-
Faciliteren van een Twitterchatsessie
Ik heb nu aan drie Twitterchatsessies meegedaan. De eerste was ik te laat, ik kwam tegen het einde ‘aanzetten’. De tweede kon ik echt niet volgen, al de losse berichtjes. Ik ben afgehaakt. Driemaal is scheepsrecht en de derde keer was het wel grappig. Het was de chatsessie die Catharinus Doornbos, Trainer bij Station-to-Station en initiatiefnemer van Discussie Dinsdag elke dinsdag tussen 12 en 2 organiseert over ICT en onderwijs. Ik had wel het gevoel dat je vooral met de facilitator praat en minder als groep. Ik heb Rinus geïnterviewd over zijn manier van faciliteren van een twitterchat…
Waarom ben je begonnen met het faciliteren van Twitterchats?
Het begon met een filmpje, dat ik tegenkwam, over Teacher Tuesday in de VS. Leerkrachten, die discussieerden via Twitter. Door een hashtag (#) te gebruiken in alle tweets, was de discussie voor iedereen te volgen. In deze discussies kwam ik geweldige ideeën tegen en heel veel handige websites met tal van bronnen en tools voor het onderwijs. Ik schreef er een artikel over op het Edublog van Netwijs, de onderwijsafdeling van Station-to-Station. Ik sloot gekscherend af met de opmerking, dat we in Nederland wel een Discussie Dinsdag zouden kunnen beginnen. Daarop kreeg ik enkele reacties binnen. Omdat we het bij ons op de afdeling juist hadden gehad over innovaties op het gebied van onderwijs en ICT en daar meer aandacht aan wilden besteden, heb ik mijn collega’s opgeroepen mijn idee te steunen.
Hoe heb je het aangepakt om discussiedinsdag te starten?
Vervolgens heb ik een startdatum en tijdstip gekozen en ben die bijna elke dag via Twitter gaan communiceren met de te gebruiken hashtag #netwijs. Dat leverde nieuwe reacties op. Het aantal actieve deelnemers groeit langzaam. Het aantal volgers ongetwijfeld ook. Dat meet ik af aan de reacties achteraf en de toename van persoonlijke volgers tijdens de discussie. Vooralsnog zijn de deelnemers vooral mensen, die zich op de één of andere manier als professional bezighouden met onderwijs en ICT, maar niet meer zelf voor de klas staan. Nog weinig leerkrachten. Misschien door het tijdstip, misschien door onbekendheid.
Hoe faciliteer je de chat zelf tussen 12 en 2 uur?
Als discussieleider start ik de discussie met een vraag of stelling. Vervolgens probeer ik door te vragen op reacties van deelnemers of breng juist een tegengestelde vraag of mening in. Wat dat betreft is het niet anders dan een face-to-face-discussie leiden. De extra handicap is, dat je maar 140 karakters kunt gebruiken in je tweet of eigenlijk nog minder omdat je ook de hashtag en dergelijke moet gebruiken. Je moet dus heel erg to-the-point zijn. Voordeel is wel, dat je geen andere prikkels hebt, zoals gezichtsuitdrukkingen, gebaren of mensen die door elkaar praten. Iedereen komt nu gelijkwaardig aan het woord en je bent vrij om te reageren op wie je wilt. Ik zorg ook, dat ik ingelezen ben in het onderwerp en aantal leuke links paraat heb om tijdens dode momenten in de discussie te gooien. Ook tijdens de discussie ben ik regelmatig aan het zoeken op internet. Tijdens een gewone discussie heb je die gelegenheid niet. Nu kun je alles zo teruglezen wat je hebt gemist. Daarmee is het veel dynamischer.
Ben je tevreden over de chats?
Het resultaat tot nu toe is, dat ik mijn netwerk flink heb uitgebreid met mensen, die ik anders nooit ontmoet zou hebben! We delen kennis met elkaar over de muren van de school en het bedrijf heen en over de landsgrenzen heen. Daarnaast staat ons weblog veel meer in de belangstelling. Door de naam van onze afdeling als hashtag (#netwijs) te gebruiken, zorgen we voor naamsbekendheid en zetten we een imago neer, namelijk dat we kennis hebben van onderwijs, ICT en innovatie.
Wil je een keer meedoen met discussie dinsdag? Kijk dan op deze pagina van discussiedinsdag op ga gewoon naar Twitter tussen 12 en 2 en volg de hashtag #netwijs.
-
Het grote kleine onzichtbare (1)
Veel activiteiten die horen bij een succesvolle discussiesite of online community zijn niet zichtbaar. Het zijn vaak kleine interventies buiten het zicht van de communitysite die maken dat mensen zich vertrouwd voelen en bereid zijn met elkaar in gesprek te gaan en lid te blijven. Juist door de onzichtbaarheid van deze rol en dus gebrek aan kennis erover komen veel online discussies niet van de grond. Dit is deel 1 van een tweeluik over de onzichtbaarheid van online faciliteren. Lees ook deel 2.
Afgelopen week hoorde ik een verhaal over een medewerkster van een stadsdeel die door een enkel mailtje te sturen een groep jongeren wist te mobiliseren om met toezegging van €200 een volledig zelf georganiseerd evenement neer te zetten. Bij de presentatie van het project werd haar bijdrage als cruciaal genoemd. “Maar het enige dat ik heb gedaan is een mailtje sturen dat me een halve minuut tijd kostte!”
Een heel ander verhaal ging over iemand van een andere organisatie die in LinkedIn een discussie was gestart over een specifiek onderwerp. Enigszins verbolgen vertelde hij dat er vervolgens niets gebeurde in die discussie. “Heb je dan wel een aantal mensen persoonlijk benaderd om te reageren in de discussie?” “Dat gaat toch allemaal vanzelf op het internet?!”
Mensen in beweging krijgen lijkt soms vanzelf te gaan en lijkt soms volstrekt onmogelijk. Maar zo vanzelf gaat het eigenlijk nooit en als je tijd en aandacht schenkt aan mensen op de juiste manier kun je bergen verzetten.
In het eerste voorbeeld kan ik mij voorstellen dat de stadsdeel medewerkster precies goed inschatte welke input de jongeren nodig hadden om aan de slag te gaan. Door via e-mail een toezegging te doen van een gering bedrag kregen de jongeren expliciet het argument in handen dat de gemeente achter het plan stond. Het gaf de jongeren het fiat om bij anderen aan te kloppen. Ze zag vervolgens dat er beweging was en kon zich daarna op de achtergrond houden. De jongeren die het evenement organiseerden hebben die steun als cruciaal ervaren. De medewerkster heeft met gevoel voor de behoeften van de doelgroep de juiste input geleverd.
In het tweede voorbeeld heeft de man een verkeerde inschatting gedaan van activiteit binnen LinkedIn. Alleen een vraag publiceren is niet aantrekkelijk genoeg voor mensen om op te reageren. Vooral niet als de vraag door een onbekende gesteld wordt. De context lijkt dan te weinig op een vertrouwde omgeving voor mensen om bij te gaan dragen. De man heeft het werk dat nodig is om een levendige discussie te krijgen danig onderschat.
Binnen de muren van je kantoor weet je wat je moet doen om iets te bereiken. Als je een vraag hebt dan loop je even langs bij de collega waarvan je denkt dat deze een antwoord heeft, of je kan verwijzen naar de juiste persoon. Als je een sessie organiseert om te brainstormen over nieuwe ideeën voor de organisatie, dan nodig je mensen persoonlijk uit en spreek je ze aan bij de koffieautomaat: “Je bent er woensdag toch ook bij?”.
Zodra we online gaan lijken we al dit soort vaardigheden te vergeten. We zien dit soort activiteiten namelijk niet. We zien de starters van een discussie niet 10 e-mails versturen naar bekenden om te vragen of ze willen reageren om de discussie op gang te brengen. We zien niet de talloze moderatoren in fora verwijzen naar reeds bestaande discussies waar het antwoord of oplossing wordt gegeven. We zien de facilitator niet een e-mail versturen naar het communitylid dat ineens niet meer bijdraagt aan de groep.Online facilitatie is grotendeels een onzichtbare rol. Alleen de activiteiten die publiekelijk plaatsvinden in de communitysite of het forum krijg je te zien. Alle andere communicatie vindt achter de schermen plaats en als je daar zelf nog nooit mee te maken hebt gehad kun je je alleen maar verwonderen over het feit dat er in jouw community niets gebeurt, maar dat ze bij ‘de buren’ de deur platlopen.
Technologisch kunnen we het nu allemaal zelf. We kunnen zelf een Ning-groep beginnen, een forum op onze site installeren, een discussie in LinkedIn starten. Het ontbreekt veel mensen echter aan kennis over de onzichtbare rol van online faciliteren. In ons werk met directe collega’s vinden we het al moeilijk genoeg om deze katalysatoren te herkennen. Dat de jongeren de rol van de medewerkster als zodanig hebben herkend is in mijn ogen al heel bijzonder.
Maar als we dit in het ‘normale’ leven al zo moeilijk herkennen, hoe kunnen we dit dan online herkennen en zichtbaar maken?
Dat is de vraag waar ik in het tweede deel verder op in zal gaan.
-
Inspirerende ontmoetingen! Verder op weg met het web ……….
“De vrouw die met vuur speelde”. Toen ik afgelopen week samen met een vriendin naar de film was geweest, en we ons afvroegen of Stig Larsson nog wel of niet in leven was, en of zijn familieleden zich volop in de strijd hadden geworpen om zijn erfenis, was google onze enige redding om meer verduidelijking in dit steekspel te krijgen.
Dit vond ik de volgende dag op google:
Toen Larsson op vijftigjarige leeftijd aan een hartinfarct stierf, liet hij drie voltooide maar nog ongepubliceerde manuscripten na. In 2001 begon hij voor zijn plezier met het schrijven van een detective roman als hij ’s avonds thuis kwam van zijn werk. Hij ontdekte zijn talent daarvoor en begon aan zijn derde deel al binnen twee jaar. Pas kort voor zijn dood begon hij te werken aan publicatie van zijn boeken. In 2005 verscheen postuum zijn romandebuut, het eerste deel van een trilogie genaamd Millenniumreeks, ‘Mannen die vrouwen haten’ (met de Engelse titel: ‘The girl with the Dragon Tattoo’).
Spoedig daarna volgden de andere twee delen. De reeks is in tientallen landen uitgegeven en de drie delen zijn ook in het Nederlands vertaald.
Larsson had een partner: Eva Gabrielsson. In een testament dat Larsson in 1977 had opgesteld, bepaalde hij dat zijn nalatenschap naar de Socialistische Partij van Zweden moest gaan. Dit testament bleek echter niet rechtsgeldig volgens de Zweedse wetten, omdat het zonder getuigen was opgesteld. Daarom gaan de opbrengsten van zijn boeken nu naar zijn vader en zijn broer.
De dag voor het bioscoopbezoek had ik een collega ontmoet, waar we beiden onze ervaringen over capaciteitsversterking van organisaties deelden. Theory U van Otto Scharmer (het erkennen en loslaten van oud gedrag, en het verwelkomen van het nieuwe) en de Barefoot Guide (het bekijken van organisatie verandering vanuit de mens en gevoelens) motiveerden me om literatuur van de website te downloaden en het op m’n nachtkastje te leggen.
Wat heb ik van deze ontmoetingen geleerd:
- Een inspirerende ontmoeting is het begin of de voorzetting van je eigen reis. Het web is één van de gereedschappen die je ondersteunen naar je volgende bestemming te gaan;
- Face-2-face ontmoetingen (waaronder trainingen, samenwerking in teams, netwerken, informele afspraken, coaching, intervisie groepen) gaan samen hand in hand met de wereld van web 2.0 in het verder ontwikkelen van je professionele competenties;
- Zolang je open staat voor wat er op je pad komt, hoe avontuurlijker en onbevangener je richting kunt geven aan je dagelijkse werk.
-
Een forum als een grafitti muur
(foto door cheryljns) Ik ben 4 januari begonnen met de cursus ‘Denk je slank‘ (en ik heb zo hard gedacht dat er al 4 kilo af is!).
Het is een online training dus ik deed ook gewoon mee om eens te zien hoe ze de cursus vorm geven. Op zich leuk, met oefeningen, sms-berichtjes, videootjes en een coach.Nu is er ook een forum voor uitwisseling met andere deelnemers. Dit is wel een leuk voorbeeld van hoe het wat mij betreft NIET moet. Het wordt niet gefaciliteerd (althans daar heb ik nog niets van gemerkt) en het is publiek toegankelijk, dus iedereen kan het lezen. Niet alle fora hoeven natuurlijk afgesloten te zijn, maar als je het over je vetrollen gaat hebben kan dit wel meer veiligheid bieden. Als gevolg hiervan is het een soort grafitti muur waarbij iedereen die de cursus begint even meld dat ie begonnen is, waarna de conversatie stopt. Een typisch voorbeeld van een berichtje: “ik ben vandaag begonnen en hoop dat ik snel het boek ontvang!” Als gevolg daarvan ga je tijdens de cursus niet meer terug naar het forum. Mensen kijken 1 of 2 keer en verlaten het forum dan.
Wat kun je van dit voorbeeld leren? Wat mij betreft zie ik de volgende lessen:
- Bedenk goed of je een forum publiek of besloten wilt maken. Als het doel is om persoonlijke strubbelingen met afvallen te bespreken (zoals genoemd op dit forum) zou ik het besloten maken, alleen toegankelijk voor cursisten.
- Wil je groepen mensen bij elkaar brengen met gedeelde interesses en onderwerpen dan zul je dit moeten faciliteren en bijvoorbeeld categoriën of groepen gebruiken, zodat mensen zich aangesproken voelen om bij een bepaalde categorie of groep te gaan kijken en zich daar eventueel bij gaan aansluiten.
- Als er steeds groepen mensen aan een cursus beginnen. zorg dan dat zij elkaar terug kunnen vinden. Maak bijvoorbeeld een voorstelmogelijkheid voor iedereen die in een bepaalde maand is begonnen.
-
Technology steward: belangrijke rol in online communities
Een van de belangrijkste voorwaarden voor een geslaagde online community is de technologie waar de community gebruik van maakt en hoe de leden van de community gebruik (kunnen) maken van de technologie. Wenger, White en Smith gaan uitgebreid in op hun boek Digital Habitats op de verschillende strategieën die je kunt volgen met betrekking tot technologie-keuzes.De verschuiving van face-to-face naar online communities brengt allerlei nieuwe rollen met zich mee voor de leden. Een van die rollen is ‘technology steward’. Wenger, White en Smith omschrijven deze rol als volgt:
“Technology stewards are people with enough experience of the working s of a community to understand its technology needs, and enough experience with technology to take leadership in addressing those needs. Stewardship typically includes selecting and configuring technology, as well as supporting its use in the practice of the community .” (bron)
Anders gezegd heeft de tech steward zowel inhoudelijke kennis van de community als veel kennis van de technologie die ‘te koop’ is om in de behoeften van de community te voorzien.
Verschillende activiteiten horen bij deze rol:
- begrip hebben van de community, zodat je kan voorzien in de behoeften van de groep, soms zonder dat het expliciet wordt gezegd;
- technologisch bewustzijn, zodat je weet welke tools beschikbaar zijn en de mogelijkheden ervan zijn;
- selecteren en installeren, op basis van de behoeften van de groep het juiste gereedschap kiezen en het dan ook kunnen installeren voor gebruik;
- adoptie en gebruik, ervoor zorgen dat je de leden ondersteunt bij het leren gebruiken van de nieuwe tools;
- dagelijks gebruik, bijvoorbeeld de software updaten, back-ups maken, maar ook nieuwe leden toevoegen en nieuwe toepassingen van de tools ontdekken en introduceren aan de groep.
De rol van tech steward hoeft niet exclusief van een persoon te zijn. Meerdere mensen kunnen deze rol tegelijkertijd vervullen. Het is zelfs belangrijk dat de groep niet teveel afhankelijk wordt van een enkele persoon die een dergelijke rol vervult. Iemand kan immers altijd besluiten de community te verlaten.
Deze rol wordt helaas ook vaak over het hoofd gezien bij het vormen van communities, maar juist doordat online communities zo afhankelijk zijn van technologie om goed te kunnen functioneren is deze rol cruciaal. Als een platform technisch niet voorziet in de basale communicatiebehoefte van de leden zal het nooit tot een actieve community leiden.
Hoe herken je dan een goede tech steward binnen jouw community? Veelal zijn tech stewards individuen die het van nature leuk vinden om te spelen met tools. Je herkent ze vast wel, zo’n type die jou als eerste uitnodigt voor het nieuwste online netwerk. Als zo iemand nou ook nog interesse heeft in hoe de activiteiten van de community uitgevoerd worden, heb je je technology steward te pakken.
Het is belangrijk dat de leden van je community weten bij wie ze aan kunnen kloppen met technische vragen, net zoals we op kantoor de conciërge weten te vinden als er een lamp op het toilet stuk is.
Ga voor jezelf nu eens na of je deze rol herkent bij je eigen community? Wie vervult deze rol? Misschien ben je het zelf wel. Weten anderen dat je deze rol vervult? En welke activiteiten je allemaal onderneemt om deze rol te vervullen?
-
Wat voor type facilitator ben jij?
Elke facilitator heeft een eigen stijl en aanpak. Hoe faciliteer jij? Wat kenmerkt jou? Ben je iemand die nadrukkelijk aanwezig is en een redelijk sturende rol heeft in het proces? Of vervul je vooral een rol op de achtergrond en laat je de groep zoveel mogelijk zelf aan het werk? Op de website van Anecdote vond ik een mooi overzicht van verschillende typen facilitators, met bij elk type een karakteristieke cartoon.
1. De onzichtbare facilitator
2. De kameleon
3. De dictator
4. De dirigent
5. Meebewegend
6. Als leren fietsen
Hoe bepaal je je stijl?
De stijl van faciliteren kies je voor een deel zelf. Een bepaalde stijl ligt je meer of minder. Ook de groep kan behoefte hebben aan een bepaalde stijl. Een groep met mensen die voor het eerst online werken, heeft behoefte aan een facilitator die zichtbaar aanwezig is en ondersteuning biedt. Een facilitator die niet alleen reageert op vragen die komen, maar ook pro-actief werkt door goed te observeren en in te schatten wat de groep nodig heeft.
Rollen online en face-to-face?
En er zijn belangrijke verschillen tussen face-to-face en online faciliteren. Als faciltator herken ik mezelf sterk in de metafoor van meebewegend. En dat probeer ik zowel in een face-to-face situatie als online te doen. Door goed te kijken wat er gebeurt in de groep. En daarbij aan te sluiten. Het ‘leren fietsen’ gebruik ik online sneller dan in een fysieke setting. Dit komt omdat bij het online werken vaak ook een technische component komt kijken. Deelnemers voor wie een online omgeving waar je mee werkt nieuw is. Je als facilitator opstellen als een kameleon spreekt me ook sterk aan. Ik interpreteer deze rol als een vorm waarbij je naast facilitator ook deelnemer bent. En daarin zit voor mij tot nu toe een belangrijk verschil met face-to-face faciliteren en online. Face-to-face ben ik voornamelijk bezig met het proces, de dialoog tussen deelnemers, het toewerken naar een gewenst resultaat, vormen om interactie te stimuleren en noem het maar op. Online ben je sneller ook inhoudelijk betrokken lijkt het. Je levert een bijdrage aan een discussie in het forum. Of je start een vraag rondom een inhoudelijk thema dat speelt binnen de groep.
Wat doe je online vanuit een bepaalde stijl?
Dit vind ik wel een boeiende vraag om eens te verkennen. Een eerste aanzet:
- De onzichtbare facilitator…. verzet veel werk achter de schermen door deelnemers te benaderen, uit te nodigen tot actie, deelnemers met elkaar te verbinden. Ook zorgt deze facilitator ervoor dat de online omgeving er prima uit blijft zien.
- De kameleon…. faciliteert door ook als deelnemer actief te zijn in de online werkomgeving. Is online actief en doet zo nu en dan een procesvoorstel (zullen we deze discussie…. is dit niet interessant voor… mij lijkt het aardig om…)
- De dictator…is zichtbaar aanwezig online en geeft instructies aan deelnemers: wat, wanneer te doen. Dit kan zowel procesmatig als inhoudelijk. Dit is wellicht ook iemand die nieuwe berichten die online geplaatst worden, goed- en af kan keuren.
- De dirigent…. verbind deelnemers aan elkaar, geeft helder aan wat het einddoel is en nodigt deelnemers uit om daaraan bij te dragen, rekening houdend met ieders talent. Als er samengewerkt dient te worden is deze facilitator degene die de structuur aanreikt en hierop faciliteert.
- Meebewegend…. is een facilitator die eerst eens bekijkt wat er online allemaal gebeurt om vervolgens op bepaalde plekken mee te doen of met een voorstel te komen voor vervolg.
- Als leren fietsen…. is iemand die in het begin begeleiding en uitleg geeft en dit geleidelijk aan afbouwt vanuit de gedachte dat de groep het op een gegeven moment zelf moet kunnen. De facilitatie zal in de loop van de tijd van focus veranderen, bijvoorbeeld van technisch naar proces.
Welke stijl heeft jouw voorkeur? En hoe uit zich dat online?
De ene stijl sluit de ander ook niet uit. Deze schets van stijlen is ook niet bedoeld om hokjes te vormen. Wel kunnen ze inspiratie geven. En werken als een soort reflectie op jezelf en de manier waarop je je online beweegt. Is dat wat je wilt? Vanuit welke beweegredenen doe je het zo? Is er misschien een stijl die je aanspreekt en die je tot nu toe zelf niet zo snel zal hanteren? Maar wel de moeite waard om je eigen palet aan mogelijkheden mee uit te breiden?
-
Rol van de facilitator – Gevoel van gezamenlijkheid en luisterende oren creëren
Door een organisatie (ICCO – Togetthere), die Junior Deskundigen (25 – 32 jaar) uitzendt naar ontwikkelingslanden, werd ik gevraagd om een electronische uitwisselingsseminar te faciliteren. Deze jonge deskundigen begeleiden lokale ontwikkelingsorganisaties met management expertise op het gebied van projectmanagement, onderwijs, mensenrechten en lokale economische ontwikkeling. Ze werken over diverse werelddelen, varieërend van Indonesië, Zimbabwe, Cameroen tot Peru. Tien adviseurs lieten via e-mail wisseling weten dat ze aan het virtuele seminar wilden meedoen.

Young professional in actie
Samen met de coördinator in Nederland van de uitzendorganisatie werd een e-onderzoek via Freeonlinesurvey uitgezet. Wat houdt je op dit moment bezig? Waar loop je tegen aan? Wat zou je tijdens het seminar willen bediscussiëren? Wie wil meedoen aan de opzet van het proces? Wie wil een artikel over de uitkomsten van het seminar schrijven? Dit waren een aantal vragen die in het onderzoek werden gesteld. Twee junior deskundigen lieten weten, dat ze mee wilden werken aan de opzet van het e-seminar. Het laatste is één van de cruciale randvoorwaarden als ik een e-conferentie of e-seminar faciliteer. Eigenaarschap en betrokkenheid van de deelnemers vanaf het begin is essentieël voor een actieve participatie van de deelnemers.

Begeleiding bij online communicatie
Tijdens een skype teleconferentie werd samen met de twee junior deskundigen de doelstellingen en het proces voorbereid. Mijn rol als facilitator was om mee te denken met de opzet van het seminar. Twee thema’s, die de junior deskundigen wakker hielden, werden geselekteerd. 1. Hoe kan ik collega’s bij mijn organisatieversterkingsinterventie betrekken? 2. Hoe kan ik netwerken effectief maken voor mijn lokale organisatie? Er werd gekozen voor een traject, dat 4 weken zou duren. Het seminar startte met een skype teleconferentie ter kennismaking, 1 week inventarisatie van ervaringen, 2 weken discussie over stellingen die gerelateerd waren aan de thema’s inclusief 2 skype teleconferenties en 1 week voor conclusies en evaluatie. We kozen voor skype en d-groups, een listserver discussiegroep, als media om ervaringen uittewisselen. We kozen bewust niet voor een discussieformum zoals Ning, omdat 25 % van de adviseurs slechte breedbandverbindingen hebben, soms geen electriciteit of online verbinding hebben. E-mail via de listserver is in dit soort situaties het meest effectief.

Opzet van een leerproces
Het seminar startte stroef. De eerst skype conferentie zou met 7 mensen beginnen, maar we bleven over met drie. Twee deelnemers moesten door onverwachte omstandigheden op hun werk verstek laten gaan, en twee anderen konden geen online of telefoonverbinding krijgen. We besloten de teleconferentie een week te verschuiven en een vragenlijst ter kennismaking werd via de d-group uitgezet. Daarna kwam de uitwisseling los. Mijn rol als facilitator was om mensen te prikkelen en te betrekken. Een aantal reageerden spontaan. Een aantal anderen betrok ik via directe mailwisseling en een ander weer via een telefoongesprek. Gaandeweg het proces werden deelnemers enthousiast. Het eerste thema “Hoe kan ik mijn collega’s betrekken?” genereerde de meeste aandacht. We besloten het tweede thema daarom terzijde te schuiven. Tijdens de skype teleconferenties verkregen we de benodigde diepgang in de discussies en waren we in staat om de impliciete kennis expliciet te maken. Eén van de Junior Deskundigen maakte namens de groep een verhaal, dat op een gezamenlijke weblog ”Everything you always want to know about capacity development werd gepubliceerd.

Simon face-to-face in actie als facilitator
Tijdens de evaluatie gaven deelnemers aan dat ‘t gevoel van gezamenlijkheid en ‘t delen van ervaringen dat jij niet de enigste bent, die tegen dilemma’s aanloopt, de belangrijkste opbrengst van het seminar waren.
Mijn rol als facilitator was om wat in de hoofden van de deelnemers zat expliciet op schrift te maken en het gevoel van gezamenlijkheid en luisterende oren te creëren.
Simon Koolwijk
Januari 2010
***** Dit artikel zal worden gepubliceerd in het boek “ Online leren en faciliteren - twitteren, bloggen en wiki-en in je werk “ geschreven door Joitske Hulsebosch en Sibrenne Wagenaar dat in het voorjaar van 2010 zal uitkomen.
-
Wat kun je als online facilitator doen om mensen met koudwater vrees te begeleiden?

- Image by mooste via Flickr
In november (vorig jaar kan ik nu zeggen!) hebben we de tweede workshop online faciliteren gehad. Een ruime week online en aan het einde een dag face-to-face. Ik ben erg voor het online beginnen. Het leuke was dat we vooraf in de geplande chats al een aantal vragen van deelnemers konden bespreken en met elkaar al veel goede tips konden verzamelen. Ook werd duidelijk wie al veel ervaring had en waarmee. Op de dag zelf konden we daarom een behoorlijke verdiepingsslag maken.
Een belangrijk terugkomende vraag (die auteurs over sociale media nooit behandelen omdat zij het hebben over de grote massa die al online is…) is hoe je nu om kunt gaan met mensen die online communiceren niet kennen/niet prettig vinden/of liever gewoon afspreken ‘want je hebt toch face-to-face contact nodig om samen te werken’. In de meeste groepen zul je deze mensen wel tegenkomen.
Wat kun je dan als online facilitator doen om te voorkomen dat ze helemaal niet mee gaan doen bij een online traject dat je hebt opgezet? Hier wat tips, oa. gebaseerd op de training en mijn eigen ervaring:
- Maak duidelijk dat het gewoon werk is, het kost tijd, dat moet je vrijmaken. Geef duidelijk aan hoeveel tijd en geef tips deze tijd te ‘blokken’ bv. in de agenda.
- Zorg voor een goede helpdesk. Niet alleen een verborgen email adres ergens op de site, maar biedt in persoonlijke berichten ook aan om te helpen.
- Stimuleer ze om het online communiceren een kans te geven. Zodat ze de tijd nemen om de tool te leren kennen. In het begin is het misschien wat dwalen, maar dat hoort erbij. Daarna pas oordelen. Geef mee dat het een leercurve is en dat het wat van je vraagt qua kwaliteiten.
- Benadruk dat het overweldigend kan zijn, en dat je moet durven te kiezen, je hoeft niet alles te volgen (werk vanuit je eigen focus, vraag, doel). Het is prima als je niet alle berichten leest.
- Adviseer deelnemers om korte sessies te plannen, maar wel regelmatig.
- Help ze met tips voor het bijdragen. Als het een forum betreft kunnen dit tips zijn als: “Schrijf korte bijdragen, dit is makkelijker te volgen en kost minder tijd. Je kunt ook beginnen met aangeven dat je het verhaal van iemand hebt gelezen en je het leuk vond. Stop niet teveel verhalen in 1 stukje. Aan de andere kant, kijk ook eens naar bijdragen van anderen voor voorbeelden.” Als het een teleconferentie is is het goed om de conventies uit te leggen zoals “Mocht je eerder weg moeten, zeg dan even dat je gaat ophangen.” Voor mensen die niet gewend zijn aan teleconferenties kunnen die hele nieuwe situaties zijn waarin ze niet weten wat te doen.
Meer tips of ervaringen?
Maak kennis met ons
Over onze samenwerking
Abonneer je op deze site
Recentste berichten
- Wat vraagt het gebruik van sociale media eigenlijk van je?
- E-conferentie!? Technologie voor het goede!
- De angst voor de techniek
Recente reacties
- Simon Koolwijk op Wat vraagt het gebruik van sociale media eigenlijk van je?
- Twitterchats: actieve communities op twitter | Frankwatching op Faciliteren van een Twitterchatsessie
- Het grote kleine onzichtbare (1) | Online Faciliteren en meer op Het grote kleine onzichtbare (2)

![Reblog this post [with Zemanta]](http://img.zemanta.com/reblog_e.png?x-id=7ab02969-ba79-44e8-b3fd-72c1d3330937)




![Reblog this post [with Zemanta]](http://img.zemanta.com/reblog_e.png?x-id=e982e5fd-1366-4ccf-9b2b-45536cb13c48)