullende ondersteuning kan zijn voor de kwaliteit van het leerproces. Er zijn verschillende manieren waarop je sociale media in kunt zetten. Een model dat 3 verschillende manieren onderscheidt en daarmee richting geeft aan de vraag hoe je sociale media kunt gebruiken in e-learningtrajecten is ontwikkeld door Jane Hart:

Dit model zou je ook kunnen gebruiken om na te denken over de rol van sociale media in face-to-face leertrajecten.(1) Wrap-around model: sociale aspecten van leren worden toegevoegd als extra element om trainer- en peer support te organiseren. Een voorbeeld is gebruik van Yammer of Twitter zodat deelnemers ook tussen f2f bijeenkomsten door contact kunnen hebben en uit kunnen wisselen over praktijkervaringen en vraagstukken gerelateerd aan de inhoud van het leertraject.
(2) Integrated model: sociale aspecten van leren zijn geïntegreerd met de inhoud. De primaire focus van het leertraject blijft de inhoud, maar sociale media zijn een integraal onderdeel van de cursus. Zo kun je gebruik maken van een online community omgeving (e.g. Ning of een LinkedIn groep) waarmee je het leertraject online begint, tussen bijeenkomsten door gebruikt om aan specifieke opdrachten te werken en na de laatste f2f bijeenkomst kan het dienen als basis voor online coaching.
(3) Collaboration model: sociaal leren en samenwerken vormen de basis van het leertraject. De inhoud wordt gemaakt in co-creatie met de deelnemers. Bij dit model maak je wellicht gebruik van een combinatie van sociale media die elkaar in het gebruik goed aanvullen: deelnemers vormen een Yammer-netwerk voor onderling contact, gebruiken Scrumble om online te brainstormen, werken met google.docs of een wiki om inhoudelijke ideeen verder uit te werken en gebruiken een unieke hashtag in Delicious om een collectief internetgeheugen met elkaar op te bouwen. Dit lijkt meer op een leernetwerk. De inhoud komt vanuit de groep.
Zoals je ziet nemen sociale media van wrap-around naar collaboration model een steeds centralere rol in. Jane Hart waarschuwt bij het eerste model dat je dit met zorgvuldigheid moet gebruiken. Je moet een goede reden hebben om social learning toe te voegen, anders is het heel moeilijk om een ‘wrap around model’ werkbaar te maken. De kracht van het tweede model zit in een goede integratie van online en f2f leren. Zo pleiten wij ervoor om al bij het ontwerp van een leertraject beide vormen van leren mee te nemen en even sterk te ontwerpen, in te richten en te plannen. Zodanig dat online en f2f leren elkaar versterken. Zoek naar de juiste verbinding tussen online en face-to-face leren om de kracht van verschillende media te benutten. In het derde model vormen sociale media de basis van het leertraject en wordt deelname
Belangrijk om je te realiseren is ook dat de inzet van sociale media uitgaat van een ander perspectief op leren, gericht op co-creatie en openheid en hiermee makkelijk(-er?) aansluit bij een sociaal-constructivistische visie op leren waarbij uitgegaan wordt van zelfsturing door deelnemers en het belang van interactie en conversaties tussen deelnemers. Sociale media stimuleren netwerken, uitwisselen van ideeën en ervaringen, samenwerken en sluiten daarom goed aan bij deze visie. Dit maakt ook dat je rol als trainer anders is bij wrap-around en integrated model dan bij het community model. Bij dit derde model ben je eerder een ‘tutor as an equal member of the learning group’, je helpt bij het creeëren van een krachtige leeromgeving. Dit neemt niet weg dat je sociale media ook bij trajecten ontworpen vanuit een andere leervisie in kunt zetten. Een andere indeling die sterk lijkt deze indeling van Jane Hart is van Dave Wilkins. Hij onderscheidt het embedded model, wrapped model en community model. Zijn blogpost hierover is de moeite waard om eens te lezen. Het model van Jane Hart kan je helpen na te denken over de rol van sociale media in jouw eigen leertraject en het maken van keuzes daarin als facilitator, procesbegeleider of trainer. Hoe centraal staan sociale media en online conversaties?
We zien een grote verscheidenheid aan leerinterventies waarbij sociale media een belangrijke rol kunnen spelen. We maken zelf een onderscheid tussen kleinschalige en grootschalige activiteiten en een verschil tussen eenmalige leerinterventies of langdurende trajecten om deze interventies in te delen. Bij een kort traject maak je andere afwegingen dan bij een langlopend traject of netwerk, zo kun je investeren in het leren werken met een wiki in een netwerk, maar zul je dit niet zo snel doen voor een eendaagse workshop. Hiermee komen we tot het volgende schema met een aantal mogelijke leerinterventies die je kunt faciliteren met behulp van sociale media. Op de horizontale as vind je helemaal links leeractiviteiten bedoeld voor een kleine groep deelnemers (e.g. een training met 12 personen), en rechts de grootschalige activiteiten (denk aan een conferentie met 80 mensen). Verticaal maken we onderscheid tussen eenmalige leeractiviteiten (een 1-daagse workshop, training of conferentie) en langer lopende leerprocessen, zoals een leertraject van een jaar of een leernetwerk.

Het type leerinterventie heeft invloed op hoe je sociale media in gaan zetten, al kun je daarin nog heel creatief zijn en is er geen eenduidige handleiding voor te maken. Een aantal voorbeelden:
- Online kennismaking: Je faciliteert een training over breinleren en je wilt deelnemers al vantevoren betrekken bij het onderwerp. Door een online onderzoekje, een blogpost met daarbij de vraag aan deelnemers om hun vragen en verwachtingen te delen of je nodigt deelnemers uit te twitteren over hun ervaringen ten aanzien van breinleren, gebruikmakend van een voor deze groep unieke hashtag.
- Conferentie2.0: Je bent betrokken bij een grootschalig congres over leidinggeven en wil social media gebruiken om gedurende het congres een soort ‘backchannel’ in te richten. Middels Twitter en een twitterfountain die gedurende de dag voor iedereen zichtbaar is. Ook maak je gedurende de dag een aantal filmpjes die je beschikbaar maakt voor de mensen die niet konden komen of niet bij die workshop konden zijn.
- Online follow-up: Je gelooft sterk in het principe van herhaling om iets dat je nieuw hebt geleerd te laten beklijven. Deelnemers stuur je na afloop van de training nog regelmatig een smsje met daarin een vraag of reminder. Of je nodigt ze uit om op twitter in contact te blijven.
- Web-conferenties: Je werkt binnen een multinational en je wilt graag iets organiseren over het onderwerp ‘projectmatig werken’. Er is geen budget om voor dit onderwerp een grote internationale conferentie te organiseren. In plaats daarvan besluit je een web-conferentie van 2 dagen te organiseren. Je begint en eindigt met een open chat sessie en organiseert gedurende de twee dagen verschillende workshops van 1-1,5 uur met gastsprekers van binnen en buiten de organisatie.
- Online follow-up: Je faciliteert een workshop bij een kinderopvangorganisatie over het gebruik van sociale media in het contact met ouders. In de workshop maak je een start met Yammer, om zo de discussie voort te kunnen zetten na de sessie.
- Hybride leertraject: Je werkt langere tijd met een groep projectmanagers en hebt een online leerplatform (Ning, Moodle, ELGG) ingericht om het leren tussen bijeenkomsten door ook te ondersteunen. Inhoudelijk experts kunnen hier een rol hebben, deelnemers werken online aan producten en geven elkaar feedback, er lopen discussies die gaan over toepassing van nieuwe informatie in eigen werkpraktijk.
- E-coaching: Je hebt enige tijd met een groep trainees gewerkt en de f2f ontmoetingen zijn afgelopen. Elke trainee gaat weer naar zijn eigen werkplek en jij begeleidt ze middels e-coaching bij het toepassen van het geleerde in de praktijk. Hiertoe gebruik je Skype, email en google.docs.
- Online leernetwerk: Je wilt mensen ondersteunen bij het leren schrijven van goede blogposts. Hiertoe heb je een online handboek geschreven waar deelnemers 31 dagen mee kunnen werken. Parallel daaraan heb je een community ingericht waar gebruikers van dit handboek elkaar kunnen ontmoeten, elkaar feedback geven op geschreven blogpost en tips krijgen van jou als trainer. Daarnaast stuur je ze elke maandag een lijst met inspirerende blogpost onderwerpen en de vraag om specifiek op 2 blogposts van andere deelnemers feedback te geven.
- Blogkermis: Je wilt als organisatie het denken over het gebruik van sociale media door non-profit organisaties stimuleren terwijl de meeste contacten al wel een weblog hebben. Je nodigt ze uit iedere maand over een inspirerende vraag te bloggen en maakt de resultaten beschikbaar via Twitter en je eigen weblog.
- Online community: Over de hele wereld zijn beleidsmakers, onderzoekers en praktijkmensen bezig met een nieuwe benadering voor bosregeneratie. Je gebruikt Ning en Twitter om een online community te laten uitwisselen om zo innovatie te stimuleren, maar ook stuur je iemand naar een conferentie om daarover te bloggen. Zo maak je de informatie uit de conferentie toegankelijk voor de online community.
Zo, dat staat er. Het helpt ons om ons voor te bereiden en alvast zin te krijgen in de workshop. We hopen dat we jullie hier alvast mee aan het denken zetten, en dat we er 19 mei verder over door kunnen praten. Voor nu zijn we wel benieuwd naar jullie verwachtingen voor 19 mei. Heb je een traject waarbij je het gevoel hebt dat sociale media daarin van toegevoegde waarde zou kunnen zijn? Helpen deze schema’s en voorbeelden om hierover na te denken? Welke vragen zou je 19 mei in ieder geval beantwoord willen zien?
-
IAF-Benelux bijeenkomst; Wat kun je met sociale media als facilitator? 19 mei, 2011 te Utrecht
Sociale media zijn bezig ons dagelijks leven te veroveren. Het gebruik van Facebook, Linkedin, Twitter, Hyves, discussiegroepen, Skype, Youtube en nog vele andere sociale media zijn inmiddels voor velen onderdeel van het dagelijks leven geworden. Veelal worden ze privé gebruikt, maar je kunt ze ook gebruiken als trainer of procesbegeleider. In hoeverre maken sociale media al onderdeel uit van je facilitator toolkit?
IAF Benelux gelooft er in dat we als facilitators sociale media goed kunnen inzetten ter ondersteuning van ons werk. We nodigen je uit om op donderdagmiddag 19 mei, 2011 deel te nemen aan de bijeenkomst ‘Wat kun je met sociale media als facilitator?’. De bijeenkomst vindt plaats op 19 mei, 2011 van 13.00 – 17.00 uur in Seats2Meat te Utrecht.

Begeleiders
Joitske Hulsebosch en Sibrenne Wagenaar verzorgen deze middag met ondersteuning van Simon Koolwijk. Joitske en Sibrenne zijn de auteurs van het boek ‘En nu online ….. – sociale media voor professionals, organisaties en facilitatoren’. Beiden zijn gespecialiseerd in het opleiden en begeleiden van facilitators in het toepassen van sociale media in hun werkprocessen. Simon werd door beiden geinspireerd sociale media tools toe te passen bij het faciliteren van E-conferenties en E-leertrajecten. Zie link E-Conferentie!? Technologie voor het goede!Wat kun je van deze middag verwachten?
We zullen je informeren over ontwikkelingen op het gebied van sociale media en de invloed die dit heeft op de manier waarop leren in organisaties vorm krijgt. De bijeenkomst heeft een sterk experimenteer karakter en er is volop ruimte om te oefenen met een aantal sociale media tools. We sluiten de middag af met een praktische vertaling van het geleerde naar de eigen praktijk. Gedurende de middag maken we gebruik van het boek ‘En nu online…’.

Aan het eind van deze bijeenkomst heb je:
1. Kennis gemaakt met enkele sociale media tools en voorbeelden gezien hoe deze toe te passen in leer- en organisatieprocessen.
2. Inzicht in manieren om sociale media in te zetten bij het faciliteren.
3. Zicht op de competenties die je als facilitator nodig hebt om sociale media ondersteunend te laten zijn aan wat je nu al doet.
Benodigdheden: We vragen je om je eigen laptop!!! mee te nemen naar de bijeenkomst. Je zult je laptop nodig hebben bij het oefenen. Er is wifi aanwezig.Datum en tijd: Donderdag 19 mei, 2011, van 13.00 – 17.00 uur
Locatie: Seats2Meat, Moreelsepark 65 (Hoog Catharijne, Kantoren Hoog Overborch, 2e etage) 3511 EP Utrecht. Zaalruimte: Back to Nature (4)
Routebeschrijving, zie: Link Seats2Meat Utrecht
Aantal deelnemers: Maximaal 20
Prijs: € 142,80 (incl. BTW) per deelnemer (inclusief het boek ‘En nu online’) .Aanmelden: Via de website van IAF-Benelux: http://www.iaf-benelux.org/
Vragen over programma: Voor verdere vragen over het programma, neem contact op met Simon Koolwijk, e-mail. faccom@xs4all.nl of mobielnr. 06 106 24 575
Voorwaarden: Bij annulering tussen 7 dagen en 48 uur voor de bijeenkomst betaalt u 50 % van de kosten, bij annulering 48 uur of minder voor de bijeenkomst betaalt u 100 % van de prijs. -
Tien video’s om plezier, humor, rollenspellen en creativiteit te stimuleren!
Youtube kent een schat an korte inspirerende video’s, die je voor trainingen of workshop bijeenkomsten kunt inzetten. In het geval je humor, lol in de groep wilt stimuleren, of je wilt mensen in de ‘mood’ brengen voor een rollenspel of oefening, dan vind je hieronder een overzicht van 10 video’s waarmee je een groep een richting kunt geven:
Met name de televisie reclamespots bieden inspiratie voor het maken van karikaturen.
Bijvoorbeeld de Cup a Soup advertenties met:
1. Louis van Gaal
2. Sjors, the coach/ inspirator
3. John, the manager
Zijn grappig en provocerend:
En dan de advertenties met Even Apeldoorn bellen:
4. Bill Clinton
5. De parkeergarage
Een andere bron van inspiratie zijn komieken, acteurs of persiflages:
6. Toren C, de sollicitant. Zie video
7. Koefnoen, een media training voor oud premier Dhr Balkenende
8. Jiskefet, een voetbalvader zij zijn zoon coacht of coacht hij zichzelf?
9. De twee Britse voetbal coaches
of10. De schokerende kantoorscheet van Toren C
Wij zoeken nog meerdere humoristische, korte lachwekende youtube filmpjes. Daarom, als je er een weet, willen we je vragen om de link op ons reaktie menu van het blog achter te laten.
-
Zeven online ijsbrekers
De 10 online ijsbrekers op mijn Engelse blog zijn heel populair. . Daarom zeven nieuwe ijsbrekers:
- Abc -tjes Hoewel ik een grote hekel heb aan Abc- tjes op bruiloften heb ik wel een goede ervaring met een online abc-tje. Vraag mensen om een woord te verzinnen met de volgende letter en zichzelf nav dat woord te introduceren. Voorbeeld; de eerste persoon kiest de A van aardbei van zij daaraan verslaafd is, de tweede kiest de B van Brazilië, enzovoorts. Je kunt natuurlijk een beetje sturen of mensen een woord kiezen uit de persoonlijke of professionele sfeer door zelf te beginnen.
- Associaties. Hierbij maak je gebruik van ‘free association’. Vraag deelnemers om 3 woorden te bedenken in vrije associatie met één van de thema’s van de workshop. Deze woorden kun je dan in een Wordle gooien, zodat je een mooi plaatje krijgt, waarbij belangrijke termen groter worden weergegeven. Vanuit het plaatje kun je het samen nog verder analyseren. Wat valt op bij de belangrijkste woorden? Wat zijn de positieve en negatieve associaties? Welke woorden zijn helemaal niet genoemd?
- Huishoudens of studentenhuizen Dit is een ijsbreker die ik heb leren kennen in de Foundations workshop van CPsquare’s en die ik daarna nog een paar keer heb gebruikt. Deze oefening werkt ook goed in grote groepen om mensen in wat kleinere, veiligere groepjes aan de gang te krijgen. Je maakt zelf huizen, boerderijen, flats, tenten, kastelen, wat je maar wilt aan online. Daarna verdeel je de deelnemers over de huizen. Geef de bewoners een opdracht, bijvoorbeeld het verzinnen van een naam voor hun huishouden.
- Foto verhaal Vraag mensen om een foto te zoeken die hun verwachtingen visualiseert. Ze kunnen zoeken via Google afbeeldingen, Flickr of een andere foto-site. Dit geeft een mooi, visueel beeld van de verwachtingen, die daarna natuurlijk kunnen worden toegelicht. Natuurlijk kun je ook een andere vraag stellen, bijvoorbeeld een afbeelding zoeken die je stemming uitdrukt of je beroep. Het zoeken van foto’s op een foto – site maakt het veel creatiever dan het delen van eigen foto’s; hoewel dat natuurlijk ook kan.

- Stem ijsbrekers Voicethread is een hele grappige gratis service, waarbij je een korte video kunt maken waarbij deelnemers commentaar kunnen inspreken. Als je veel gebruik maakt van tekst kan dit een mooie afwisseling zijn. Via je webcam kun je een video maken waarin je een vraag stelt. Deelnemers kunnen dan op deze vraag antwoorden. Een nadeel van deze ijsbreker is dat hij vrij ingewikkeld is, dus misschien minder geschikt voor het begin van een online uitwisseling, tenzij iedereen heel handig is online.
- Speurtocht Ik herinner me twee goede speurtochten die ik in trainingen ooit heb ingezet. In Mali moesten groepen op zoek naar een aantal voorwerpen in beperkte tijd (sigaret, tomaat etc.
. In Ghana had ik een hele ingewikkelde speurtocht opgezet en daarbij ging het om de groepsdynamiek. Eén iemand in de groep was hierbij de observator. Ik heb dit nooit vertaald naar online oefeningen, maar volgens mij kan het wel. Je kunt mensen vragen in bepaalde tijd te zoeken naar internetbronnen over een bepaald onderwerp. Daarna kun je de hele groep vragen de bronnen te evalueren op relevantie. Zo heb je meteen een mooie lijst! Wat ik wel een keer heb gedaan is mensen een foto die je zelf op internet hebt gevonden laten zoeken. Dit was moeilijker dan je denkt.
- Youtubing Paul de Leeuw heeft altijd een youtube compilatie over een bepaald onderwerp van de dag (bestaat dit programma eigenlijk nog?). Dit kun je online ook doen. Vraag mensen bijvoorbeeld een humoristische video over social media te vinden. Of een video die het tegenovergestelde weergeeft van hun eigen mening. Een internationale groep die werd gevraagd te bloggen over hun impressies van Nederland vond deze grappige fiets video.
Heb je zelf een leuke ijsbreker? Laat het weten via het commentaar!
-
Jongeren actief met de camera en sociale media: Participatief Video Maken in Moldavië
Het leven van jongeren vandaag versus het leven van jongeren in het verleden uit de mond van volwassenen. Dit was het belangrijkste thema, dat jongeren uit Ulmu dorp te Moldavië van 1 – 3 november 2010 verfilmden tijdens de training Participatief Video Maken. Het videomaken werd begeleid door twee professoren en studenten van de Filmacademie te Chisinau, Moldavië. Ondersteuning bij de discussies werd geleverd door Pro Community Centre en Kontakt der Kontinenten.
Training
Voorafgaande aan de training had Pro Community Centre een oriëntatiedag georganiseerd, waar de jongeren door de professoren over het proces werden geinformeerd. Als opdracht werd de jongeren gevraagd om na te denken over het scenario en locaties/ personen te selecteren voor het verhaal. Jongeren kozen voor het thema; De Jongere van vandaag vs deze van het verleden. Tijdens de training bezochten jongeren 10 locaties in hun eigen woonomgeving om het verhaal te ontwikkelen. De bezoeken waren divers. Interviews werden gedaan met de burgemeester, een gehandicapte moeder, een bejaarde vrouw, een kleding fabriek, een jonge ondernemer en een gezin die lokale producten produceert.
Zie hieronder een 4-minuut impressie van het proces van participatief video maken.
De ontwikkeling van het scenario en het filmen maakten deel uit van de eerste twee dagen van de cursus. De laatste dag was gericht op het bewerken en discussies. Tegen het einde van de training was er een concept verhaal van 10 minuten klaar. Een kerngroep uit de jongeren club verrichtte de definitieve afrondingswerkzaamheden (vertaling, perfectionering, ondertiteling en het leren werken met videobewerking & editing) samen met de professoren van de filmacademie in de resterende weken van 2010. De film is nu in een afrondingsfase en zal tijdens een landelijke conferentie over jongerenwerk in Moldavië in maart 2011 worden gepresenteerd. Het proces van participatief video maken zal ook worden gedaan met jongerenclubs uit Varnita, Vadul Rascov en Cotiujeni Mari.
Lessen
De training leverde een aantal interessante lessen op. Hoogtepunten waren o.a. het filmen, het zelf doen en het kennis maken met de basisprincipes van het filmmaken.
Lessen waren er ook.
* Zoals meerdere malen gebeurt, kwam de groep tijd te kort. Het gebruik van een vervoersmiddel had op de tweede dag veel tijd kunnen besparen.
* Tijdens het proces werden er 5 camera’s gebruikt. Dit had een overwelmende invloed op een aantal geinterviewden. Limiteer daarom het gebruik tot 2 camera’s.
* Talrijke malen stelden de jongeren gesloten vragen aan de volwassenen. Het opnemen van het onderdeel interview technieken biedt daarom een meerwaarde tijdens de oriëntatiedag
* Het proces van video maken draagt bij aan ‘teambuilding’ en vergroot het bewustzijn over de professie van filmmaken.
* Door te werken met de Filmacademie van Chisinau werd er een basis gelegd voor verdere lokale capaciteitsopbouw en kennisontwikkeling op het gebied van participatief video maken. Ook werd door het inbouwen van het natraject met een kerngroep van jongeren een stimulatie ingebouwd om zelf met video aan het werk te gaan.
Jongeren zelf aan de slag
De training inspireerde de jongeren om zelf met de camera aan de slag te gaan en deze via sociale media te verspreiden. Gezamenlijk maakten ze een kerstboodschap, die op youtube werd geplaatst en via de Odnoklasniki (Oost Europese versie van facebook) werd rondgestuurd. Zie link: http://www.youtube.com/watch?v=bsP-vbpf2Ks
Het participatief video maken is onderdeel van het programma “Youth in the Centre’, dat wordt gefinancierd door Matra (Ministerie van Buitenlandse Zaken). Dit project is gericht op het opbouwen van duurzame structuren voor jongerenwerk in Moldavië. Het projekt is een samenwerkingsverband tussen Pro Community Centre, Kontakt der Kontinenten, Proni Centre for Social Education en Hogeschool Windesheim.
-
Welke tool voor welk leerproces?
We zijn het vast snel eens over de gedachte dat sociale media tools geen doel op zich zijn, maar middelen om iets te ondersteunen. En dat het daarom ook belangrijk is om bij het kiezen van een tool goed voor ogen te hebben wat het doel is dat je wilt bereiken. Maar dit is makkelijker gezegd dan gedaan, want… vaak komen we onverwachts een nieuwe tool tegen en zoeken we naar een plek in het werk om die te gebruiken. Gelukkig komt het ook weer niet zo precies en kan een tool voor verschillende processen gebruikt worden. Een weblog kun je beginnen om reflectie op de praktijk te stimuleren, maar het werkt ook bij het opbouwen van een collectief geheugen, het creëren van meer zichtbaarheid, het delen van kennis en het opbouwen van een netwerk.
Ik ben bezig met het ontwikkelen van een kader wat mensen helpt om vanuit typen leerprocessen te redeneren om zo tot een toolkeuze te komen. Dus aansluiten bij een proces dat je wilt stimuleren, een procesdoel dat je wilt bereiken. Het is een begin en de komende tijd ga ik dit aanscherpen. Maar graag eens jullie reactie op deze aanzet. Zou zo’n kader kunnen helpen? Waarbij onderstaande voorbeelden gericht zijn op het leren als team.
Type leerproces Voorbeelden Type tool Informatie zoeken • Je hebt als team een nieuw vraagstuk dat je gaat verkennen, en een van de eerste stappen is zoeken op internet wat er al over bekend is.
• Je wilt een werkvorm gebruiken en bent op zoek naar ervaringen daarmee van anderen.Google, communities, Technorati (zoeken in weblogs), Delicious (bewaarde links van collega’s) Reflecteren • Je hebt als team besloten om opgedane ervaringen in de praktijk met elkaar te vergelijken en de succesfactoren eruit te halen. Alle teamleden beschrijven hun ervaringen gedurende een periode van enkele maanden regelmatig in een blogpost voor de gezamenlijke weblog.
• Je hebt een thema te pakken als team dat best ongrijpbaar is. Het vergt goed observeren in de klas. En de kleien situaties waarin het zich voordoet even vlot vastleggen. In het team is afgesproken elkaar elke dag een kort berichtje te sturen met daarin jouw observatie. Na 2 weken verzamel je de opbrengst om te bespreken in het teamoverleg.Weblog, wiki, microblogging Kennis delen/ collectief geheugen • Het team krijgt veel vragen van andere teams en scholen uit de omgeving over het project waar ze al lang mee bezig zijn. Het team ontwikkelt waardevolle kennis, ook voor anderen, en besluit een weblog te starten waarin ze regelmatig een belang inzicht of een ontwikkeling delen met het bredere netwerk geïnteresseerden.
• Je merkt dat je als team een onderwerp te pakken hebt waar niet heel gemakkelijk veel informatie al over te vinden is, en het is een thema dat ook van belang is voor de rest van de organisatie. Je besluit een online werkplek te gebruiken om alle links, inzichten, vragen, documenten en artikelen die je gedurende het proces als team verzamelt in op te nemen.Weblog, Wiki, Flickr, YouTube Online discussieren • Er ontstond een interessante discussie net aan het eind van het teamoverleg. In een online discussieforum praten teamleden erover door.
• De komende 2 weken doet een externe expert mee in de online discussie die het team heeft.Ning, LinkedIn, Google Groups Online samenwerken • Samen een plan van aanpak, beleidsstuk, verhaal schrijven
• Onderzoeksgegevens verzamelen
• Een tool ontwikkelen
• Documenten bewaren die voor het hele team waardevol zijn, wanneer je niet de beschikking hebt over een andere online plek.Wiki, Google.docs, Interactie met teamleden • Teamleden hebben regelmatig korte, dringende vragen die ze aan elkaar willen stellen op het moment dat zo’n vraag ook speelt. Microblogging Zichtbaarheid vergroten • Je werkt als team aan waardevolle thema’s en wilt je zichtbaarheid vergroten. Om daarmee tevens feedback te krijgen van collega’s. Weblog -
Boek recensie: Social media For Trainers
Zoals beloofd hierbij de boekrecensie van Social media for Trainers door Jane Bozarth’s. Je kunt Jane ook op twitter volgen (@janebozarth). Ik volg online veel van de social media buzz, maar vaak is dat geschreven vanuit een marketing perspectief (af en toe lees ik zelfs Emerce, wel grappig om te zien hoe zo’n andere beroepsgroep uitwisselt!). Ik volg ook wat e-learning sites (ben zelf een blogger voor de e-learning learning site maar vaak gaat dat over allerlei Learning Management Systems etc waar ik helemaal niet in zit. Vandaar dat ik echt blij ben dat er een boek speciaal geschreven voor trainers en specifiek over het gebruik van sociale media/ free tools, een zeer duidelijke focus. (wie weet hadden wij ons eigen boek over sociale media voor professionals, organisaties en facilitatoren wat ZEEER binnenkort uit moet komen ook iets meer kunnen focussen?)
Hoe dan ook, het boek van Jane Bozarth is zeer praktisch en heeft veel goede tips. Het legt uit wat tools zoals Facebook en Twitter kunnen betekenen voor trainers. Het richt zich op een basis niveau waardoor trainers met weinig sociale media-ervaring in staat zijn om de suggesties toe te passen en kunnen beginnen experimenteren. Helaas heeft ze gekozen om de mogelijkheden tool voor tool te bespreken (Twitter, Facebook, blogs, wiki’s en andere tools), waardoor het een beetje in herhaling valt. Veel praktische tips hoe de tools gebruikt kunnen worden in een online cursus of in aanvulling op een traditionele face-to- face cursus. De werkvormen zijn zeer inspirerend zoals het opzetten van een Twitter-debat of rollenspel op Twitter spelen, of bijvoorbeeld elke leerling een ander model laten onderzoeken, en dit te delen via Twitter. Ik leerde ook enkele nieuwe interessante tools zoals SocialOomph waarmee je vantevoren Tweets kunt schrijven die op een later tijdstip gepost worden. Dit is wel in strijd met het idee van real-time conversatie, maar kan van pas komen in de context van een meer gestructureerde cursus.
Het meest interessante hoofdstuk voor mij was hoofdstuk 7 over ‘the bigger picture’. Hier definieert ze leren en sociaal leren. Ze koppelt leren aan het leren in sociale verbanden en aan de persoonlijke leernetwerken en communities of practice. De mogelijkheden om conversaties en dialogen uit te breiden zijn enorm met sociale media.
Dus het is zeker een geweldig boek voor trainers die willen gaan experimenteren met het gebruik van sociale media!
Abonneer je op de blogposts
Maandelijkse nieuwsbrief
Maak kennis met ons
Pagina’s op deze website
- Over ons
- Sociaal leren in organisaties: een strategie ontwikkelen in 8 stappen
- Video workshop
- Leergang
- Inspiratiesessies
- Webinars
- Gereedschap
- Maatwerk
- Workshops
- Contact
Over onze samenwerking
Meest recente berichten
- Yammer for internal knowledge sharing
- E-learning 2.0: Twitter, Youtube en Facebook als leerinstrument
- Social media als vliegwiel voor promotie van ‘Techniek’ als vak voor de toekomst!
Recente reacties
- Vergaderen? Alleen als er minder gepraat wordt! - Lifehacking op Hoe boei je de huidige leerling?
- Negen rollen van de facilitator; En nu online! « SPQR faciliteren op Zeven factoren voor een succesvolle online uitwisseling
- Het grote kleine onzichtbare (2) | En Nu Online op Het grote kleine onzichtbare (1)