Archieven voor de categorie ‘trainers’

  • Sociale media voor trainers: think differently

    Datum: 2012.01.11 | Categoriën: social media, trainers, Uncategorized | Antwoord: 0

    Blogpost ook geplaatst op mijn eigen blog

    Vrijdag doe ik een workshop over sociale media als leerinstrument voor trainers op het congres ‘Trends voor Trainers‘. Kun je niet komen, kijk dan eens of je de trends voor trainers kunt ontdekken via de hashtag #tvt12 op twitter. Je hoeft hiervoor geen account op twitter te hebben, je kunt #tvt12 gewoon intypen in de zoekbalk bovenaan de pagina. Of bekijk de presentatie hieronder. Ik hoop inderdaad dat sociale media als leerinstrument een nieuwe trend is, zoals Selma Foeken ook denkt in haar blogpost over online leren.

  • Hoe kun je leerprocessen faciliteren met sociale media?

    Datum: 2011.05.10 | Categoriën: Faciliteren, social media, trainers | Antwoord: 22

    Dit is een blogpost geschreven in voorbereiding op de middag op 19 mei georganiseerd door het IAF over het inzetten van sociale media door facilitatoren. Deelnemers worden gevraagd dit alvast door te lezen en graag te reageren door een reactie te plaatsen onderaan deze blogpost. Dan weten we al wat van jullie interesses en kunnen we ons daar beter tegen wapenen ;)

    We komen steeds meer trainers en facilitators tegen die tot nu toe vooral face-to-face werken en nu wel meer gebruik willen gaan maken van van sociale media om ook online uit te wisselen, vanuit de gedachte dat het een waardevolle aanvullende ondersteuning kan zijn voor de kwaliteit van het leerproces. Er zijn verschillende manieren waarop je sociale media in kunt zetten. Een model dat 3 verschillende manieren onderscheidt en daarmee richting geeft aan de vraag hoe je sociale media kunt gebruiken in e-learningtrajecten is ontwikkeld door Jane Hart:



    Dit model zou je ook kunnen gebruiken om na te denken over de rol van sociale media in face-to-face leertrajecten.

    (1) Wrap-around model: sociale aspecten van leren worden toegevoegd als extra element om trainer- en peer support te organiseren. Een voorbeeld is gebruik van Yammer of Twitter zodat deelnemers ook tussen f2f bijeenkomsten door contact kunnen hebben en uit kunnen wisselen over praktijkervaringen en vraagstukken gerelateerd aan de inhoud van het leertraject.

    (2) Integrated model: sociale aspecten van leren zijn geïntegreerd met de inhoud. De primaire focus van het leertraject blijft de inhoud, maar sociale media zijn een integraal onderdeel van de cursus. Zo kun je gebruik maken van een online community omgeving (e.g. Ning of een LinkedIn groep) waarmee je het leertraject online begint, tussen bijeenkomsten door gebruikt om aan specifieke opdrachten te werken en na de laatste f2f bijeenkomst kan het dienen als basis voor online coaching.

    (3) Collaboration model: sociaal leren en samenwerken vormen de basis van het leertraject. De inhoud wordt gemaakt in co-creatie met de deelnemers. Bij dit model maak je wellicht gebruik van een combinatie van sociale media die elkaar in het gebruik goed aanvullen: deelnemers vormen een Yammer-netwerk voor onderling contact, gebruiken Scrumble om online te brainstormen, werken met google.docs of een wiki om inhoudelijke ideeen verder uit te werken en gebruiken een unieke hashtag in Delicious om een collectief internetgeheugen met elkaar op te bouwen. Dit lijkt meer op een leernetwerk. De inhoud komt vanuit de groep.

    Zoals je ziet nemen sociale media van wrap-around naar collaboration model een steeds centralere rol in. Jane Hart waarschuwt bij het eerste model dat je dit met zorgvuldigheid moet gebruiken. Je moet een goede reden hebben om social learning toe te voegen, anders is het heel moeilijk om een ‘wrap around model’ werkbaar te maken. De kracht van het tweede model zit in een goede integratie van online en f2f leren. Zo pleiten wij ervoor om al bij het ontwerp van een leertraject beide vormen van leren mee te nemen en even sterk te ontwerpen, in te richten en te plannen. Zodanig dat online en f2f leren elkaar versterken. Zoek naar de juiste verbinding tussen online en face-to-face leren om de kracht van verschillende media te benutten. In het derde model vormen sociale media de basis van het leertraject en wordt deelname

    Belangrijk om je te realiseren is ook dat de inzet van sociale media uitgaat van een ander perspectief op leren, gericht op co-creatie en openheid en hiermee makkelijk(-er?) aansluit bij een sociaal-constructivistische visie op leren waarbij uitgegaan wordt van zelfsturing door deelnemers en het belang van interactie en conversaties tussen deelnemers. Sociale media stimuleren netwerken, uitwisselen van ideeën en ervaringen, samenwerken en sluiten daarom goed aan bij deze visie. Dit maakt ook dat je rol als trainer anders is bij wrap-around en integrated model dan bij het community model. Bij dit derde model ben je eerder een ‘tutor as an equal member of the learning group’, je helpt bij het creeëren van een krachtige leeromgeving. Dit neemt niet weg dat je sociale media ook bij trajecten ontworpen vanuit een andere leervisie in kunt zetten. Een andere indeling die sterk lijkt deze indeling van Jane Hart is van Dave Wilkins. Hij onderscheidt het embedded model, wrapped model en community model. Zijn blogpost hierover is de moeite waard om eens te lezen. Het model van Jane Hart kan je helpen na te denken over de rol van sociale media in jouw eigen leertraject en het maken van keuzes daarin als facilitator, procesbegeleider of trainer. Hoe centraal staan sociale media en online conversaties?

    We zien een grote verscheidenheid aan leerinterventies waarbij sociale media een belangrijke rol kunnen spelen. We maken zelf een onderscheid tussen kleinschalige en grootschalige activiteiten en een verschil tussen eenmalige leerinterventies of langdurende trajecten om deze interventies in te delen. Bij een kort traject maak je andere afwegingen dan bij een langlopend traject of netwerk, zo kun je investeren in het leren werken met een wiki in een netwerk, maar zul je dit niet zo snel doen voor een eendaagse workshop. Hiermee komen we tot het volgende schema met een aantal mogelijke leerinterventies die je kunt faciliteren met behulp van sociale media. Op de horizontale as vind je helemaal links leeractiviteiten bedoeld voor een kleine groep deelnemers (e.g. een training met 12 personen), en rechts de grootschalige activiteiten (denk aan een conferentie met 80 mensen). Verticaal maken we onderscheid tussen eenmalige leeractiviteiten (een 1-daagse workshop, training of conferentie) en langer lopende leerprocessen, zoals een leertraject van een jaar of een leernetwerk.

    Het type leerinterventie heeft invloed op hoe je sociale media in gaan zetten, al kun je daarin nog heel creatief zijn en is er geen eenduidige handleiding voor te maken. Een aantal voorbeelden:

    • Online kennismaking: Je faciliteert een training over breinleren en je wilt deelnemers al vantevoren betrekken bij het onderwerp. Door een online onderzoekje, een blogpost met daarbij de vraag aan deelnemers om hun vragen en verwachtingen te delen of je nodigt deelnemers uit te twitteren over hun ervaringen ten aanzien van breinleren, gebruikmakend van een voor deze groep unieke hashtag.
    • Conferentie2.0: Je bent betrokken bij een grootschalig  congres over leidinggeven en wil social media gebruiken om gedurende het congres een soort ‘backchannel’ in te richten. Middels Twitter en een twitterfountain die gedurende de dag voor iedereen zichtbaar is. Ook maak je gedurende de dag een aantal filmpjes die je beschikbaar maakt voor de mensen die niet konden komen of niet bij die workshop konden zijn.
    • Online follow-up: Je gelooft sterk in het principe van herhaling om iets dat je nieuw hebt geleerd te laten beklijven. Deelnemers stuur je na afloop van de training nog regelmatig een smsje met daarin een vraag of reminder. Of je nodigt ze uit om op twitter in contact te blijven.
    • Web-conferenties: Je werkt binnen een multinational en je wilt graag iets organiseren over het onderwerp ‘projectmatig werken’. Er is geen budget om voor dit onderwerp een grote internationale conferentie te organiseren. In plaats daarvan besluit je een web-conferentie van 2 dagen te organiseren. Je begint en eindigt met een open chat sessie en organiseert gedurende de twee dagen verschillende workshops van 1-1,5 uur met gastsprekers van binnen en buiten de organisatie.
    • Online follow-up: Je faciliteert een workshop bij een kinderopvangorganisatie over het gebruik van sociale media in het contact met ouders. In de workshop maak je een start met Yammer, om zo de discussie voort te kunnen zetten na de sessie.
    • Hybride leertraject: Je werkt langere tijd met een groep projectmanagers en hebt een online leerplatform (Ning, Moodle, ELGG) ingericht om het leren tussen bijeenkomsten door ook te ondersteunen. Inhoudelijk experts kunnen hier een rol hebben, deelnemers werken online aan producten en geven elkaar feedback, er lopen discussies die gaan over toepassing van nieuwe informatie in eigen werkpraktijk.
    • E-coaching: Je hebt enige tijd met een groep trainees gewerkt en de f2f ontmoetingen zijn afgelopen. Elke trainee gaat weer naar zijn eigen werkplek en jij begeleidt ze middels e-coaching bij het toepassen van het geleerde in de praktijk. Hiertoe gebruik je Skype, email en google.docs.
    • Online leernetwerk: Je wilt mensen ondersteunen bij het leren schrijven van goede blogposts. Hiertoe heb je een online handboek geschreven waar deelnemers 31 dagen mee kunnen werken. Parallel daaraan heb je een community ingericht waar gebruikers van dit handboek elkaar kunnen ontmoeten, elkaar feedback geven op geschreven blogpost en tips krijgen van jou als trainer. Daarnaast stuur je ze elke maandag een lijst met inspirerende blogpost onderwerpen en de vraag om specifiek op 2 blogposts van andere deelnemers feedback te geven.
    • Blogkermis: Je wilt als organisatie het denken over het gebruik van sociale media door non-profit organisaties stimuleren terwijl de meeste contacten al wel een weblog hebben. Je nodigt ze uit iedere maand over een inspirerende vraag te bloggen en maakt de resultaten beschikbaar via Twitter en je eigen weblog.
    • Online community: Over de hele wereld zijn beleidsmakers, onderzoekers en praktijkmensen bezig met een nieuwe benadering voor bosregeneratie. Je gebruikt Ning en Twitter om een online community te laten uitwisselen om zo innovatie te stimuleren, maar ook stuur je iemand naar een conferentie om daarover te bloggen. Zo maak je de informatie uit de conferentie toegankelijk voor de online community.

    Zo, dat staat er.  Het helpt ons om ons voor te bereiden en alvast zin te krijgen in de workshop. We hopen dat we jullie hier alvast mee aan het denken zetten, en dat we er 19 mei verder over door kunnen praten. Voor nu zijn we wel benieuwd naar jullie verwachtingen voor 19 mei. Heb je een traject waarbij je het gevoel hebt dat sociale media daarin van toegevoegde waarde zou kunnen zijn? Helpen deze schema’s en voorbeelden om hierover na te denken? Welke vragen zou je 19 mei in ieder geval beantwoord willen zien?

  • Boek recensie: Social media For Trainers

    Datum: 2010.11.19 | Categoriën: Facilitator tips, social media, trainers | Antwoord: 0

    Zoals beloofd hierbij de boekrecensie van Social media for Trainers door Jane Bozarth’s. Je kunt Jane ook op twitter volgen (@janebozarth). Ik volg online veel van de social media buzz, maar vaak is dat geschreven vanuit een marketing perspectief (af en toe lees ik zelfs Emerce, wel grappig om te zien hoe zo’n andere beroepsgroep uitwisselt!). Ik volg ook wat e-learning sites (ben zelf een blogger voor de e-learning learning site maar vaak gaat dat over allerlei Learning Management Systems etc waar ik helemaal niet in zit. Vandaar dat ik echt blij ben dat er een boek speciaal geschreven voor trainers en specifiek over het gebruik van sociale media/ free tools, een zeer duidelijke focus. (wie weet hadden wij ons eigen boek over sociale media voor professionals, organisaties en facilitatoren wat ZEEER binnenkort uit moet komen ook iets meer kunnen focussen?)

    Hoe dan ook, het boek van Jane Bozarth is zeer praktisch en heeft veel goede tips. Het legt uit wat tools zoals Facebook en Twitter kunnen betekenen voor trainers. Het richt zich op een basis niveau waardoor trainers met weinig sociale media-ervaring in staat zijn om de suggesties toe te passen en kunnen beginnen experimenteren. Helaas heeft ze gekozen om de mogelijkheden tool voor tool te bespreken (Twitter, Facebook, blogs, wiki’s en andere tools), waardoor het een beetje in herhaling valt. Veel praktische tips hoe de tools gebruikt kunnen worden in een online cursus of in aanvulling op een traditionele face-to- face cursus. De werkvormen zijn zeer inspirerend zoals het opzetten van een Twitter-debat of rollenspel op Twitter spelen, of bijvoorbeeld elke leerling een ander model laten onderzoeken, en dit te delen via Twitter. Ik leerde ook enkele nieuwe interessante tools zoals SocialOomph waarmee je vantevoren Tweets kunt schrijven die op een later tijdstip gepost worden. Dit is wel in strijd met het idee van real-time conversatie, maar kan van pas komen in de context van een meer gestructureerde cursus.

    Het meest interessante hoofdstuk voor mij was hoofdstuk 7 over ‘the bigger picture’. Hier definieert ze leren en sociaal leren. Ze koppelt leren aan het leren in sociale verbanden en aan de persoonlijke leernetwerken en communities of practice. De mogelijkheden om conversaties en dialogen uit te breiden zijn enorm met sociale media.

    Dus het is zeker een geweldig boek voor trainers die willen gaan experimenteren met het gebruik van sociale media!

  • Van virtueel klaslokaal naar workshop en weer terug

    Datum: 2010.10.12 | Categoriën: Faciliteren, trainers | Antwoord: 0

    Ik was gevraagd iets te schrijven voor het nieuwe NVO2 blog. Ik besloot dit gebruiken om eens te reflecteren op mijn verse ervaringen met het online starten van een half jaars leertraject. Het onderwerp past ook precies in dit blog, dus vandaar dat ik het ‘crosspost’ (hoe zeg je dat in het nederlands??)

    Samen met Sibrenne Wagenaar en Josien Kapma organiseer en begeleid ik een traject om organisaties effectief om te leren gaan met sociale media, en op een netwerk manier te gaan werken. We trainen en begeleiden een internationale groep, uit landen in Afrika, Europa, Azië en Zuid Amerika. We hebben ervoor gekozen de eerste drie weken online te beginnen en daarna een week in Amersfoort en zitten nu in de coachingsfase. Ik ben erg enthousiast over onze aanpak om online te beginnen. Gezien de positieve ervaringen zou je dit ook zeker met Nederlandse groep kunnen doen!

    Een aantal voordelen die ik zie:

    - Doordat we online begonnen, konden collega’s ook makkelijk aanschuiven, we hadden 65 mensen online, tegenover 15 in de zaal. Wat we wel zien is dat degenen die niet face-to-face kwamen, nu niet meer actief zijn, alhoewel er 1 zelfs enthousiaste collega is die zelfs de face-to-face oefeningen nu aan het doen is.

    - Het oefenen met een aantal tools (zoals skype) is makkelijker op afstand, je kunt dan tenminste echt oefenen (dus afstand heeft niet alleen nadelen). Dit zou ook gelden voor oefeningen met ander gedrag op de werkplek. Aan de andere kant viel de twitter oefening pas op zijn plek nadat mensen het face-to-face uitgelegd hadden gekregen.

    - De eerste dag was heel grappig, je kent elkaar al! De groepsdynamiek is daardoor heel anders, mensen zijn veel minder bezig met hun plaats in de groep bepalen. De sfeer is meteen relaxed.

    - Online is er veel ruimte voor iedereen. Als je een vraag stelt, kan iedereen antwoorden. Face-to-face zijn er veel mensen die zich inhouden als iemand anders praat. Hierdoor komen de kennis en ervaringen van de verschillende deelnemers veel beter uit de verf. Een deelnemer had veel interessante ervaringen om te delen, wat online goed zichtbaar was. Face-to-face was hij veel minder zichtbaar.

    - En last but not least, de lerende zit 3 weken lang in de ‘driver’s seat’. Online mag je wegklikken en iets overslaan, face-to-face is dit onbeleefd. Door het vooraf uitwisselen zijn mensen bovendien al aan het denken gezet. De trainers begrijpen veel meer van de situatie van de deelnemers dan via de intake.

    Zo klinkt het of er niets dan voordelen zijn. Toch zou ik het niet in iedere situatie doen. Het vraagt nogal wat tijd en aandacht van de trainers. De meerwaarde is ook lastig zichtbaar te maken. Zo ben ik ervan overtuigd dat mensen veel beter nadenken en de link naar hun praktijk maken doordat ze online al aan het denken zijn gezet. Echter, dit had misschien ook door het intakegesprek kunnen zijn. Voorlopig is het dus ook een persoonlijke overtuiging van het nut van online beginnen tot er goede onderzoeken naar zijn gedaan.

  • Flipchart of Twitter het belangrijkste gereedschap voor trainers?

    Datum: 2010.09.25 | Categoriën: social media, trainers | Antwoord: 1

    Flipchart- het belangrijkste gereedschap van trainers?  foto door hockadilly flipchart and chair

    Ik ben een grote fan van Clay Shirky’s book Here come’s everybody. Ik heb zelfs twee exemplaren, omdat ik er een gewonnen heb :) . Misschien dat ik deze in de training volgende week weggeef. Clay Shirky zegt het volgende: “social media don’t get socially interesting till they get technologically boring”. Met andere woorden, de grote revolutie in de manier waarop we samen werken en informatie delen en leren zal pas plaats vinden als iedereen handig is met de technologie, dus kan twitteren, bloggen etc. en zijn/haar weg weet te vinden. Ik ben erg benieuwd hoe het de wereld van trainers en opleiders dan zal veranderen. Samen met Schouten en Nelissen ontwikkelen we een leertraject ‘e-vaardig trainen en coachen’ waarbij we trainers en coaches willen inspireren om slimmer om te gaan met sociale media. Maar misschien onderschatten we ook wat er al gebeurt?

    Het valt me altijd op dat de marketing en media mensen toch voorop lopen in omarmen en experimenteren met sociale media. Dat ambtenaren niet voorop lopen.. is misschien verklaarbaar. Maar waarom trainers en procesbegeleiders niet? Dit blijft mij wel fascineren. Aan de ene kant zou het kunnen zijn dat het met de monopolisatie van kennis te maken heeft. Trainers (net als docenten) graag gezien willen worden als de authoriteit op een bepaald vakgebied en dit is makkelijker uit te stralen in een trainingssituatie dan online, waar je meer gelijkwaardig uitwisselt. Op Twitter staat niemand voor de groep. Het zou ook kunnen dat trainers genieten van de face-to-face dynamiek in een groep en daarop inspelen en overtuigd zijn dat dit online niet werkt. Of dat het vaak alpha mensen zijn, wat minder interesse voor techniek hebben en sociale media toch als iets technisch zien. (wat mijns inziens niet zo is..)

    Ben je een trainer en wil je wat inspiratie? In deze wiki van Beth Kanter staan alvast wat ideeën zoals het gebruik van Google Forms voor evaluaties, Delicious voor een online bibliotheekje, een Wiki als centrale plek voor een trainingsgroep, of Twitter integreren als backchannel.. Ik heb het boek van Jane Bozarth besteld, social media for trainers dus binnenkort een boekrecentie!

    Enhanced by Zemanta

Abonneer je op de blogposts

Via e-mail. Vul je e-mailadres in:

Door FeedBurner

Maandelijkse nieuwsbrief

Maak kennis met ons

Pagina’s op deze website

Over onze samenwerking

Meest recente berichten

Recente reacties

Onderwerpen

Archief van blogposts