Archieven voor de categorie ‘social media’

  • E-learning 2.0: Twitter, Youtube en Facebook als leerinstrument

    Datum: 2012.04.05 | Categoriën: Facilitator tips, social media | Antwoord: 0

    In mijn elab wordt hard gewerkt #ele12 on TwitpicGister heb ik een workshop gegeven op het E-learning event. Was ook erg leuk om sprekers als Hans de Zwart, Jane Hart en Bas Haring te horen. Jane Hart presenteerde een raamwerk over ‘the smart worker‘. Een smart worker is zich ten eerste bewust van het feit dat ze niet alleen leert door trainingen en opleidingen, maar continue, en dat dit ondersteunt kan worden door slim gebruik van sociale media. Ze presenteerde ook haar top 100 learning tools. De tools die ik als voorbeeld tools had gekozen voor mijn workshop (twitter, youtube en facebook) bleken op 1, 2 en 14 te staan, dus dat kwam mooi uit.

    Mijn workshop begon met een line up waarbij mensen aangaven of ze sociale media gebruiken (van 0 naar heel intensief). Grappig is dat ik dat al wat langer doe en je toch een verschuiving ziet. Er staat eigenlijk niemand meer op 0. Behalve een enkeling maakt eigenlijk iedereen gebruik van LinkedIn. Als ik daarna vraag of ze willen aangeven of ze sociale media gebruiken als leerinstrument schuift de hele groep op richting de o. Je zou kunnen concluderen dat mensen wel meer ervaring krijgen met de tools, maar nog niet veel ervaring hebben hoe je het in kunt zetten als trainer, facilitator of docent.

    Hierna kwam een presentatie: Ik heb eerste een introductie gegeven over E-learning1.0 en 2.0. Waarbij 2.0 voor mij de ontdekking is van sociaal leren binnen E-learning. E-learning1.0 gaat uit van een cognitivistische visie, waarbij vooral veel informatie wordt aangeboden, maar dit werkt lang niet in alle gevallen. Het werkt wel goed als je alle medewerkers even heel kort wilt uitleggen hoe het nieuwe administratiesysteem werkt maar minder goed bij complexere onderwerpen. Een heel goed artikel hierover vind ik nog steeds het artikel van Wilfred Rubens, E-learning trends en ontwikkelingen. Bij deze ontwikkeling hoort ook een verschuiving van ‘Learning Management Systeem’ naar het bieden van een ‘Social Learning Environment’. Het eerste is systeem wat veel organisaties inkopen waar ze hun cursussen en lesmateriaal neerzetten. In het tweede geval gaat staat het leren in communities en netwerken centraal, en kunnen de tools van alles zijn. Sociale media zijn hier vaak handig voor omdat het makkelijk delen, interactie en gebruikersvriendelijkheid al in de DNA van sociale media zit.

    Als voorbeeld heb ik laten zien dat je op Twitter bijvoorbeeld een uitwisseling rondom een hashtag kunt faciliteren of zelfs een twitterchat. Als er behoefte is aan veiligheid of beslotenheid kan dan ook binnen een besloten Yammer groep. Op Youtube kun je bijvoorbeeld een kanaal of afspeellijsten maken. Deze afspeellijsten kun je dan in een opleiding (blended of online) gebruiken maar is ook beschikbaar voor een bredere groep. Je creëert zo meer mogelijkheden tot interactie en leren dan als je alleen aan de groep denkt. Een kanttekening is wel dat dit voor veel mensen nieuw is, en met name het publiekelijk delen kan ongemakkelijk of onveilig zijn. Denk daarom altijd goed na wat je besloten en publiek doet.

    Ik kreeg verschillende vragen. Eén vraag ging over hoe je een interessant online netwerk vindt. Stel je bent leraar Nederlands, hoe vind je dan andere leraren op Twitter? Mijn antwoord is dat het goed is om ergens te kunnen beginnen. Twitter is je eentje is erg ongezellig, je moet een netwerk opbouwen. Vraag mensen in je netwerk of ze op Twitter zitten, ga op zoek via hashtags (gebruik de zoekfunctie). Doe eens mee aan een twitterchat, zoals #netwijs voor het onderwijs en ga een aantal interessante mensen uit die chat volgen. Hier is een lijst van allerlei internationale twitterchats. Je kunt ook verschillende twitter lijsten gebruiken zoals de nederlandse twittergids. Als je een keer begonnen bent, vind je vaak snel genoeg weer nieuwe mensen.

    Een andere vraag ging over een organisatie die e-learning modules heeft ontwikkeld en nu een sociale component wil toevoegen. Dit is lastig omdat het een andere manier van denken is, en je wellicht beter met communities kunt beginnen en de e-learning content naar je communities brengen dan hopen dat je learning management systeem sociaal wordt. Experts in de organisatie zullen niet snel regelmatig een leeromgeving bezoeken. Stel dat ze al wel regelmatig gebruik maken van tools als Yammer kun je beter daar beginnen.

    Zie hier de presentatie:

    Na de presentatie gingen mensen praktisch aan de slag met 4 handouts:

     

  • Social media als vliegwiel voor promotie van ‘Techniek’ als vak voor de toekomst!

    Datum: 2012.03.02 | Categoriën: Algemeen, Informeel leren, Online communities, Ontwerpen, social media, Uncategorized | Antwoord: 0

    Afgelopen week had ik het genoegen een Techniek Talent dag, georganiseerd door BureauTop,  bij te wonen op het Vakcollege Helmond.  Onder de vlag van de campagne leuze ‘Junior Vakkanjers’  gingen zes teams uit 6 steden uit de regio Zuid-Oost Nederland de strijd met elkaar aan om de beste en meest originele Spaceinvader te bouwen.

    BureauTop zet zich in voor het promoten van ‘Techniek’ als vak voor de toekomst onder jongeren.  De Techniek Talent dag – de ‘Junior Vakkanjers’, die in meerdere regio’s van Nederland wordt georganiseerd, is één van de activiteiten die BureauTop inzet om jongeren voor ‘Techniek’ enthousiast te maken. Volgens werkgelegenheidsramingen zal in het jaar 2016  een grote vraag zijn naar technisch opgeleide mensen zoals lassers, monteurs, loodgieters, electrotechneuten en high tech ontwerpers.

    Drie maanden voorafgaande de finale dag waren jongeren met het ontwerp van de Spaceinvador aan de slag gegaan. ‘Internet en sociale media hebben een belangrijke rol bij het ontwerp gespeeld’, vertelde één van de docenten uit Uden. Via internet verzamelden de jongeren bouwtekeningen, foto’s van prototypes en stroomschema tekeningen voor de electrotechniek. Via youtube filmpjes hebben ze zich op het bouwproces kunnen orienteren. Rolators, roelstoelen, metaalplaten, banden en andere materialen werden via marktplaats of sponsors ingezameld. ‘De jongeren zijn heel creatief!’  ‘Via facebook en twitter leggen ze allerlei contacten en zamelen op allerlei ludieke materialen in.   Als je met twitter  #durftevragen doet, kom je al een heel eind!’, vertelt een docent uit Helmond.

    Aangename verrassingen via sociale media

    Een collega docent uit Arnhem vult aan.  ’Als docent geven we de jongeren op school de basis. We leren ze de beginselen van metaalbewerking‘  en zijn in de meerderheid van onze tijd begeleiders die ze helpen struktuur te ontwikkelen. We luisteren, bouwen aan het contact en komen steeds meer in de rol van opvoeder en begeleider.’ ‘Het onderwijs is onderhevig aan verandering en gaandeweg gaat bij het oplossen van complexe technische vraagstukken informeel leren en sociale media een steeds belangrijkere rol spelen.’   Onze rol is ze de basis bijbrengen.  De andere rol is ze de juiste randvoorwaarden bieden om sociale media voor hun leerproces te benutten.’  ’By the way, in mijn vrije tijd zoek ik ook op het internet naar oplossingen, als ik mijn oldtimer repareer’.

    ‘Sociale media brengen soms aangename verrassingen’,  vertelt een docent uit Helmond. ‘Afgelopen week kreeg ik een uitnodiging om met een groep jonge studenten naar een onderzeeboot in Rotterdam te gaan. Via twitter en facebook hadden de jongeren zelf contact met de Marine gelegd en een excursie georganiseerd om kennis te maken met de techniek en mechaniek van onderzeeboten. Als je jongeren de juiste randvoorwaarden biedt, kunnen ze zelf veel organiseren.’

    Bouwen aan een community

    Sociale media spelen een belangrijke rol bij de competitie ‘Junior Vakkanjers’.   Foto’s, filmpjes en ervaringen over het maken van de’ Spaceinvadors’ worden gedeeld en geupload via www.facebook.com/vakkanjers .  Via Twitter #vakkanjers werd de belangstelling van het Brabants en Eindhovens Dagblad getrokken.

    Ben Krijgsman, co-ordinator van BureauTop‘Sociale media is onderdeel van onze communicatie strategie. Via onze t-shirts, banners, flyers zetten we ons in om jongeren, ouders, scholen en docenten een platform geven om een gezamenlijke identiteit op te bouwen, namelijk passie voor het vak Techniek!’  Krijgsman: ‘Het is een lange termijn investering. ‘Junior Vakkanjers moet een Brandname worden waar iedereen die een passie voor techniek heeft met plezier en beleving op terug kijkt.  Zo willen we bouwen aan een ‘community’ , die  Vakkanjers over heel Nederland bindt en verbindt’.  

    Krijgsman ‘Sociale media is in deze niet alleen een marketing tool, maar het is ook een medium waarmee je bouwt aan kennisontwikkeling.  Over 15 jaar zullen de deelnemers van vandaag, inspiratoren en kennisdelers zijn voor de toekomstige generatie. De ervaring van vandaag zal hun hele leven bijblijven en hen inspireren dit aan een volgende jonge generatie over te dragen.  We investeren nu in sociaal kapitaal.  Dat zijn de mensen,  maar sociale media is daarbij niet meer weg te denken……. Nu is het de uitdaging om de ontwikkeling van deze community te ondersteunen en vorm te geven.’

     

  • Digital habitats, technologies for communities: webinar with Nancy White

    Datum: 2012.02.15 | Categoriën: social media, Technologie stewardship | Antwoord: 25

    On the 21st of February, we will have our second webinar with international experts, from 15.30-17.00.

    Here’s the introduction to the webinar by Nancy White which she has also posted on her blog:

    As we prepared for the webinar, some of the random potential bits for discussion included the practice of tech stewardship, the pros and cons of  ”hopping across technologies,” the tension between thinking about the platform AS the community instead of the people — especially distributed communities, what it means to ‘be together” as a distributed group, more on online facilitation, and how to identify community activities and tools useful in supporting those activities. The webinar will focus mostly on the latter and we’ll use the Activities Spidergram from “Digital Habitats: stewarding technology for communities,” as a learning tool. But to set the stage, I wanted to write a bit about the other topics. Sort of a  lead in to the activities conversation. At the bottom of this post, I’ll link to all the artifacts we’ll use next week. And if someone prompts me, I’ll return after the webinar to post an update in the comments! (That means — show me you are interested/care!)

    What it means to be together using technology

    Groups, communities, pairs, networks are all about people connecting, being together in some way. In the “olden days” this meant being together face to face augmented by these artifacts which carried documentation of our being together called books, and letters that we slowly exchanged with each other via land based transport. Today we spend time with each other online — not just face to face. That may look like reading, replying to or retweeting messages via Twitter, interactions on Facebook, email, blogs, Skype, YouTube, Pinterest or any of hundreds of web based platforms. These platforms convey and hold the artifacts of our interactions. They are the digital traces of being together. But the EXPERIENCE of being together is something we create in our own minds as we navigate these artifacts. Without conversation with others, we may find our individual experiences of “being together” are, in fact, not at all similar. So the first key here is that being together, even technologically mediated,  implies that we have to reflect – at least a little bit – about shared or different experiences. Otherwise we may not be “being together.”  Sense-making is critical. So if I’m designing or facilitating a social strategy using online tools, I had better darn well design in process to facilitate reflection, sense-making and other similar types of conversations. Yes, conversations, which implies active listening — something you can’t always see or have in pure social media actions.

    One of the tough things about all this is how to understand what is working. Is there really connection? We tend to compartmentalize the tech into things like page views. But does that tell us about our quality of being together? Of learning? Of getting things done? Not really. So in thinking about being together in this age, we need new frameworks for assessment. A nice intro to thinking about communities and how to evaluate them comes from a short video from the USAID KM Impact Challenge

    Hopping across technologies

    If you accept my first proposition that being together requires some sort of sense-making/reflective aspect, lets add on a layer of complication: hopping across different tools and technologies. So not only are we not face to face, but we don’t necessarily interact as a full group, nor on a single communications tool and this may (and usually does) vary over time.  Community’s technological configurations change over time. Let’s pick this apart a bit.

    1. There is rarely just one tool. From Digital Habitats we framed the idea of configuration this way: “By configuration we mean the overall set of technologies that serve as a substrate for acommunity’s habitat at a given point in time—whether tools belong to a single platform,to multiple platforms, or are free-standing.”  For example, we may have a NING site, but we talk to each other on the telephone and no one every identified the telephone as an official community tool. ;-) Look around. Our configurations are rarely as simple as they look. Observe and notice what people are using. Explore if there is a shift from the official platform to others and use that usefully, rather than as a distraction.

    2. Togetherness does not imply only full group interactions. Side conversations and “back channel” are an intrinsic and important part of a community’s communication ecosystem.  We talk about “capturing” knowledge and having everything in one place, but the reality is that communities have all types of conversations and interactions. Some should stay small and private. Some should be captured and shared. And some will just happen. The key is that people are connected enough so that they DO happen. The interaction has primacy over the container or the captured artifacts … even if this seems counter-intuitive at times.

    3. People start where they are technologically comfortable, and move to what serves them over time. Now this may seem like a repetition of #1, but what I’m getting at here is change in technologies is actually part of the life-cycle of many communities rather than an aberration or fatal disruption. (Though, yeah, it can be fatal, but less often than we might expect!) The key lesson here is start where people are “now” and let the needs of the community, its appetite (or not) for experimentation and change drive the platform evolution.

    4. A change in technology may intrinsically change the interaction.  In our research for “Digital Habitats” we noticed that not only did technology change communities, but communities changed technologies. When members wanted or needed something, they invented new ways of using tools or scrounged for new ones.  When the motivation to do something together becomes more urgent and compelling than the platform, it’s affordances or constraints, you know something good is going on. So attention to the community’s domain, community and practice (see that video above!) should be front and center. Technology supports.

     Technology stewardship

    So if technology changes what it means to be together, if technology choices change over time, it is logical that stewarding that technology becomes part of the life of the community and there is an association between the people who do this and a role — a role we call technology steward. Technology stewards are people who know enough about technology to help scan for, select and implement tools and enough about their community to know what they need and what they want/can tolerate. This is not the traditional IT person or pure geek, but someone who straddles these two domains of knowledge and practice. They are bridgers. (You might enjoy this 6 minute audio from Etienne Wenger, John Smith and I on tech stewardship. ) For example, consider the person who can observe how others use a tool (even if it is different than how they themselves do), notice how it can be valuable to the community and share that practice with others. (An ethnographer!) You have to know the tool, but to observe and understand the practice — that is the magical sweet spot. (For an example, see John Smith’s post on Skype.)  Most of us who find ourselves in this role are in it accidentally. I think that is significant!

    Community activities and their technological support

    So this leads me to the bridge to our webinar next week. Flowing directly out of this idea of technology stewardship is the need for ways to identify important community activities as a precursor to selecting and deploying tools. In the work writing Digital Habitats we identified 9 community orientations which comprise sets of activities that we found happening pretty commonly across different kinds of communities. This slide deck gives a brief overview.

    A couple of key things the spidergram exercise has taught me are: 1) observe your community with an open mind rather than through your own preferences. I, for example, love asynchronous conversations, yet in many of my communities, they would not thrive without telephone calls. 2) You can’t prioritize all 9 orientations all at once, but they may shift over time. This impacts community leadership, facilitation, and technology. So as always, this is not primarily about the tech, but about the community. That seems like a “no brainer” yet time and time again we fall into the technology seduction trap! That leads us to community facilitation, but we’ll have to save that for another day!

    For participants of the webinar: to help us be prepared to USE the spidergram, I invite you to read this excerpted chapter from Digital Habitats: Digital Habitats Chapter 6.2 and then print out the last couple of pages of the spidergram activity found here: http://www.fullcirc.com/wp/wp-content/uploads/2011/06/SpidergramWorksheet2011.pdf With a pencil, start thinking about a group or community you are working with. What are the most important orientations and activities? What isn’t so important now? What might become important? What makes sense on this diagram and what doesn’t? (I have a few guesses!).

    We’ll use your preparation to help springboard our conversations during the webinar. Please share specific questions you would like to address via the comments to this blogpost.

  • Sociale media voor trainers: think differently

    Datum: 2012.01.11 | Categoriën: social media, trainers, Uncategorized | Antwoord: 1

    Blogpost ook geplaatst op mijn eigen blog

    Vrijdag doe ik een workshop over sociale media als leerinstrument voor trainers op het congres ‘Trends voor Trainers‘. Kun je niet komen, kijk dan eens of je de trends voor trainers kunt ontdekken via de hashtag #tvt12 op twitter. Je hoeft hiervoor geen account op twitter te hebben, je kunt #tvt12 gewoon intypen in de zoekbalk bovenaan de pagina. Of bekijk de presentatie hieronder. Ik hoop inderdaad dat sociale media als leerinstrument een nieuwe trend is, zoals Selma Foeken ook denkt in haar blogpost over online leren.

  • Social media are moving organisations from a ‘Hierarchical’ into a ‘Wirearchical’ approach

    Datum: 2011.12.19 | Categoriën: Facilitator tips, Informeel leren, social media | Antwoord: 4

    What do the words ‘Cynefin’,  ‘Daniel Pink’,  ‘Ted Talk’‘Big Marker’, ‘Twitter‘, ‘Fuzzy‘, ‘Alpe d’HuZes’ all have in common?  The relation is that participants of the webinar ‘Serendipitous learning’ learned something unexpected recently.  ‘A lot of our learning is accidently, we actually learn all the time’,  explains Jane Hart (C4LPT),  ‘We don’t necessarily know what we’ve learned, till we start to use the knowledge’. During the Flipped (social) webinar on the 15th December 2011 she shared her knowledge and experiences about serendipity.  ‘Enabling serendipitous learning is one of the major challenges, organisations are facing in the coming decade’.   ‘Organisations are moving from a culture of ‘command and control’ to one of ‘encourage and engage’, according to Jane.  One of her roles in her job as consultant, lecturer and researcher is to make people work smarter.

    Identify and encourage the people who like to share

    Learning is about sharing of knowledge, especially while using social media. It requires a certain culture of openess. What kind of factors influence the willingness to share?  What can we do as facilitators?

    Jane:  ‘Many people are happy to share. They do, because they want to and have a reason to do so. In organisations we have to tap into that approach. We can not force people to share,  however we can encourage them. We have to remember that people need a reason to share. So, as a facilitator help and encourage the people who are motivated to share and emphasize how important they are in their organisation or community. Show them the value of sharing, how it will be important and help the organisation or the community’.

    ‘An important pré-condition is to build a culture of trust.  People need to feel that they are not going to be reprimanded. Social media policies can be helpful, however it is usually about sharing with the outside world. Within the organisation it is more about the value to the organisation. There is a difference between sharing internally and externally. As facilitator be an example for others. Share stories about how it works for you. Storytelling is key in telling people how it works in social media. In terms of security, if you want to keep it entirely within the company, this is possible. There are a lot of ‘enterprise tools’ and ‘open source’ tools you can use and have them protected through a firewall, you own and control the data entirely’. If you host it outside in the cloud, you don’t control the security levels. However, the companies can explain you exactly how secure it is. 

    Towards a performance based approach

    We are moving from a command and control culture towards an encourage and engage culture. How will the role of managers look like in a culture of ‘encourage and engage’?

    Jane:   ‘Through the growing importance of social media and rapid external changes in the business environment, the role of managers will change.   The question,  “I need a training course” will not be the right point of departure in enabling people’s learning in organisations. “What is the problem you want to solve?”  will be the starting point in encouraging people to take responsibility in their own discovery path of learning.  What do you need to solve this problem?  What kind of expertise is needed? Where do you want to collect the information?  Who do you like to meet and connect?  How would you like to develop your competencies to solve this problem?  What kind of learning community might help you?  The managers role will change  from a controler into the role of a guide questioning and helping people to solve their problems’.   Formal learning such as face-to-face training courses will become less important.  Informal learningprocesses in organisations will increase in importance.  Connecting and helping to find the right people, creating an enabling environment will be crucial factors that will support people’s development in organisations. In a culture of ‘encourage and engage’ the manager will focus on relating learning to performance. What is the effect of learning on performance?  What works well?  What can be improved?  Social media will play an essential part in the process of sharing and connecting.  It  will move organisations from a ‘Hierarchical’ to a ‘Wirearchical’ approach in learning.

    ‘Easycratie’  , the 8-fields model of Kessels and Smit  and the article ‘Veranderingen in richten als leerproces – De rol van de manager’  are excellent  resource materials in empowering managers to move towards an ‘encourage and engage’ role in organisations.

    The community gardener, an insider or outsider?

    ‘Communities of Practise (CoP’s) are excellent places for formal and informal learning’  according to Jane Hart.  ‘Communities are about “collecting and connecting“.  They are the places where people can address their problems.  It enables serendipitous learning.  It is not necessary that CoP’s are big communities. It is rather the quality than the quantity, that determines the success of a CoP. Some people are active, others are less active. The old model for communities is 90-9-1 which symbolizes the composition of communities;  90 % are the quiet readers and followers, the so-called lurkers,  9 % are fairly active,  they read and respond,  and 1 %  are the core people running and keeping the community active is moving more towards a 70-20-10 model.  This does not mean that the lurking is hindering personal development.  Each person plays a role in the community. Lurkers will still learn by reading and following others. Organisations need to enable people and provide the right conditions (time, money and support) to encourage people’s participation in such communities.  Currently many self-employed consultant are active in online communities.  However, the changing demands in the working environment of organisations, will also foster the increament of participation of people working in organisations in social media platforms.

    Jane:  An important role in learning communities is there for the so-called “Community Gardener“. This person feeds the community with new ideas, new posts and encourages people to remain active’.   Jane prefers that the Community Gardener is a member of the community. ‘Outsiders can be helpful in the start-up phase, however insiders are needed to keep the community going’. 

    Facilitating serendipitous learning

    Can we help people to learn unintentionally? ‘Often browsing on the web is seen as distraction. We should emphasize that it important to stimulate out-of-the-box thinking and it challenges our mental models. Managers don’t see browsing on the internet as learning. We can promote serendipitous learning as a strategy. We also need to help people understand that you can’t manage and capture everybody’s learning. You can’t lock it up in a database. Most of what we learn is accidental, serendipitous. We can encourage and support it, and measure it’s impact on people’s productivity and performance.’ ‘Recognise that people do learn in that way. Learning professionals can help by showing places and tools to learn serendipitously and help find connections.’

    Intelligent filtering will be the next trend for learning organisations

    ‘Techcrunch’ and ‘Mashable’ are two resource sites which feed the professional garden of Jane with new tools.  ‘Learning is a life long process!  Passion, dedication and doing things from the heart, are the main ingredients. And what trend does Jane foresee for learning organisations in the future?  ‘Intelligent filtering will be the next stage in making people in organisations smarter.  By then we will not talk about social media, but about web 3.0 education models’.

    More resource materials:

    Jane Hart’s presentations at   >>>  http://www.slideshare.net/janehart

    Serendipitous learning:  Recognizing and fostering the potential of micro blogging

    John Moravec – Education futures -  The education 3.0 model   and a VPRO documentary about the Education 3.0 model

     

    The next webinar will deal about  engaging and activating online communities with Nancy White as expert.  The webinar will take place on 21st February, 2012 from 15.30 – 17.00 hrs Amsterdam GMT-1 time.  More information,  Faciliteeronline.nl

  • Creatief brainstormen online

    Datum: 2011.11.30 | Categoriën: Facilitator tips, social media | Antwoord: 0

    De skype staat open. Daarin las ik een vraag om naar Wallwisher te gaan en mezelf met een fotootje erbij voor te stellen. Naomi den Besten, Steven van Luipen en Simon Koolwijk faciliteren dit webinar. Leuke start! We kennen elkaar allemaal wel, maar mooi om te zien dat je Wallwisher op deze manier ook kunt gebruiken. Dit webinar gaat over social media tools die je kunt inzetten bij creatieve processen. Ben benieuwd. Ik blog mee tijdens dit webinar….

    Naomi introduceert de gedachte van design thinking, een methode die je kunt gebruiken bij ontwerpen en probleemoplossen, bestaande uit 5 stappen: (1) huidige situatie analyseren, (2) brainstorm over mogelijke aanpakken, (3) cluster de ideeën, (4) maak een aantal prototypes voor een idee, en (5) leg prototypes voor en voer uit. De fasen van convergeren en divergeren komen hierin duidelijk naar voren.

    Een paar tools die Naomi gebruikt bij dit ontwerpproces:

    • Voor een visuele brainstorm kun je gebruik maken van Pinterest (een online prikbord, moodboard). Hiermee kun je (gezamenlijk) een fotocollage maken, met bij elke foto een korte typering. En de mogelijkheid om op elkaars foto’s te reageren. Een alternatieve tool hiervoor is Imgspark.
    • Er bestaan ook geschikte social media tools voor een online brainstorm. In dit webinar oefenen we kort met Wallwisher en metSpiderscribe. Beiden werken heel gemakkelijk: je gaat er heen en als gebruiker kun je notities op een ‘vel, muur’ wall’ plakken met je ideeën erop. Je kunt deze ideeën clusteren, orderen, door ze te verplaatsen, een andere kleur te geven, ze te verbinden met lijnen (in Spiderscribe). Wallwisher is gemakkelijk in gebruik omdat je geen account nodig hebt om ermee te werken. Deelnemers hoeven dus niet in te loggen.

    Dan het maken van prototypes. Hoe kun je dat online vormgeven? Dat hangt natuurlijk af van de vorm waarin je een prototype maakt: wil je dit visualiseren, uitwerken in geschreven tekst (een verhaal), in de vorm van een mindmap. Naomi liet ons een voorbeeld zien van het gebruik van prezi, waarbij je sinds kort ook gebruik kunt maken van prezi-meeting; een manier om tegelijkertijd samen aan een prezi te werken. Gebruik je vooral geschreven tekst, dan kun je denken aan google.doc of een wiki.

    En voor het delen van de uitgewerkte prototypes online kun je tools gebruiken die je in staat stellen om je beeldscherm met anderen te delen. Hier kun je niet samen in werken, maar je kunt wel iets op je scherm duidelijk laten zien. Mogelijke tools zijn Teamviewer of Join Me. Wil je de mening van anderen horen over een uitgewerkt idee, dan kun je dit ook doen middels een online vragenlijst. Tools hiervoor zijn bijvoorbeeld SurveyMonkey of Google forms.

    Mooi kader om vanuit te werken! Simon neemt ons vervolgens mee in een oefening: een online stellingenspel. We gebruiken hierbij Spiderscribe. Met eens en oneens is een niet zichtbare lijn gemaakt op het scherm.

    We plaatsen allemaal onze naam op het scherm en kiezen een positie op de lijn nadat we een stelling hebben gekregen. In welke mate ben je het eens of oneens met de stelling en waarom? De kracht van deze werkvorm zit in de conversatie die je hebt naar aanleiding van gekozen posities. Deze conversatie voeren we via skype. Wat online mogelijk maakt is dat je de argumenten die men aandraagt bijhoudt. Je creëert een helder overzicht van deelnemers en verzamelde opbrengst. Je kunt zelfs het veranderen van positie weergeven, doordat deelnemers hun naam kunnen ‘verslepen’.

    Vervolgens hebben we met Spiderscribe een paar brainstormen gedaan. Werkte best goed. Elke deelnemer (we waren met 6) kreeg een stukje van het scherm toebedeeld om daarin te brainstormen. Vervolgens zijn we gaan clusteren: ideeën kregen per cluster een kleur en een naam. Hoe werkt dit anders dan een brainstorm in een f2f bijeenkomst? Tijdens het brainstormen kun je ideeën van anderen al lezen en deze als opstapje gebruiken (doorassocieren). Je bent eigenlijk niet bezig met de vraag van wie een idee afkomstig is. Je kunt er onbevooroordeeld naar kijken. Naast tekst kun je ook gebruik maken van afbeeldingen. En het geeft alle deelnemers een goed overzicht van de opbrengst. Tenminste, als je met de ideeën op het beeldscherm kunt blijven. Daar komt bij dat spiderscribe een laagdrempelige en makkelijke tools is om te gebruiken.

    Andere tools die je goed kunt gebruiken in zo’n ontwerpproces? Ben benieuwd wat jullie gebruiken!

  • ‘Serendipitous learning’ – webinar met Jane Hart

    Datum: 2011.11.25 | Categoriën: Informeel leren, social media | Antwoord: 0

    Gisteren bespraken we de term ‘serendipity’ in een gesprek over informeel leren waarbij iemand bedacht dat dit vast een land in Afrika is..  :) . Het lijkt niet een hele bekende term te zijn in het kader van het organiseren van leren. Misschien omdat het ook moeilijk te organiseren valt.. Toch is ‘serendipitous learning’ iets wat wel meer aandacht verdient. Daarom organiseren we 15 december van 20-00-21.30 een webinar over dit thema met Jane Hart, internationaal expert op het gebied van informeel leren in organisaties. Wat is serendipitous learning en hoe kun je dit met behulp van sociale media stimuleren?

    Van wikipedia over serendipiteit: Serendipiteit is het vinden van iets onverwachts en bruikbaars terwijl je op zoek bent naar iets anders. Het woord werd geïntroduceerd in het Engels door Horace Walpole in de 18e eeuw, in een brief waarin hij het had over een verhaal dat hij had gelezen, het Perzische sprookje De drie prinsen van Serendip (Serendip is een oude Perzische naam voor Sri Lanka). Het verhaal is eigenlijk niet zo’n goed voorbeeld van wat we nu onder serendipiteit verstaan: het is eerder een voorbeeld van inductie. In die context verwijst serendipiteit naar het vermogen van een alerte geest om uit toevalligheden conclusies te trekken. Anders gezegd: slimme, voorbereide mensen zijn beter in staat om daadwerkelijk ontdekkingen te doen aan de hand van het toeval.

    De ontdekking van penicilline en de post-its zijn bekende voorbeelden van toevallige ontdekkingen door serendipiteit.

    Post-its zijn een voorbeeld van serendipiteit (een toevallige uitvinding): de kleefstof uit de plakrand van de Post-its was al uitgevonden door onderzoeker Dr. Spence Silveren bestaat uit kleine kleverige bolletjes. Doordat slechts een klein oppervlak van deze bolletjes contact maakt met een vlakke ondergrond geeft dit een laag die goed plakt en toch makkelijk weer los te trekken is. De bedoeling van Dr. Silver was echter een zeer sterke kleefstof te maken en het praktisch gebruik van deze vinding was niet direct duidelijk. De uiteindelijke bedenker van de gele Post-it-velletjes was Art Fry Het verhaal gaat dat Fry gefrustreerd was over de boekenleggers die steeds uit zijn koorboek vielen. In een moment van eureka zou hij op het idee zijn gekomen om Silvers zelfklevende middel te gebruiken om een betrouwbare boekenlegger te maken. Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Post-it

    Zo zie je dat serendipiteit niet alleen neerkomt op het vinden van gekke nieuwe informatie, maar dat het gaat om het maken van verbindingen naar toepassingen, naar je eigen werk. Door middel van sociale media kun je serendipiteit stimuleren, niet alleen op het niveau van nieuwe uitvindingen maar ook op het niveau van creatieve oplossingen vinden voor moeilijkheden in je eigen werk.

    Jane Hart heeft veel geschreven over ‘the smart worker’. (slmmer werken).  De slimme professional is iemand die:

    Behalve het ‘smarter’ zou ik ook het creatieve aspect willen benadrukken en het maken van onverwachte verbindingen. Er hoort namelijk ook bij dat de slimme professional gebruik kan maken van serendipiteit door over de grenzen van zijn/haar vakgebied heen te kijken. Sociale media kunnen hierin een grote rol spelen bv. door de mogelijkheid om over de grenzen van je vakgebied heen te kijken. Herken je jezelf in deze beschrijving van de slimme professional? In dat geval zul je sociale media zien als een grote kans om te netwerken en leren. Hier is een TedTalk van Joris Luyendijk die het heeft over ‘share your learning curve’. Deel je leerproces zodat er nieuwe connecties kunnen ontstaan tussen vakgebieden en tussen mensen die een leerproces uit nieuwsgierigheid doorlopen (basis kan goed een blog zijn). Hij is begonnen met het delen van zijn zoektocht naar electrische autos.

    Wil je hiermee aan de slag in je organisatie? Jane Hart heeft ook een mooie blogpost geschreven getiteld: 10 steps for working smarter with social media, waarin je een aantal stappen kunt lezen om binnen organisaties het slimmer werken te stimuleren.
    Ben je geïnteresseerd in meedoen aan onze webinar? Meld je dan aan bij Simon Koolwijk e-mail. faccom@xs4all.nl telno.  06 106 24 575

  • Twitteren = leren?

    Datum: 2011.10.07 | Categoriën: social media | Antwoord: 0

    Deze blog is ook geplaatst op het NVO2 blog,
    een blog over HRD

    Ik ben regelmatig in gesprek over de rol van sociale media in leerprocessen. Soms hoor ik dan: ‘mmm, ja, maar twitteren is toch geen leren? De berichtjes zijn veel te kort!’. Je visie op leren bepaalt hoe je naar sociale media kijkt. Als je vanuit de stroming van behaviorisme naar twitter kijkt, zal het niet zo relevant zijn. Echter, als je vanuit het sociaal-constructivisme denkt is het veel makkelijker om twitteren te zien als onderdeel van leren (en iets wat je bij professionals zou moeten stimuleren!). Een goede samenvatting van verschillende stromingen wordt gegeven door Paul Keursten in het artikel: ontwikkeling van leren in organisaties. Op basis van dit artikel kijk ik naar de stromingen en wat mensen van twitter zullen vinden.

    Keursten beschrijft 5 stromingen:

    • Behaviorisme: leren als programmeren van gedrag. Dit doe je door het aanbieden van situaties, voordoen en oefenen van gewenst gedrag. Een voorbeeld hiervan is een cursus ‘feedback geven’. Je kunt mensen aanleren wat de juiste manier van feedback geven is. Twitter zal niet snel als belangrijk worden gezien, omdat je gedrag vooral face-to-face moet oefenen (hoewel er ook onderzoek is dat het ook innovatief via webcam kan).
    • Cognitivisme: leren als informatieverwerking, waarbij het denken en denkproces centraal staat. Door het cognitivisme hebben we het onderscheid tussen kennis, vaardigheden en houding scherper gemaakt. Deze benadering zie ik wel terug in veel congressen, waar de expert de deelnemers op de hoogte brengt van de nieuwste inzichten. Hoewel ik me hier soms over verbaas, blijft dit blijkbaar een vorm die goed werkt voor veel mensen. Twitter zal hierbij interessant als mensen maar linken naar artikelen delen.
    • Pragmatisme: leren door te doen. Deze benadering zie ik goed terug in bv. 23dingen.nl, een programma waarbij mensen over 23 nieuwe web2.0 tools kunnen leren door ze zelf toe te passen en ze te ervaren. Binnen deze stroming zal twitter ook niet zo belangrijk gevonden worden, want het gaat om de praktijk.
    • Constructivisme: leren door het ontwikkelen van een uniek wereldbeeld op basis van alle ervaringen. Leren is hierbij een proces waarbij een professional kennis toevoegt aan al aanwezige kennis. Bij deze stroming is zelfstandigheid en zelfsturing belangrijk zijn. Hierbij wordt twitteren al wel interessant, tenslotte kun je via twitter zelf kiezen wie je volgt, welke informatie je eruit filter.
    • Sociaal-constructivisme: leren door samenwerken. In deze stroming is leren het resultaat van interacties tussen personen. Bij deze stroming is leren in netwerken en communities belangrijk. Ik ben zelf wel een aanhanger van deze stroming en moet altijd wennen als anderen het belang van communities niet zien. Deze mensen zien twitteren als een belangrijk onderdeel van een leerproces. Tenslotte bouw je via Twitter je netwerk op/uit en kun je relaties onderhouden.

    Een aanvulling: Keursten had het nog niet over connectivisme, een stroming ontwikkeld door Siemens. (dank aan Ger Driesen voor deze aanvulling).

    • Connectivisme: is ontwikkeld omdat de vorige stromingen niet beinvloed waren door de mogelijkheden geboden door de technologie. Bovendien richten ze zich op het individue en niet op bv. leren in organisaties. Volgens Siemens is leren een proces wat chaotisch verloopt, en niet onder de controle van een individu. Connectivisme kan worden samengevat als ‘Ik gebruik de kennis van mijn netwerk’. Bij deze stroming is Twitter een bron van serendipiteit en zelf-organisatie.

    Wanneer je het gaat hebben over het gebruik van Twitter of Yammer (een interne twitter tool) binnen je organisatie is het daarom belangrijk om dit te doen in de context van je theorie achter de leerinterventies. Anders wordt het een ‘wellus’ ‘nietus’ discussie. Op welke manier kijk jij naar leren en ontwikkelen?

  • Hoe verandert internet jouw manier van denken en leren?

    Datum: 2011.08.17 | Categoriën: social media | Antwoord: 1

    Ik ging een keer met een buurvrouw mee de hond uitlaten (ik heb zelf geen hond). Ik was verbaasd over de hele nieuwe wereld die ik leerde kennen in mijn eigen wijk. Een hele groep van hondenbezitters die elkaar kennen, speciale veldjes die wel of niet handig zijn, honden die elkaar wel of niet mogen. Ik geniet altijd van zo’n nieuwe ervaring, alhoewel het niet altijd direct een inzicht oplevert. Vandaar dat ik het ook geweldig vind dat je via sociale media een kijkje in veel andere werelden kunt nemen. Internet geeft mij zeker een blik op nieuwe werelden, zo ben ik veel meer in contact met jongere mensen dan ik anders geweest zou zijn. Ook volg ik veel mensen uit de marketing hoek. Een discipline waar ik nogal wat vooroordelen over had (gladde snelle jongens) maar nu meer waardering voor heb. Nog wat voorbeelden:

    • Via facebook ben ik weer in contact met de directeur van een organisatie in Ghana waar ik in 2000-2002 organisatie advies aan heb gegeven. Heel mooi om te horen hoe hij er nu op terugkijkt en hoe het gaat.
    • Via skype heb ik af en toe contact met iemand een vriendin uit Kenya die in Delft studeert. Gewoon hallo zeggen, ik weet dat ze altijd laat studeert en dan online is via skype.
    • Ook via facebook zag ik door status updates dat de ramadan was begonnen. Zo kon ik moslim bekenden even laten weten dat ik meedenk.
    • Via een online community van non-profit professionals las ik dat hoe iemand Wordle gebruikte als introductieoefening. Die oefening heb ik ook al twee keer gebruikt in een workshop.

    Het is veel makkelijker om van veel op de hoogte te zijn. De ene keer is het direct nuttig, maar vaak ook niet.

    Ik heb in de vakantie het boek ‘Hoe verandert internet je manier van denken?’ gelezen. Deze vraag is aan 151 mensen voorgelegd en ze antwoorden allemaal in 2-3 pagina’s. Grappig om te zien dat het 151 andere antwoorden zijn! Dus ook niet makkelijk samen te vatten, maar wel heel inspirerend en veel herkenbaars. Een aantal mensen zegt eigenlijk dat internet niet hun manier van denken verandert, de meesten wel. Veel noemen het feit dat ze al tijdens het schrijven van het stukje verschillende dingen op internet hebben opgezocht en gelezen, en zo tot andere conclusies komen. Ze zegt Paul Bloom: ‘Ik besef door internet hoe aardig mensen kunnen zijn’, waarbij onbekenden hun tijd en kennis vrij weggeven. Haim Harari is een natuurkundige en ziet 3 grote veranderingen:

    • Berichten worden steeds korter, het gaat steeds meer om oneliners (met het gevaar van misleiding!)
    • Feiten zijn op internet beschikbaar, dus daar hoeven we minder over te denken. Denken gaat om feiten kennen, verbanden leggen, nieuwe ideeëen, hoofd en bijzaken onderschuiden, analyse, etc. Omdat feiten nu op internet beschikbaar zijn hoeven we daar minder aandacht aan te besteden. (wel met de waarschuwing dat je feit en pseudofeit uit elkaar moet houden op internet)
    • Het proces van leren en onderwijzen verandert diepgaand door alle mogelijkheden en gevaren van internet. Lessen van de grootste leraren ter wereld zijn beschikbaar, we hoeven minder feiten te kennen want altijd op te zoeken. Dit leidt tot een andere patroon van kennis, inzicht ontwikkelen en denken bij mensen. Dit is volgens hem nog onvoldoende doorgedrongen tot de onderwijs wereld. En volgens mij heeft het ook nog niet tot diepgaande veranderingen geleid in de trainings/opleidingswereld.

    Zelf is mijn manier van leren heel erg veranderd door internet en met name sociale media. Ik volg veel andere professionals, wat ze denken, doen, mee bezig zijn. Ik word er veel creatiever van. Ik ben ook wel een verzamelaar van informatie. Het gevaar is dat je niet genoeg tijd neemt om de informatie ook te plaatsen en er iets mee te doen, iets wat ook veel schrijvers in het boek noemen. Judith Rich Harris vergelijkt internet zelfs met een fles ketchup. Eerst kwam er te weinig uit, en nu een veel te grote klodder. Ik moet zelf ook uitkijken dat ik niet veel te veel informatie tot me neem en het dan niet meer verwerk, en het dus geen invloed heeft op mijn eigen professionele praktijk. Het komt voor dat mensen iets retweeten wat ze via mij gevonden hebben en dat ik het al weer vergeten ben! Ik kom zoveel mooie tools tegen, die ik niet allemaal uit kan proberen. Een mooie term van Brian Knutson (uit dit boek) is ‘survival of the focused’. Hij observeert dat sommigen als internetvaarder vooruit stomen, terwijl anderen hulpeloos rond laveren, terwijl hun aandacht wordt meegesleurd in een maalstroom.

    Goed gebruik maken van de goede kanten van de nieuwe mogelijkheden van leren en veranderen via internet en tegelijkertijd over de valkuilen heenstappen is de uitdaging van sociale media (en breder: internet). Voor mij is dat meer op kwaliteit richten en toepassen van nieuwe ideeën, zorgen dat het niet een brij van informatie is, maar dat het invloed heeft op je eigen professionele praktijk.

    Na het lezen van de 151 verhalen weet ik wel heel goed dat er geen eenduidig antwoord is op hoe internet denken en leren verandert. Maar ik ben wel benieuwd naar jouw ervaringen. Waar ben jij enthousiast over en wat zijn jouw valkuilen?

  • Virtueel lerend en faciliterend de herfst van 2011 in!

    Datum: 2011.07.15 | Categoriën: cursussen, Faciliteren, social media | Antwoord: 0

    Vanaf eind September 2011 biedt Faciliteeronline.nl een nieuw en verleidelijk aanbod op het gebied van ‘Online leren en faciliteren voor leerprocessen en veranderingstrajecten’. Wij bieden diverse ‘online en face-to-face bijeenkomsten’, die zowel kort- als langlopend zijn.
    Wil je proeven en bewust worden, wat er zoal mogelijk is met online leren en faciliteren en wil je met kortlopende bijeenkomsten beginnen, dan bieden we:

     
    1. Workshop ‘Sociale media voor facilitatoren’ – 30 september, 2011 in Seats2Meat, UtrechtTijdens deze 4 uur durende workshop maak je kennis hoe ‘sociale media’ voor leer- en organisatieprocessen in te zetten en krijg je inzicht welke vaardigheden voor een online facilitator nodig zijn om dit te begeleiden. Prijs € 195,- (excl. BTW). Lees meer >>> ‘Sociale media voor facilitatoren’

    2. Webinars met internationale experts
    Tussen 15 december 2011 en 24 mei 2012 zullen vier webinars worden georganiseerd met een aantal internationale experts op het gebied van online leren en faciliteren. Tijdens deze webinars zul je bijgepraat worden over de nieuwste ontwikkelingen en trends op het gebied van online uitwisseling door o.a. experts zoals Jane Hart en Nancy White. Prijs € 45,- (excl. BTW) per webinar. Lees meer>>> Webinars met internationale experts.

    3. Inspiratiesessies
    Tussen december 2011 en maart 2012 gaan we twee inspiratiesessies organiseren. De thema’s zullen later dit najaar worden vastgesteld. Rode draad is ‘online leren en faciliteren’. Lees meer >>>> Inspiratiesessies.

     

    Wil je meer verdieping en wil je concreet aan de slag met het opzetten van een online leerproces en veranderingstraject, dan bieden we vanaf’eind Oktober 2011 aan:

    4. Leergang ‘Sociale Media voor Leren en Veranderen in Organisaties’
    De leergang is een krachtig leertraject van 8 maanden gericht op het opzetten en inrichten van online leerprocessen en het leren en verbeteren van online facilitator vaardigheden. Tijdens de leergang wordt er gewerkt aan eigen casuïstiek. Deelnemers zullen veel ervaringskennis op doen. Prijs € 1.995,- (exclusief BTW)

    Lees meer>>> Leergang ‘Sociale Media voor Leren en Veranderren in Organisaties’.


    Wil je je alvast oriënteren op het gebied van het ontwikkelen van professionele compenties in het omgaan en toepassen van sociale media lees het boek ‘En Nu Online – auteurs Sibrenne Wagenaar en Joitske Hulsebosch of lees de blogartikelen op onze website: http://faciliteeronline.nl/

    We verheugen ons met jullie kennis te maken en jullie verder te ondersteunen met je eigen persoonlijke ontwikkeling als ‘online facilitator’ of ‘leer- of veranderingstraject ontwerper’.

Abonneer je op de blogposts

Via e-mail. Vul je e-mailadres in:

Door FeedBurner

Maandelijkse nieuwsbrief

Maak kennis met ons

Pagina’s op deze website

Over onze samenwerking

Meest recente berichten

Recente reacties

Onderwerpen

Archief van blogposts