Archieven voor de categorie ‘Faciliteren’
-
Jongeren actief met de camera en sociale media: Participatief Video Maken in Moldavië
Het leven van jongeren vandaag versus het leven van jongeren in het verleden uit de mond van volwassenen. Dit was het belangrijkste thema, dat jongeren uit Ulmu dorp te Moldavië van 1 – 3 november 2010 verfilmden tijdens de training Participatief Video Maken. Het videomaken werd begeleid door twee professoren en studenten van de Filmacademie te Chisinau, Moldavië. Ondersteuning bij de discussies werd geleverd door Pro Community Centre en Kontakt der Kontinenten.
Training
Voorafgaande aan de training had Pro Community Centre een oriëntatiedag georganiseerd, waar de jongeren door de professoren over het proces werden geinformeerd. Als opdracht werd de jongeren gevraagd om na te denken over het scenario en locaties/ personen te selecteren voor het verhaal. Jongeren kozen voor het thema; De Jongere van vandaag vs deze van het verleden. Tijdens de training bezochten jongeren 10 locaties in hun eigen woonomgeving om het verhaal te ontwikkelen. De bezoeken waren divers. Interviews werden gedaan met de burgemeester, een gehandicapte moeder, een bejaarde vrouw, een kleding fabriek, een jonge ondernemer en een gezin die lokale producten produceert.
Zie hieronder een 4-minuut impressie van het proces van participatief video maken.
De ontwikkeling van het scenario en het filmen maakten deel uit van de eerste twee dagen van de cursus. De laatste dag was gericht op het bewerken en discussies. Tegen het einde van de training was er een concept verhaal van 10 minuten klaar. Een kerngroep uit de jongeren club verrichtte de definitieve afrondingswerkzaamheden (vertaling, perfectionering, ondertiteling en het leren werken met videobewerking & editing) samen met de professoren van de filmacademie in de resterende weken van 2010. De film is nu in een afrondingsfase en zal tijdens een landelijke conferentie over jongerenwerk in Moldavië in maart 2011 worden gepresenteerd. Het proces van participatief video maken zal ook worden gedaan met jongerenclubs uit Varnita, Vadul Rascov en Cotiujeni Mari.
Lessen
De training leverde een aantal interessante lessen op. Hoogtepunten waren o.a. het filmen, het zelf doen en het kennis maken met de basisprincipes van het filmmaken.
Lessen waren er ook.
* Zoals meerdere malen gebeurt, kwam de groep tijd te kort. Het gebruik van een vervoersmiddel had op de tweede dag veel tijd kunnen besparen.
* Tijdens het proces werden er 5 camera’s gebruikt. Dit had een overwelmende invloed op een aantal geinterviewden. Limiteer daarom het gebruik tot 2 camera’s.
* Talrijke malen stelden de jongeren gesloten vragen aan de volwassenen. Het opnemen van het onderdeel interview technieken biedt daarom een meerwaarde tijdens de oriëntatiedag
* Het proces van video maken draagt bij aan ‘teambuilding’ en vergroot het bewustzijn over de professie van filmmaken.
* Door te werken met de Filmacademie van Chisinau werd er een basis gelegd voor verdere lokale capaciteitsopbouw en kennisontwikkeling op het gebied van participatief video maken. Ook werd door het inbouwen van het natraject met een kerngroep van jongeren een stimulatie ingebouwd om zelf met video aan het werk te gaan.
Jongeren zelf aan de slag
De training inspireerde de jongeren om zelf met de camera aan de slag te gaan en deze via sociale media te verspreiden. Gezamenlijk maakten ze een kerstboodschap, die op youtube werd geplaatst en via de Odnoklasniki (Oost Europese versie van facebook) werd rondgestuurd. Zie link: http://www.youtube.com/watch?v=bsP-vbpf2Ks
Het participatief video maken is onderdeel van het programma “Youth in the Centre’, dat wordt gefinancierd door Matra (Ministerie van Buitenlandse Zaken). Dit project is gericht op het opbouwen van duurzame structuren voor jongerenwerk in Moldavië. Het projekt is een samenwerkingsverband tussen Pro Community Centre, Kontakt der Kontinenten, Proni Centre for Social Education en Hogeschool Windesheim.
-
Verandering faciliteren met (online) video
Ik ben met een nieuw project gestart, waarbij video als middel in wordt gezet om een organisatie in beweging te krijgen. Het is een uitdaging die al lang op mijn wensenlijstje stond en nu ben ik dan eindelijk tegen een organisatie aangelopen die met mij de uitdaging aan gaat.
Vlak voor de zomervakantie was ik uitgenodigd door een klant om het succes van het evenement waar ik aan mee heb gewerkt te vieren. Ik heb gefilmd tijdens het evenement en elke dag samenvattingen gemonteerd. Tijdens het eten kwam het gesprek, hoe verrassend, uit op het gebruiken van video, en filmmateriaal in organisaties. De strekking van het verhaal was dat een van mijn tafelgenoten een idee had om iets met film te doen op zijn afdeling, want er moest een en ander gaan veranderen in de organisatie. Ik was meteen alert, want naar een dergelijke opdracht ben ik al een tijd op zoek. Ik legde uit dat je heel goed film zou kunnen gebruiken om gedrag en cultuur in een organisatie vast te leggen en vervolgens dat kan tonen als een spiegel.Welke bewoording ik precies heb gekozen weet ik niet meer, maar blijkbaar was het het juist. Tot mijn grote vreugde werd ik na de zomervakantie gebeld. Het filmproject moest er komen, maar ze wisten zelf niet hoe ze aan het filmen handen en voeten moesten geven. Of ik daar iets in kon betekenen. Zie daar, een perfecte match.
De organisatie waar het om gaat, ondergaat een ingrijpende herstructurering. Medewerkers uit verschillende afdelingen moeten ineens met elkaar gaan samenwerken. Doel van het project is om met beeld te laten zien wie er werken en wat er gebeurt in de organisatie en zo het gesprek op gang te brengen waar de medewerkers het allemaal voor doen, hoe ze dat doen en wat er verbeterd kan worden.
Vorige week is het project officieel van start gegaan. In een deel van de organisatie zijn 17 camera’s in omloop gebracht en ik heb de medewerkers die de rol van regisseur hebben gekregen, instructie gegeven over hoe ze kunnen filmen en hun filmpjes met de rest van de medewerkers kunnen delen.
In plaats van alleen maar te verzamelen en de beelden aan het projectteam te tonen, heb ik ervoor gezorgd dat de medewerkers hun filmmateriaal kunnen uploaden naar een website die afgeschermd is voor publiek. (Met dank aan mijn vrienden van 23Video die mij hebben geholpen om deze site in de lucht te krijgen.) Iedereen die de toegangscode heeft tot de site kan de filmpjes bekijken en er op reageren. Door gebruik van deze site is het ineens niet meer alleen een filmproject, maar ook een sociaal reflectieproces geworden. Op de website kunnen alle medewerkers het proces volgen en maken dus ook deel uit van het veranderproces.
Uiteindelijk zal ik in januari met het beeldmateriaal dat door de medewerkers wordt verzameld een film monteren welke laat zien wat dit deel van de organisatie doet en hoe de medewerkers er werken.
Het proces van verandering dat de onderlaag vormt van dit project is één van lange adem, maar zelfs na een week filmen doet het al aardig wat stof opwaaien in de organisatie. Beeldmateriaal is onvergeeflijk en ineens worden gezichten zichtbaar en daarmee ook de emoties. Of juist de afwezigheid daarvan.
Ik ben heel erg benieuwd hoe dit project in de komende weken zich gaat ontwikkelen. Samen met het projectteam ben ik de uitdaging aan gegaan, zonder echt precies te weten wat inhoudelijk het resultaat zal zijn. Gaandeweg ontdekken we zere plekken en gouden inzichten. Aan één ding twijfel ik geen moment: door te filmen brengen we wat in beweging.
(Voor de training moest ik natuurlijk wel alle 17 camera’s opladen voor gebruik)
Charging cameras from Elmine Wijnia on Vimeo.
-
Van virtueel klaslokaal naar workshop en weer terug
Ik was gevraagd iets te schrijven voor het nieuwe NVO2 blog. Ik besloot dit gebruiken om eens te reflecteren op mijn verse ervaringen met het online starten van een half jaars leertraject. Het onderwerp past ook precies in dit blog, dus vandaar dat ik het ‘crosspost’ (hoe zeg je dat in het nederlands??)
Samen met Sibrenne Wagenaar en Josien Kapma organiseer en begeleid ik een traject om organisaties effectief om te leren gaan met sociale media, en
op een netwerk manier te gaan werken. We trainen en begeleiden een internationale groep, uit landen in Afrika, Europa, Azië en Zuid Amerika. We hebben ervoor gekozen de eerste drie weken online te beginnen en daarna een week in Amersfoort en zitten nu in de coachingsfase. Ik ben erg enthousiast over onze aanpak om online te beginnen. Gezien de positieve ervaringen zou je dit ook zeker met Nederlandse groep kunnen doen!Een aantal voordelen die ik zie:
- Doordat we online begonnen, konden collega’s ook makkelijk aanschuiven, we hadden 65 mensen online, tegenover 15 in de zaal. Wat we wel zien is dat degenen die niet face-to-face kwamen, nu niet meer actief zijn, alhoewel er 1 zelfs enthousiaste collega is die zelfs de face-to-face oefeningen nu aan het doen is.
- Het oefenen met een aantal tools (zoals skype) is makkelijker op afstand, je kunt dan tenminste echt oefenen (dus afstand heeft niet alleen nadelen). Dit zou ook gelden voor oefeningen met ander gedrag op de werkplek. Aan de andere kant viel de twitter oefening pas op zijn plek nadat mensen het face-to-face uitgelegd hadden gekregen.
- De eerste dag was heel grappig, je kent elkaar al! De groepsdynamiek is daardoor heel anders, mensen zijn veel minder bezig met hun plaats in de groep bepalen. De sfeer is meteen relaxed.
- Online is er veel ruimte voor iedereen. Als je een vraag stelt, kan iedereen antwoorden. Face-to-face zijn er veel mensen die zich inhouden als iemand anders praat. Hierdoor komen de kennis en ervaringen van de verschillende deelnemers veel beter uit de verf. Een deelnemer had veel interessante ervaringen om te delen, wat online goed zichtbaar was. Face-to-face was hij veel minder zichtbaar.
- En last but not least, de lerende zit 3 weken lang in de ‘driver’s seat’. Online mag je wegklikken en iets overslaan, face-to-face is dit onbeleefd. Door het vooraf uitwisselen zijn mensen bovendien al aan het denken gezet. De trainers begrijpen veel meer van de situatie van de deelnemers dan via de intake.
Zo klinkt het of er niets dan voordelen zijn. Toch zou ik het niet in iedere situatie doen. Het vraagt nogal wat tijd en aandacht van de trainers. De meerwaarde is ook lastig zichtbaar te maken. Zo ben ik ervan overtuigd dat mensen veel beter nadenken en de link naar hun praktijk maken doordat ze online al aan het denken zijn gezet. Echter, dit had misschien ook door het intakegesprek kunnen zijn. Voorlopig is het dus ook een persoonlijke overtuiging van het nut van online beginnen tot er goede onderzoeken naar zijn gedaan.
-
E-conferentie!? Technologie voor het goede!
Voor de E-conferentie dacht ik dat de technologie meer nadelen had dan voordelen Deze gebeurtenis heeft mij geleerd dat je moderne technologieën kunt inzetten voor het goede! Ik heb veel geleerd over veldervaringen van anderen en hoe om te gaan met verschillende strategieën in het toepassen van Internationaal Humanitair Recht. Ik leerde met name van de praktijkverhalen uit Angola en de Democratische Republiek Congo en over hoe internationaal humanitair recht toetepassen. We hebben elkaar beter leren kennen, deelden onze ervaringen en hebben geleerd hoe onze collega’s omgaan met uitdagingen. Dit waren enkele van de opmerkingen van humanitaire hulpverleners van het ACT-Alliance-netwerk, die deelnamen aan een E-conferentie voor Humanitaire Hulpverlening en Internationaal Recht. Zie video:
Humanitaire Hulp en Internationaal Recht
Op 25 mei 2010 namen afgevaardigden van de ACT Alliance deel aan de startbijeenkomst van het seminar Humanitaire Hulp & Internationaal Recht. Dit 2-weekse seminar belichtte de vier principes van Internationaal Humanitair Recht; 1. Humaniteit, 2. Neutraliteit, 3. Onpartijdigheid en 4. Onafhankelijkheid. Belangrijkste doel van de bijeenkomst was om de theoretische principes te verbinden met de realiteit van het werk in het veld. De 22 deelnemers afkomstig uit Europa, Afrika, Azië en Latijns-Amerika deelden ‘succesverhalen’, ‘probleem cases’ en ‘fictieve scenario’s’ in de toepassing van Internationaal Humanitair Recht bij natuurrampen en gewapende conflicten. Het seminar is een initiatief van ICCOenKerkinActie en de ACT Alliance, begeleid door het Hendrik Kraemer Instituut.De E-Conferentie
Ter voorbereiding van dit 2-weekse seminar werd door het Hendrik Kraemer Instituut een E-conferentie gefaciliteerd in februari – maart 2010. Deze electronische bijeenkomst had als doel:1. Issues en vraagstukken voor het face-2-face seminar te identificeren;
2. Ervaringen uit te wisselen over de toepassing van de 4 principes van Internationaal Humanitair Recht in het veld;
3. Om vertrouwd te raken, om vertrouwen op te bouwen en een goede sfeer onder de deelnemers te creëren.
De elektronische conferentie duurde 6 weken. De Web 2.0-tools die voor het virtuele seminar werden ingezet waren skype, listserver discussiegroepen (D-groeps) en wiki. Tijdens de eerste week van de E-Conferentie deelden deelnemers ervaringen via de D-groep over hun functie, favoriete literatuur en verwachtingen voor de e-conferentie. Tijdens de tweede week introduceerde een van de deelnemers uit Angola een probleem case. Voor 2 weken werden soortgelijke ervaringen en vragen gedeeld via e-mail discussies, en dit werd afgerond met een tele-skype conferentie. Omdat we te maken hadden met verschillende tijdzones, werden er per dag 3 skype teleconferenties gehouden. Deze fase werd gevolgd door een tweede case afkomstig uit de Democratische Republiek Congo. Opnieuw met hetzelfde ritme en procedures.
Opbrengst
De E-Conferentie bracht volgens de deelnemers de volgende opbrengst op:1. Leermomenten en herkenning over elkaars praktische ervaringen in het veld bij de toepassing van internationaal humanitair recht bij noodhulpverlening;
2. Identificatie van brandende kwesties en leervragen voor het face-to-face seminar in mei-juni 2010;
3. Het creëerde een groep sfeer onder de deelnemers en een gevoel van gezamenlijkheid. Dit effende de weg naar een gemakkelijke en succesvolle start van het face-to-face seminar. -
De angst voor de techniek

- Image via Wikipedia
Ik word wel eens gebeld of ik weet waar je op moet letten als je een laptop koopt. Of mensen vragen of ik weet hoe je in outlook adreslijsten kan maken. Of wat een goede mobiele provider is. Dingen die ik helemaal niet weet. Zo laat ik het oplossen van computerproblemen altijd lekker aan anderen over. Mensen zijn ook verbaasd als ze ontdekken dat ik niet weet hoe ik het geluid van mijn mobieltje harder moet zetten (vaak zijn ze stiekum ook wel blij dat ik dat ook heb
. Ergens wordt mijn ICT-kennis overschat omdat ik veel met sociale media werk en online faciliteer. Ik vond het dus een feest van herkenning toen ik een poos gelezen op het blog van Marcel Kesselring las dat hij hetzelfde heeft: “Wat ik doe is geen ICT! En toch weet men mij altijd weer in dat hokje te plaatsen en waarom? Omdat ik goed met powerpoint om kan gaan? Omdat ik veel op het internet zit? Hoe kom ik van dat stempel af?”Op mijn eigen blog heb ik onlangs geschreven over verschillende taken van een online facilitator. Je kunt de taken op verschillende manieren indelen natuurlijk, maar ik heb de volgende hoofdcategoriën verzonnen na wat lezen en rondzoeken:
- Het managen/stimuleren van sociale netwerken
- Het proces van online leren en communicatie begeleiden
- Technische taken
- Monitoren van voortgang (dit klinkt misschien als een logische taak, maar is online belangrijker omdat je minder zichtbare feedback hebt zoals mensen die in slaap vallen..).
Het grappige is dat de technische taken dus maar één aspect zijn van online faciliteren terwijl de techniek en de tools vaak wel veel meer aandacht krijgen dan de andere taken. Oplossingen worden soms gezocht in de technische hoek, , terwijl het probleem ligt in het sociale proces, bijvoorbeeld de juiste mensen zijn nog niet aangehaakt. In onze training online faciliteren vroegen we deelnemers waar ze tegenop zien, en het merendeel van de antwoorden ging over haperende of falende techniek! Een skype-verbinding die wegvalt, een slecht geluid etc.
Ik denk dat deze angst voor de techniek een aantal face-to-face procesbegeleiders ervan weerhoudt om meer online te faciliteren, of dat deel aan iemand anders overlaten. Jammer, want ik denk dat dit juist de geweldige facilitatoren zouden zijn! Zelf ben ik niet bang om in tools te duiken maar kan er ook wel tegenop zien, zoals een nieuwe layout voor mijn weblog gaan maken. Herken je deze angst voor de techniek? Hoe ga je ermee om?
-
Video als digitaal gereedschap tot leren!
Van 14 – 23 april, 2010 bezocht een 20-koppige delegatie uit Moldavië Nederland om meer te leren over het jongerenopbouwwerk in Nederland. De delegatie bestond uit jongerenleiders, vertegenwoordigers van jongerencentra, NGO’s, het ministerie van jeugd en onderwijs, Moldova State University en de partner organisatie Procommunity Centre. De studiereis vormt onderdeel van het projekt ‘Youth in the Center’ (gefinancieerd door Matra) die beoogt het jongerenwerk in Moldavië op landelijk nivo te versterken. Het projekt bestaat uit een samenwerkingsverband tussen Kontakt der Kontinenten, Proni Centre for Social Education, Procommunity Centre en Hogeschool Windesheim.
Tijdens de studiereis werden jongeren opbouwwerk projekten bezocht in Wageningen/ Renkum, Friesland, Zwolle en Deventer. Om het leereffect en de samenwerking onder de delegatie leden te stimuleren kregen ze een opdracht mee om een gezamenlijke krant en video te maken. Op basis van interesse werd de delegatie in 4 teams verdeeld. Ieder team had een journalist, filmer, schrijver en regisseur en was verantwoordelijk voor een studiebezoekdag.
Het video maken had een experimenteel karakter. Op basis van een scenario/ film script maakte elke filmer een half uur aan shots per dag. Hiervoor werd een eenvoudige digitaal camera (jvc) gebruikt. Aan het einde van de dag werden de belangrijkste scenes geselekteerd. De groep streefde naar een combinatie van inhoudelijke en grappige elementen om het verhaal van hun studieweek te vertellen.
Opbrengst
Aan het einde van de studieweek kwam het filmteam met een video van 25 minuten, die werd gedeeld op de presentatieavond. De film was een afspiegeling van inhoudelijke lessen en grappige gebeurtenissen. “De opdracht dwong ons om interviews te doen en met de jongerenwerkers en jongeren in gesprek te gaan”, deelden de deelnemers. “In het begin was ons het nut niet duidelijk, maar nu we het hebben gedaan zien we de meerwaarde. “ “Graag hadden we meer tijd gehad om meer inhoudelijk te delen, want het programma was overvol” . “Ik heb nu iets in me handen wat ik met mijn collega’s en maatjes in Moldavië kan delen en laten zien”.
Een leuke bijkomstigheid was dat een van de deelnemers goed overweg kon met het videomonteren. Door toepassing van een gebruiksvriendelijk filmmontage programma (Adobe Premiere elements 8.0) kon op een snelle en eenvoudige wijze een filmproductie in elkaar worden gezet.
Zie hieronder een 4 – minuut impressie van de participatieve video.
Lessen
De video opdracht bracht ons de volgende leermomenten
* Streef met de video niet naar de hoogste kwaliteit van filmproductie. Het leren en ‘t proces om tot de video productie te komen zijn belangrijker.
* Niet iedereen uit de groep bleek een passie te hebben met het video maken. Richt je daarom op de personen die het filmmaken leuk vinden, en probeer anderen af en toe met een taak (zoals het interviewen) te betrekken en gebruik andere werkvormen die ‘t leerproces te bevorderen. ‘t krantmaken was een effectieve methode, die hand in hand ging, met het videomaken.
* ‘t gebruik van simpele video apparatuur en een éénvoudig en gebruiksvriendelijk filmmontage programma vergemakkelijkt ‘t proces om deelnemers vanuit de groep (met name jongeren kunnen er al goed mee overweg) zelf de filmproductie ter hand ter nemen. Hiermee ben je minder afhankelijk van filmprofessionals die ‘t proces op technisch vlak kunnen beinvloeden.
* Bouw voldoende tijd in voor evaluatie van de filmbeelden en discussie, zodat je daarmee het eigenaarschap voor de video maximaliseert. Tijdens deze studiereis hadden we er te weinig tijd voor ingebouwd.
* Een afgeronde film geeft de deelnemers een gereedschap in handen om hun boodschap met anderen te delen, die niet bij de reis waren betrokken.
-
Het grote kleine onzichtbare (2)
Veel activiteiten die horen bij een succesvolle discussiesite of online community zijn niet zichtbaar. Het zijn vaak kleine interventies buiten het zicht van de communitysite die maken dat mensen zich vertrouwd voelen en bereid zijn met elkaar in gesprek te gaan en lid te blijven. Juist door de onzichtbaarheid van deze rol en dus gebrek aan kennis erover komen veel online discussies niet van de grond. Dit is deel 2 van een tweeluik over de onzichtbaarheid van online faciliteren. Lees deel 1 ook.
De combinatie van kleine acties maakt dat er leven in de brouwerij komt. In deel 1 noemde ik een aantal voorbeelden waarbij door een simpele handeling, zoals het sturen van een enkele e-mail, een groep mensen in beweging komt. Of juist niet door het achterwege blijven van die kleine handeling.
Het lijkt wel een on-stuurbare onzichtbare hand in een online community die bepaalt of de community ook daadwerkelijk een community wordt en blijft. In werkelijkheid gedraagt deze hand zich zo praktisch als het maar kan. En juist omdat het zo praktisch is kun je het onzichtbare zichtbaar maken. Hoe? Nou gewoon, door te zeggen wat je doet. En dat is een activiteit die niet exclusief is voor de mensen die officieel de rol van moderator of facilitator op zich hebben genomen, maar door alle leden van de community.
Er zijn talloze activiteiten binnen een community. Hieronder benoem ik een aantal en hoe je dat terug kunt voeren naar de gemeenschappelijke site om het zichtbaar te maken.
Wees duidelijk over je rol. Op de meeste sites heb je een profielpagina waar je wat gegevens over jezelf kunt delen. Soms, maar lang niet altijd, wordt je ‘status’ bij je profiel vermeld: lid, eigenaar, moderator, en dergelijke. Wees duidelijk over de rol welke je hebt binnen de community. De meesten zijn gewoon lid, en die willen weten bij wie ze kunnen aankloppen met vragen over bijvoorbeeld inloggen, of het begeleiden van een discussie-deel. Richt daarom een aparte sectie binnen het online platform in voor vragen over techniek (de rol van de ‘technology steward’) en procesbegeleiding (de rol van de ‘online facilitator’), waarin de personen met deze rol zich voorstellen aan de groep.
Als lid van een online community stuur je bijvoorbeeld wel eens uitnodigingen naar mensen om ook deel te gaan nemen aan de groep. Dit kan een bekende zijn, of iemand die je tegenkomt op een bijeenkomst. Kondig aan binnen de community dat je deze persoon hebt uitgenodigd. Dat hun naam al genoemd wordt, geeft de persoon in kwestie ook meteen een warm gevoel bij eerste bezoek.
Als je verantwoordelijk bent voor de technische ondersteuning van de community, schrijf dan over de software-update die je hebt gedaan. Het lijkt voor jou misschien geen bijzondere activiteit, maar als de techniek niet meer werkt valt de groep uit elkaar.
Stuur je een nieuwsbrief naar de hele groep via de e-mail, publiceer deze dan ook in z’n geheel in het forum. Als mensen vragen of opmerkingen hebben die relevant zijn voor de hele groep, kunnen ze daar reageren, in plaats van alleen in jouw richting te antwoorden.
Soms heb je een met een ander lid van dezelfde community een interessante 1-op-1 discussie die ontstaat via e-mail of chat. Besef dat het misschien een relevante discussie is voor meer mensen binnen de community. Vat jullie privé-discussie samen, omschrijf iets meer over de context waarin deze discussie tot stand kwam en zet het in het forum om met anderen verder van gedachten te wisselen.
Veel communities hebben een hele sterke inhoudelijke focus waardoor deelnemers snel nauw betrokken zijn met elkaar. Soms werken ze ook met elkaar samen aan opdrachten. Ben jij met iemand van dezelfde community aan de slag? Schrijf op het community platform iets over je samenwerking.
In je rol als facilitator heb je waarschijnlijk meerdere kanalen waarmee je de mensen kunt volgen. Via Twitter bijvoorbeeld. Als je ziet dat iemand naar een inhoudelijk relevante conferentie gaat, vraag deze persoon daar een stukje over te schrijven op de communitysite en kondig dat alvast aan.Ik ben altijd heel nieuwsgierig naar hoe anderen te werk gaan, dus ik vraag je bij deze naar jouw manieren om je activiteiten binnen een community zichtbaar te maken. En dragen ze ook bij aan het levendig houden van de groep?
-
Jongeren in Moldavië wegwijs op het internet
Moldavië behoort met haar Bruto Nationaal Produkt tot één van de armste landen van Europa. Mocht je denken dat ze achterlopen op ‘t gebied van web 2.0, internet en inzet van moderne media, dat heb je ‘t helemaal mis. Tijdens ‘t projekt ‘Youth in the Center’ (een gezamenlijk projekt van Kontakt der Kontinenten, Proni Centre for Social Education, Pro Community Centre en Hogeschool Windesheim – Zwolle) hebben jongeren van 4 dorpen een internet platform via Odnoklasniki opgezet. Met deze russische versie van facebook wisselen jongeren ervaringen, foto’s en vragen met elkaar uit. Het platform werd afgelopen zomer geïnitieerd, nadat jongerenleiders uit 4 Moldavische dorpen aan een zomerschool hadden meegedaan.
Toen ik in maart jl. in Moldavië een training over professionele vaardigheden in het verkrijgen van een baan deed, deelden de jongeren foto’s en impressies via Odnoklasniki. Zie hieronder een youtube video, waarin één van de jongerenleiders over haar ervaringen vertelt.
Het projekt ‘Youth in the Center’ , gefinancieerd door Matra – Ministerie van Buitenlandse Zaken, heeft als doel bij te dragen aan het versterken van jeugdwerk op het platteland. Veel jongeren boven de 20 jaar vertrekken naar de grote stad of emigreren naar het buitenland. Circa 10 – 15 % van de Moldavische bevolking werkt in het buitenland. In veel dorpen op het platteland hebben jongeren weinig toegang tot culturele-, educatieve-, recreatieve- en werkondersteunende activiteiten. Internet vormt een uitzondering. Veel jongeren maken hiervan gebruik en spelen regelmatig spellen en vinden informatie via dit medium. Het projekt ‘Youth in the Center’ probeert een extra dimensie toe te voegen. Jongeren tussen de 14 – 20 jaar worden gestimuleerd hun eigen clubs op te zetten en te runnen met ondersteuning van volwassenen (ouders), gemeenten en lokale organisaties. Jongeren ontwikkelen hiermee sociale vaardigheden, ‘t werken in teams en doen door ‘t vrijwilligerswerk al professionel vaardigheden op. ‘t Projekt beoogt dat de clubs op lange termijn worden gecontinueerd. Odnoklasniki is één van de internet media en web 2.0 gereedschappen, die hier een rol in vervullen.
-
Help! Er gebeurt niets meer!
Stel je Henk voor. Henk werkt als opleidingsadviseur binnen een grote overheidsorganisatie. Onlangs is besloten dat het voor komend jaar belangrijk is om kennis en ervaringen uit te wisselen over werkplekleren. Er zijn al veel voorbeelden van werkplekleren die goed werken, alleen weet men dit niet van elkaar. Henk besluit een online forum te starten. Er zijn al meerdere forums over dit onderwerp gestart, je ziet ze overal om je heen. Hoe moeilijk kan het zijn? Henk kiest voor een gratis webtool, zorgt ervoor dat de omgeving er aantrekkelijk uitziet qua design, start een aantal discussies en begint met het plaatsen van wat berichtjes. En nu maar wachten tot anderen gaan bijdragen. Er gebeurt natuurlijk niets. Henk praat met wat collega’s, maar die delen zijn enthousiasme voor het forum niet zo. Wat nu?
Deze situatie komt heel vaak voor. In het Handboek Communities van Erwin Blom (gratis pdf) vind je veel ervaringsverhalen en praktische tips hoe een online community te starten en te begeleiden. Waardevol om te lezen als je met een community wilt beginnen! Een volgende lastige fase die ik veel tegenkom is die van ‘een paar weken later’. Hoe hou je beweging en interactie? Hoe zorg je dat er online iets blijft gebeuren? Hoe zorg je dat mensen terugkomen? En juist in die fase kun je als facilitator veel doen. Tips uit mijn praktijk:- Start een poll over een thema dat goed aansluit bij de community.
- Organiseer een f-2-f bijeenkomst en gebruik de online omgeving in de voorbereiding hier naar toe.
- Schrijf een blogpost en nodig achter de schermen een aantal leden van de community uit om daar op te reageren.
- Kijk of er leden zijn die zelf ook bloggen en nodig hen uit een link te maken naar de community.
- Interview iemand, maak een kort videofilmpje (heel makkelijk met The Flip) en nodig leden uit hier op te reageren.
- Nodig een aantal leden uit om zo nu en dan de rol van interviewer op zich te nemen. Zij gaan eens per maand op zoek naar een ander lid met een waardevolle ervaring om een korte blogpost over te schrijven.
- Start een kort experiment online en nodig een aantal leden uit daar aan deel te nemen.
- Zet een actief lid in het zonnetje.
- Bel eens aantal leden om te horen waar ze mee bezig zijn, wat ze inspireert, hoe ze de community ervaren, wat voor hen behulpzaam zou zijn binnen de community .
- Vraag leden om hun favoriete boek, het boek wat men nu leest, een foto van de eigen boekenkast te delen met anderen (een korte vraag waar je makkelijk even op reageert).
- Plan een synchrone online activiteit (Skype-sessie, gezamenlijke chat), wellicht als opstart van een online themaweek.
- Kies een artikel en start daaromheen een online discussie. Nodig zo mogelijk de auteur van het artikel uit om te participeren in de discussie.
Nou, tot hier maar even. Zin om mee te doen in het verzamelen van dit soort praktische ideeen? Ben benieuwd naar aanvullingen van jullie!
-
Faciliteren van een Twitterchatsessie
Ik heb nu aan drie Twitterchatsessies meegedaan. De eerste was ik te laat, ik kwam tegen het einde ‘aanzetten’. De tweede kon ik echt niet volgen, al de losse berichtjes. Ik ben afgehaakt. Driemaal is scheepsrecht en de derde keer was het wel grappig. Het was de chatsessie die Catharinus Doornbos, Trainer bij Station-to-Station en initiatiefnemer van Discussie Dinsdag elke dinsdag tussen 12 en 2 organiseert over ICT en onderwijs. Ik had wel het gevoel dat je vooral met de facilitator praat en minder als groep. Ik heb Rinus geïnterviewd over zijn manier van faciliteren van een twitterchat…
Waarom ben je begonnen met het faciliteren van Twitterchats?
Het begon met een filmpje, dat ik tegenkwam, over Teacher Tuesday in de VS. Leerkrachten, die discussieerden via Twitter. Door een hashtag (#) te gebruiken in alle tweets, was de discussie voor iedereen te volgen. In deze discussies kwam ik geweldige ideeën tegen en heel veel handige websites met tal van bronnen en tools voor het onderwijs. Ik schreef er een artikel over op het Edublog van Netwijs, de onderwijsafdeling van Station-to-Station. Ik sloot gekscherend af met de opmerking, dat we in Nederland wel een Discussie Dinsdag zouden kunnen beginnen. Daarop kreeg ik enkele reacties binnen. Omdat we het bij ons op de afdeling juist hadden gehad over innovaties op het gebied van onderwijs en ICT en daar meer aandacht aan wilden besteden, heb ik mijn collega’s opgeroepen mijn idee te steunen.
Hoe heb je het aangepakt om discussiedinsdag te starten?
Vervolgens heb ik een startdatum en tijdstip gekozen en ben die bijna elke dag via Twitter gaan communiceren met de te gebruiken hashtag #netwijs. Dat leverde nieuwe reacties op. Het aantal actieve deelnemers groeit langzaam. Het aantal volgers ongetwijfeld ook. Dat meet ik af aan de reacties achteraf en de toename van persoonlijke volgers tijdens de discussie. Vooralsnog zijn de deelnemers vooral mensen, die zich op de één of andere manier als professional bezighouden met onderwijs en ICT, maar niet meer zelf voor de klas staan. Nog weinig leerkrachten. Misschien door het tijdstip, misschien door onbekendheid.
Hoe faciliteer je de chat zelf tussen 12 en 2 uur?
Als discussieleider start ik de discussie met een vraag of stelling. Vervolgens probeer ik door te vragen op reacties van deelnemers of breng juist een tegengestelde vraag of mening in. Wat dat betreft is het niet anders dan een face-to-face-discussie leiden. De extra handicap is, dat je maar 140 karakters kunt gebruiken in je tweet of eigenlijk nog minder omdat je ook de hashtag en dergelijke moet gebruiken. Je moet dus heel erg to-the-point zijn. Voordeel is wel, dat je geen andere prikkels hebt, zoals gezichtsuitdrukkingen, gebaren of mensen die door elkaar praten. Iedereen komt nu gelijkwaardig aan het woord en je bent vrij om te reageren op wie je wilt. Ik zorg ook, dat ik ingelezen ben in het onderwerp en aantal leuke links paraat heb om tijdens dode momenten in de discussie te gooien. Ook tijdens de discussie ben ik regelmatig aan het zoeken op internet. Tijdens een gewone discussie heb je die gelegenheid niet. Nu kun je alles zo teruglezen wat je hebt gemist. Daarmee is het veel dynamischer.
Ben je tevreden over de chats?
Het resultaat tot nu toe is, dat ik mijn netwerk flink heb uitgebreid met mensen, die ik anders nooit ontmoet zou hebben! We delen kennis met elkaar over de muren van de school en het bedrijf heen en over de landsgrenzen heen. Daarnaast staat ons weblog veel meer in de belangstelling. Door de naam van onze afdeling als hashtag (#netwijs) te gebruiken, zorgen we voor naamsbekendheid en zetten we een imago neer, namelijk dat we kennis hebben van onderwijs, ICT en innovatie.
Wil je een keer meedoen met discussie dinsdag? Kijk dan op deze pagina van discussiedinsdag op ga gewoon naar Twitter tussen 12 en 2 en volg de hashtag #netwijs.
Abonneer je op de blogposts
Maandelijkse nieuwsbrief
Maak kennis met ons
Pagina’s op deze website
- Over ons
- Sociaal leren in organisaties: een strategie ontwikkelen in 8 stappen
- Video workshop
- Leergang
- Inspiratiesessies
- Webinars
- Gereedschap
- Maatwerk
- Workshops
- Contact
Over onze samenwerking
Meest recente berichten
- Yammer for internal knowledge sharing
- E-learning 2.0: Twitter, Youtube en Facebook als leerinstrument
- Social media als vliegwiel voor promotie van ‘Techniek’ als vak voor de toekomst!
Recente reacties
- Vergaderen? Alleen als er minder gepraat wordt! - Lifehacking op Hoe boei je de huidige leerling?
- Negen rollen van de facilitator; En nu online! « SPQR faciliteren op Zeven factoren voor een succesvolle online uitwisseling
- Het grote kleine onzichtbare (2) | En Nu Online op Het grote kleine onzichtbare (1)
![Reblog this post [with Zemanta]](http://img.zemanta.com/reblog_e.png?x-id=3d9a1af3-848f-4402-afac-54138c086516)

![Reblog this post [with Zemanta]](http://img.zemanta.com/reblog_e.png?x-id=7ab02969-ba79-44e8-b3fd-72c1d3330937)