• Wat vraagt het gebruik van sociale media eigenlijk van je?

    Sibrenne Wagenaar | Datum: 2010.07.02 | Categorie: Uncategorized | Reacties (0)

    Een RSS reader installeren is leuk om te doen. Maar wanneer ga je al die berichten ook lezen? Je hebt al een tijdje een LinkedIn profiel, maar je denk er niet aan om LinkedIn ook te gebruiken om een vraag aan je netwerk daar voor te leggen. En je ‘favorieten’ voortaan bewaren in een social bookmarking programma en dat ook gebruiken als bron van kennis en informatie als je een artikel ga schrijven… Het gebruik van sociale media vraagt om nieuw gedrag.

    Open source-denken
    Effectief gebruikmaken van sociale media vraagt om een bepaalde stijl van denken. Dit wordt ook wel de ‘open source style of thinking’ genoemd: ‘opening up access to information and ideas so as to generate new business opportunities, join a community that matters, and make a contribution to that same community’. Hier komt ook de uitspraak uit voort ‘give and you will receive’. Het web2.0 is gebaseerd op participatie en vrijelijk delen van ervaringen. Als je ervoor kiest om te participeren in sociale media, kies je ook voor participeren in een proces van online kennisdelen. Je gelooft erin dat wanneer je zelf iets geeft, je daar ook iets waardevols voor terug krijgt. Dat wordt wellicht niet direct zichtbaar. Je investeert als het ware in een opbrengst op de langere termijn. Dit vraagt om vertrouwen, openheid, en het vanuit een nieuwsgierige houding op een respectvolle manier met elkaar omgaan.

    Proactieve houding
    Niemand weet dat jij er bent als je niet zelf iets onderneemt. Je bent letterlijk onzichtbaar tot je iets laat zien. Hierbij helpt het als je helder hebt wat je eigen vragen zijn en wat je wilt delen met anderen. Wat maakt jou aantrekkelijk voor anderen? Waar ben jij naar op zoek? Laat dit zien door pro-actief te werken: leg contact, reageer, plaats een bericht. Kortom, neem initiatief.

    Feedback kunnen organiseren
    De gedachte ‘het wordt beter als anderen ernaar kijken’ past erg bij participatie in sociale media. Iets hoeft niet af te zijn. Of volledig doordacht. Maak gebruik van de meedenkkracht van anderen, benut je netwerk. Laat collega-professionals vanuit andere perspectieven met je meedenken en waardeer de feedback die je krijgt. Dit vraagt om de bekwaamheid om je eigen feedback te organiseren. En de durf om je kwetsbaar op te stellen.

    Stel je werkt al een paar dagen aan een blogpost. Je kunt ernaar streven deze helemaal perfect en af te maken. Op een bepaald moment is het ook gewoon goed om hem te publiceren. Geef anderen de gelegenheid om erop te reageren en hem aan te vullen. De dialoog die dan ontstaat, geeft naar alle waarschijnlijkheid weer nieuwe ingangen, ideeën en wellicht input voor een volgende blogpost.

    Snel informatie kunnen scannen en verwerken
    Sociale media leveren veel informatie en contacten op. Veel interessante weblogs om te volgen. Veel tweets gedurende een dag. Veel groepen en netwerken om je bij aan te sluiten. Veel discussies om te volgen. Veel ideeën om te beschrijven in je weblog. Veel tools om uit te kiezen. Veel… ga zo maar door. En het is prettig wanneer het je lukt om dit af en toe prima te vinden. Om het niet erg te vinden dat je niet alles kunt volgen. Je moet kunnen kiezen waar je aandacht aan gaat geven en waaraan ook niet. En durven loslaten. Verder moet je snel informatie kunnen verwerken en beslissen waar je wel en niet aandacht aan besteedt.

    Een balans vinden tussen afleiding en focus
    Natuurlijk werk je met een bepaalde focus, maar het is ook goed om je af en toe te laten afleiden online. Je hebt een bepaald interessegebied en van daaruit stel je vragen, zoek je informatie, doe je mee in dialogen en plaats je berichten. Je zoekt professionals met wie je inhoudelijke raakvlakken hebt, die jou inspireren. Maar soms is het waardevol om een ander paadje in te slaan en te zien wat dat je brengt. Of een reactie die je op een bericht krijgt die net in een andere lijn is dan je had verwacht, toch eens met een serieuze blik bekijken. De kunst is om te kunnen gaan met een zekere mate van chaos en werkenderwijs te ordenen.

    Eén ding tegelijk blijven doen
    Het lijkt misschien of je voor actief gebruik van sociale media moet kunnen multitasken. Je Twitter-account bijhouden, een beleidsplan schrijven en bellen tegelijk lijkt efficiënt. Onderzoekers van de University of North Carolina bestudeerden in 2007 wat er gebeurt wanneer in je hoofd twee verschillende taken met elkaar in concurrentie gaan. Zij ontdekten dat wat ‘multitaskers’ doen, in werkelijkheid bijna altijd ’switchtasken’ is. De hersenen switchen heen en neer tussen de verschillende taken, waarbij delen van de hersenen beurtelings worden uitgezet en opgestart. Aandacht voor een mailtje tijdens een telefoongesprek betekent dus wel degelijk minder aandacht voor het gesprek. Volgens de onderzoekers kun je door lange training echter wel leren routinetaken te ‘automatiseren’ waardoor je wel kunt combineren. In veel gevallen echter is het belangrijk om aandacht te hebben voor de taak waar je mee bezig bent, ook bij sociale media. Dus val niet in de valkuil om te veel tegelijk te doen en alles half te volgen.

    Herken je deze veranderingen? Aanvullingen? Vast! Meer hierover hebben Joitske en ik ook beschreven in ons boek over sociale media en leren, dat na de zomer zal verschijnen bij Bohn Stafleu van Loghum.

  • E-conferentie!? Technologie voor het goede!

    Simon Koolwijk | Datum: 2010.06.21 | Categorie: Uncategorized | Reacties (0)

    Voor de E-conferentie dacht ik dat de technologie meer nadelen had dan voordelen  Deze gebeurtenis heeft mij geleerd dat je moderne technologieën kunt inzetten voor het goede! Ik heb veel geleerd over veldervaringen van anderen en hoe om te gaan met verschillende strategieën in het toepassen van Internationaal Humanitair Recht. Ik leerde met name van de praktijkverhalen uit Angola en de Democratische Republiek Congo en over hoe internationaal humanitair recht toetepassen. We hebben elkaar beter leren kennen, deelden onze ervaringen en hebben geleerd hoe onze collega’s omgaan met uitdagingen. Dit waren enkele van de opmerkingen van humanitaire hulpverleners van het ACT-Alliance-netwerk, die deelnamen aan een E-conferentie voor Humanitaire Hulpverlening en Internationaal Recht. Zie video:

    Humanitaire Hulp en Internationaal Recht
    Op 25 mei 2010 namen afgevaardigden van de ACT Alliance deel aan de startbijeenkomst van het  seminar Humanitaire Hulp & Internationaal Recht. Dit 2-weekse seminar belichtte de  vier principes van Internationaal Humanitair Recht; 1. Humaniteit, 2. Neutraliteit, 3. Onpartijdigheid en 4. Onafhankelijkheid. Belangrijkste doel van de bijeenkomst was om de theoretische principes te verbinden met de realiteit van het werk in het veld. De 22 deelnemers afkomstig uit Europa, Afrika, Azië en Latijns-Amerika deelden ’succesverhalen’, ‘probleem cases’ en ‘fictieve scenario’s’ in de toepassing van Internationaal Humanitair Recht bij natuurrampen en gewapende conflicten. Het seminar is een initiatief van ICCOenKerkinActie en de  ACT Alliance, begeleid door het Hendrik Kraemer Instituut.

    De E-Conferentie
    Ter voorbereiding van dit  2-weekse seminar werd door het Hendrik Kraemer Instituut een E-conferentie gefaciliteerd in februari – maart 2010. Deze electronische bijeenkomst had als doel:

    1. Issues en vraagstukken voor het face-2-face seminar te identificeren;

    2. Ervaringen uit te wisselen over de toepassing van de 4 principes van Internationaal Humanitair Recht in het veld;

    3. Om vertrouwd te raken, om vertrouwen op te bouwen en een goede sfeer onder de deelnemers te creëren.

    De elektronische conferentie duurde 6 weken. De Web 2.0-tools die voor het virtuele seminar werden ingezet waren skype, listserver discussiegroepen (D-groeps) en wiki. Tijdens de eerste week van de E-Conferentie deelden deelnemers ervaringen via de  D-groep  over hun functie, favoriete literatuur en verwachtingen voor de e-conferentie. Tijdens de tweede week introduceerde een van de deelnemers uit Angola een probleem case. Voor 2 weken werden soortgelijke ervaringen en vragen gedeeld via e-mail discussies, en dit werd afgerond met een tele-skype conferentie. Omdat we te maken hadden met verschillende tijdzones, werden er per dag 3 skype teleconferenties gehouden.  Deze fase werd gevolgd door een tweede case afkomstig uit de Democratische Republiek Congo. Opnieuw met hetzelfde ritme en procedures.

    Opbrengst
    De E-Conferentie bracht volgens de deelnemers de volgende opbrengst op:

    1. Leermomenten en herkenning over elkaars praktische ervaringen in het veld bij de toepassing van internationaal humanitair recht bij noodhulpverlening;
    2. Identificatie van  brandende kwesties en leervragen voor het face-to-face seminar in mei-juni 2010;
    3. Het creëerde een groep sfeer onder de deelnemers en een gevoel van gezamenlijkheid. Dit effende de weg naar een gemakkelijke en succesvolle start van het face-to-face seminar.

  • De angst voor de techniek

    Joitske Hulsebosch | Datum: 2010.06.08 | Categorie: Faciliteren | Reacties (0)

    Figure 20 from Charles Darwin's The Expression...
    Image via Wikipedia

    Ik word wel eens gebeld of ik weet waar je op moet letten als je een laptop koopt. Of mensen vragen of ik weet hoe je in outlook adreslijsten kan maken. Of wat een goede mobiele provider is. Dingen die ik helemaal niet weet. Zo laat ik het oplossen van computerproblemen altijd lekker aan anderen over. Mensen zijn ook verbaasd als ze ontdekken dat ik niet weet hoe ik het geluid van mijn mobieltje harder moet zetten (vaak zijn ze stiekum ook wel blij dat ik dat ook heb :) . Ergens wordt mijn ICT-kennis overschat omdat ik veel met sociale media werk en online faciliteer.  Ik vond het dus een feest van herkenning toen ik een poos gelezen op het blog van Marcel Kesselring las dat hij hetzelfde heeft: “Wat ik doe is geen ICT! En toch weet men mij altijd weer in dat hokje te plaatsen en waarom? Omdat ik goed met powerpoint om kan gaan? Omdat ik veel op het internet zit? Hoe kom ik van dat stempel af?”

    Op mijn eigen blog heb ik onlangs geschreven over verschillende taken van een online facilitator. Je kunt de taken op verschillende manieren indelen natuurlijk, maar ik heb de volgende hoofdcategoriën verzonnen na wat lezen en rondzoeken:

    • Het managen/stimuleren van sociale netwerken
    • Het proces van online leren en communicatie begeleiden
    • Technische taken
    • Monitoren van voortgang (dit klinkt misschien als een logische taak, maar is online belangrijker omdat je minder zichtbare feedback hebt zoals mensen die in slaap vallen..).

    Het grappige is dat de technische taken dus maar één aspect zijn van online faciliteren terwijl de techniek en de tools vaak wel veel meer aandacht krijgen dan de andere taken. Oplossingen worden soms gezocht in de technische hoek, , terwijl het probleem ligt in het sociale proces, bijvoorbeeld de juiste mensen zijn nog niet aangehaakt. In onze training online faciliteren vroegen we deelnemers waar ze tegenop zien, en het merendeel van de antwoorden ging over haperende of falende techniek! Een skype-verbinding die wegvalt, een slecht geluid etc.

    Ik denk dat deze angst voor de techniek een aantal face-to-face procesbegeleiders ervan weerhoudt om meer online te faciliteren, of dat deel aan iemand anders overlaten. Jammer, want ik denk dat dit juist de geweldige facilitatoren zouden zijn! Zelf ben ik niet bang om in tools te duiken maar kan er ook wel tegenop zien, zoals een nieuwe layout voor mijn weblog gaan maken. Herken je deze angst voor de techniek? Hoe ga je ermee om?

    Reblog this post [with Zemanta]
  • Tot zover gratis

    Elmine Wijnia | Datum: 2010.05.26 | Categorie: Algemeen | Reacties (0)

    Ning, één van de grootste community-platforms, heft zijn gratis accounts op In het vervolg moet iedereen die een netwerk via Ning wil oprichten of in stand houden, betalen.

    Ook wij maken veelvuldig gebruik van Ning. Voor onze workshops, voor onze eigen netwerken en voor onze klanten. Het is, was dus, een goed uitgeruste dienst waar je snel en gratis een website kon inrichten gericht op het uitwisselen van groepen. Ning blijft, maar het gratis verdwijnt.

    Veel Ning-gebruikers zijn nu op zoek naar alternatieven, hun sites aan het migreren en zijn, misschien wel voor het eerst geconfronteerd met de consequenties van ‘gratis’. Even voor de duidelijkheid, ik ben niet kritisch over de beslissing van Ning. Er staan mensen op de loonlijst, dus ze zullen op zoek moeten naar een bedrijfsmodel waarbij de balans links en rechts van de streep in evenwicht is. Ning geeft gebruikers de mogelijk hele sites te migreren, zodat ze elders verder kunnen als ze besluiten niet voor een account te betalen en voor sommige reeds betalende gebruikers wordt het zelfs goedkoper. Het is voor Ning een schiftingsmethode: welke klanten zijn bereid in ons te investeren, zodat we onze dienst voort kunnen zetten en verbeteren. De basiskosten liggen laag, dus groepen die hun community serieus nemen, zijn bereid die investering te doen. Anderen, die zichzelf ook serieus nemen, maar geen financiering hebben of kunnen vinden, gaan op zoek naar andere diensten waar het wel (nog) gratis is en de rest, de rest verdwijnt van het web. Het kaf van het koren wordt gescheiden.

    Het zette me wel aan het denken. Achter de schermen zijn we aan het bedenken hoe we een community op kunnen zetten om het thema Online Faciliteren. In eerste instantie heb ik een Ning ingericht, maar waren door drukke werkzaamheden nog niet begonnen aan het trekken van de kar. Nu hebben we besloten niet online, maar eerst face-to-face een bijeenkomst te plannen en te zien wie op het thema blijft ‘plakken’. Een eerste stap naar meer mensen betrekken bij het onderwerp.

    Tegelijkertijd zullen we binnenkort behoefte hebben aan een plek waar we online kunnen uitwisselen. Onderling en met anderen. Zijn we bereid te betalen voor de Ning? Ik heb in de bestaande Ning het uiterlijk aan kunnen passen aan de stijl van deze website. In het nieuwe betaalmodel van Ning moeten we daar minstens $20 per maand voor betalen. Is het dat ons waard? Voor iets waar we van tevoren nog niet weten of het ons gaat lukken? Stel dat we genoegen nemen met het instapmodel, $3 per maand. Als het ons lukt er een serieuze community van te maken, willen we er op een zeker moment ook een serieus platform bij. De kosten vertienvoudigen dan bij Ning zelf, van $20 per jaar naar $200. Voor een community waar kennis uitgewisseld wordt, geen geld. Het is geen wereldschokkend bedrag, maar er staan geen inkomsten tegenover. Wie investeert dan die $200? Ik denk dat veel communities bij Ning die vraag nu zullen stellen.

    Voor ons is het goedkoper om over te schakelen naar een ‘host het jezelf’-scenario. We hebben een al een goede hoster en een domeinnaam, het enige wat we hoeven te doen is een open source-community platform te installeren en we kunnen los. Maar dat is weer meer werk. Installeren, leuk aankleden en de juiste functionaliteit erbij zoeken. Gelukkig heb ik de kennis om dit te doen, maar niet iedere groep heeft iemand die handig is met dit soort dingen. Wat doen die groepen dan? De boel inpakken en op zoek naar de volgende gratis dienst? Tot die ook weer opdoekt? Voor een online community is stabiliteit gedurende langere tijd wel wenselijk, anders haken mensen af. Ze weten de groep niet meer te vinden, worden moe van weer een nieuwe omgeving leren kennen terwijl ze eigenlijk het liefst alleen met de inhoud bezig zijn.

    Als je van plan bent een online community te starten, neem dan een weloverwogen beslissing over het omarmen van gratis diensten online. Het is een laagdrempelige start, maar weet wat de consequenties kunnen zijn op de lange termijn. De meeste zekerheid krijg je door een platform op je eigen domein te installeren, dat vergt alleen wel dat je mensen binnen je groep hebt die weten hoe je het installeert en onderhoudt en daar ook bereid zijn tijd in te steken.

    Maar ja, ook dan geldt: niets is voor de eeuwigheid ;)

  • Video als digitaal gereedschap tot leren!

    Simon Koolwijk | Datum: 2010.05.09 | Categorie: Uncategorized | Reacties (0)

    Van 14 – 23 april, 2010 bezocht een 20-koppige delegatie uit Moldavië Nederland om meer te leren over het jongerenopbouwwerk in Nederland.  De delegatie bestond uit jongerenleiders, vertegenwoordigers van jongerencentra, NGO’s,  het ministerie van jeugd en onderwijs,  Moldova State University en de partner organisatie Procommunity Centre.  De studiereis vormt onderdeel van het projekt ‘Youth in the Center’  (gefinancieerd door Matra)  die beoogt  het jongerenwerk in Moldavië op landelijk nivo te versterken.   Het projekt bestaat uit  een samenwerkingsverband tussen Kontakt der Kontinenten, Proni  Centre for Social Education, Procommunity Centre en Hogeschool Windesheim.

    Tijdens de studiereis werden jongeren opbouwwerk projekten bezocht in Wageningen/ Renkum,  Friesland, Zwolle en Deventer.  Om het leereffect en de samenwerking onder de delegatie leden te stimuleren kregen ze een opdracht mee om een gezamenlijke krant en video te maken.  Op basis van interesse werd de delegatie in 4 teams verdeeld.  Ieder team had een journalist,  filmer, schrijver en regisseur  en was verantwoordelijk voor een studiebezoekdag.   

    Het video maken had een experimenteel karakter.   Op basis van een scenario/ film script maakte elke filmer een half uur aan shots per dag.  Hiervoor werd een eenvoudige digitaal camera  (jvc) gebruikt.   Aan het einde van de dag werden de belangrijkste scenes geselekteerd.  De groep streefde naar een combinatie van inhoudelijke en grappige elementen om het verhaal van hun studieweek te vertellen.

     Opbrengst

    Aan het einde van de studieweek kwam het filmteam met een video van 25 minuten, die werd gedeeld op de presentatieavond.   De film was een afspiegeling van inhoudelijke lessen en grappige gebeurtenissen.  “De opdracht dwong ons om  interviews te doen en met de jongerenwerkers en jongeren in gesprek te gaan”,   deelden de deelnemers.  “In het begin was ons het nut niet duidelijk, maar nu we het hebben gedaan zien we de meerwaarde. “  “Graag hadden we meer tijd gehad om meer inhoudelijk te delen,  want het programma was overvol” .    “Ik heb nu iets in me handen wat ik met mijn collega’s en maatjes in Moldavië kan delen en laten zien”.

    Een leuke bijkomstigheid was dat een van de deelnemers goed overweg kon met het videomonteren.   Door toepassing van een gebruiksvriendelijk filmmontage programma (Adobe Premiere elements 8.0) kon op een snelle en eenvoudige wijze een filmproductie in elkaar worden gezet. 

    Zie hieronder een 4 – minuut impressie van de participatieve video.

    Lessen

    De video opdracht bracht ons de volgende leermomenten

    *   Streef met de video niet naar de hoogste kwaliteit van filmproductie.  Het leren en ‘t proces om tot de video productie te komen zijn belangrijker.

    *  Niet iedereen uit de groep bleek een passie te hebben met het video maken.  Richt je daarom op de personen die het filmmaken leuk vinden,   en probeer anderen af en toe met een taak (zoals het interviewen) te betrekken  en gebruik andere werkvormen die ‘t leerproces te bevorderen.  ‘t krantmaken  was een effectieve methode, die hand in hand ging, met het videomaken.

    *  ‘t  gebruik van simpele video apparatuur  en een éénvoudig en gebruiksvriendelijk filmmontage programma vergemakkelijkt ‘t proces om deelnemers vanuit de groep (met name jongeren kunnen er al goed mee overweg)  zelf de filmproductie ter hand ter nemen.   Hiermee ben je minder afhankelijk van filmprofessionals die ‘t proces op technisch vlak kunnen beinvloeden.

    *   Bouw voldoende tijd in voor evaluatie van de filmbeelden en discussie,  zodat je daarmee het eigenaarschap voor de video maximaliseert.   Tijdens deze studiereis hadden we er te weinig tijd voor ingebouwd.

    *  Een afgeronde film geeft de deelnemers een gereedschap in handen om hun boodschap met anderen te delen, die niet bij de reis waren betrokken.

  • Twitteren op de achtergrond

    Sibrenne Wagenaar | Datum: 2010.05.04 | Categorie: Uncategorized | Reacties (0)

    Ik had me voorgenomen om de hele maand april te gebruiken om te experimenteren met Twitter. En aan het eind van de maand te besluiten of ik met Twitteren doorga of niet. En ja, ik kan zeggen dat het me wel te pakken heeft. Vooral omdat het voor mij waardevolle opbrengsten heeft: weblogs die ik zelf nog niet was tegengekomen, interessante blogposts, contact met nieuwe collega-professionals. Ik twitter inmiddels ook voor de NVO2 en dat dwingt me ook om iets wat ik interessant vind expliciet te verspreiden, met daarbij wat het zo interessant maakt naar mijn idee.

    Een andere manier om Twitter te gebruiken is op de achtergrond (the backchannel) bij een conferentie of training. Ter voorbereiding op een conferentie in juni ben ik me hier wat op aan het inlezen. Jane Hart beschrijft hoe ze Twitter heeft gebruikt als leerervaring in een face-to-face workshop.

    • Iedere deelnemer was in het bezit van een tool om mee te twitteren.
    • En er was een gedeelde hashtag die iedereen zou gebruiken, om zo de tweets van elkaar te kunnen volgen.
    • De workshop startte vervolgens met de uitnodiging om zich al twitterend aan elkaar voor te stellen. Een effectieve manier voor iedereen om er wat in te komen, zo bleek.
    • Gedurende de workshop heeft Jane geen flipover gebruikt, maar functioneerde het twitteren als zodanig. Deelnemer stelden hun vragen middels een tweet, maakten opmerkingen door te twitteren.
    • En Jane had in haar presentatie een aantal vragen opgenomen om het twitteren zo nu en dan wat richting te geven.

    Olivia Mitchell gaat nog een stap verder en beschrijft 8 praktische tips hoe twitter goed te gebruiken is als middel voor participatie. Wel sterk uitgaande van het idee dat een presentatie een belangrijk onderdeel is van de training of workshop, dat als kanttekening hierbij. Haar tips zijn:

    1. Ontwerp je presentatie zo dat dit geschikt is voor gebruik van Twitter op de achtergrond: deel je presentatie op in kleine stukjes met ruimte voor het twitteren tussendoor. En maak waardevolle tweets zichtbaar.
    2. Moedig de deelnemers aan om te twitteren: leg uit, gebruik hashtags, stimuleer.
    3. Bedenk hoe ook niet-twitteraars mee kunnen doen. Dit kan een belangrijke rol spelen bij een grote conferentie.
    4. Gebruik verschillende manieren om de twitterstroom te monitoren: las ‘twitter breaks’ in, vraag een deelnemer om als ‘twitter monitor’ te fungeren en aan te geven wanneer er een issue opkomt dat aandacht vraagt, en zorg ervoor dat de deelnemers op een groot scherm de twitterstroom kunnen zien.
    5. Vraag de deelnemers om een twitterbericht te ‘retweeten’ waar zij meer aandacht voor willen.
    6. Laat de illusie los dat je als trainer of spreker meer weet dan je deelnemers. Twitteren nodigt deelnemers juist uit om hun eigen expertise in te brengen en mee te denken.
    7. Twitter zelf ook en benoem zo de vragen die je aan de deelnemers wilt stellen.
    8. En.. je hoeft niet tijdens je presentatie alle vragen te beantwoorden die in twitterberichten aan je gesteld worden. Dit kun je naderhand ook nog doen door te twitteren.

    Ik krijg zo wel zin om het eens uit te proberen! Op zoek naar een overzichtelijke setting met deelnemers die wel in zijn voor zo’n experiment! Ter voorbereiding op een groter seminar. Ik hou jullie op de hoogte van mijn ervaringen!

  • De donkere kant van online interactie …

    Joitske Hulsebosch | Datum: 2010.04.27 | Categorie: Uncategorized | Reacties (0)

    Bij artikelen over sociale media worden vooral de voordelen benadrukt: we kunnen nu zelf een beweging starten rond een iets wat ons bezig houdt (in zeven stappen!), zonder kosten met de hele wereld uitwisselen en bellen (via skype), of zoals Esmée Denters via youtube beroemd worden. Zelf ben ik ook vooral enthousiast en zou niet graag terug naar de tijd voor sociale media.

    Toch moet je ook oog hebben voor de nadelen en de donkere kant van sociale media. Denk aan cyberbullying en haatgroepen. Of aan privacy issues. Bij sollicitaties wordt er gezocht naar informatie en kan er iets boven komen waar je niet trots op bent. En ook inbrekers lezen mee op twitter wanneer je op vakantie bent. En de snelheid waarmee informatie wordt rondgestuurd op internet via blogs en twitter leidt tot hypes en maakt ruimte voor manipulatie. Journaliste Nicole Carlier beschrijft in het artikel ‘knetter van twitter‘ hoe je moeilijk los kan komen uit haar relatie als je je ex voortdurend tegen komt online.

    Als we het hebben over online faciliteren van samenwerkingsprocessen en online uitwisseling van ervaringen zijn er ook zeker donkere kanten. Hierbij een aantal de donkere kanten die ik zoal zie aan online trajecten:

    • Technologie stress. Jongeren (de netgeneratie) zijn over het algemeen snel en handig met het oppikken van het werken met een nieuwe online tools. Voor anderen kan dit toch een behoorlijke stress opleveren en onzekerheid. Weet je juist hoe je in bijeenkomsten overkomt en hoe je een vergadering moet leiden, gaat een deel online gebeuren en ben jij juist degene die achteraan loopt…
    • Chaos en gebrek aan overzicht. Online communicatie is door een collega wel eens vergeleken met een ‘bloemkool’. Face-to-face kan ook chaotisch verlopen maar de communicatie is wel afgeperkt in de tijd en vaak ook nog begeleid door een voorzitter of facilitator. Online is de ruimte onbeperkt en kunnen discussies alle kanten opgaan. Voor mensen die van structuur houden moet dit toch wel een crime zijn… Dit wordt natuurlijk nog erger als er verschillende online tools gebruikt worden. Besluitvorming en divergeren is daardoor vaak lastig.
    • Continue stroom van informatie wat leidt tot en het-is-nooit-af-gevoel. Een bijeenkomst boek je in je agenda. Het is overzichtelijk. Online uitwisseling gaat continue door en met een enorme intensiteit. Het stopt niet en tegelijkertijd wil je wel alles weten.. Dit kan een heel onbevredigend gevoel geven. Ben je wel helemaal bij? Moet je die blogs eigenlijk ook niet lezen? Dit leidt natuurlijk ook tot stress. Ook vervagen de grenzen tussen privé en werktijd (wat overigens voor mij een voordeel is maar dat wordt niet door iedereen zo ervaren…).

    Af en toe moet je dan misschien ook juist kiezen om geen online interactie te stimuleren… Wanneer wel en wanneer niet?

    (foto via http://youngmarketing.web-log.nl/youngmarketing/2010/04/het-internet-he.html)

  • Het grote kleine onzichtbare (2)

    Elmine Wijnia | Datum: 2010.04.12 | Categorie: Faciliteren | Reacties (1)

    Veel activiteiten die horen bij een succesvolle discussiesite of online community zijn niet zichtbaar. Het zijn vaak kleine interventies buiten het zicht van de communitysite die maken dat mensen zich vertrouwd voelen en bereid zijn met elkaar in gesprek te gaan en lid te blijven. Juist door de onzichtbaarheid van deze rol en dus gebrek aan kennis erover komen veel online discussies niet van de grond. Dit is deel 2 van een tweeluik over de onzichtbaarheid van online faciliteren. Lees deel 1 ook.

    De combinatie van kleine acties maakt dat er leven in de brouwerij komt. In deel 1 noemde ik een aantal voorbeelden waarbij door een simpele handeling, zoals het sturen van een enkele e-mail, een groep mensen in beweging komt. Of juist niet door het achterwege blijven van die kleine handeling.

    Het lijkt wel een on-stuurbare onzichtbare hand in een online community die bepaalt of de community ook daadwerkelijk een community wordt en blijft. In werkelijkheid gedraagt deze hand zich zo praktisch als het maar kan. En juist omdat het zo praktisch is kun je het onzichtbare zichtbaar maken. Hoe? Nou gewoon, door te zeggen wat je doet. En dat is een activiteit die niet exclusief is voor de mensen die officieel de rol van moderator of facilitator op zich hebben genomen, maar door alle leden van de community.

    Er zijn talloze activiteiten binnen een community. Hieronder benoem ik een aantal en hoe je dat terug kunt voeren naar de gemeenschappelijke site om het zichtbaar te maken.

    :idea: Wees duidelijk over je rol. Op de meeste sites heb je een profielpagina waar je wat gegevens over jezelf kunt delen. Soms, maar lang niet altijd, wordt je ’status’ bij je profiel vermeld: lid, eigenaar, moderator, en dergelijke. Wees duidelijk over de rol welke je hebt binnen de community. De meesten zijn gewoon lid, en die willen weten bij wie ze kunnen aankloppen met vragen over bijvoorbeeld inloggen, of het begeleiden van een discussie-deel. Richt daarom een aparte sectie binnen het online platform in voor vragen over techniek (de rol van de ‘technology steward’) en procesbegeleiding (de rol van de ‘online facilitator’), waarin de personen met deze rol zich voorstellen aan de groep.

    :idea: Als lid van een online community stuur je bijvoorbeeld wel eens uitnodigingen naar mensen om ook deel te gaan nemen aan de groep. Dit kan een bekende zijn, of iemand die je tegenkomt op een bijeenkomst. Kondig aan binnen de community dat je deze persoon hebt uitgenodigd. Dat hun naam al genoemd wordt, geeft de persoon in kwestie ook meteen een warm gevoel bij eerste bezoek.

    :idea: Als je verantwoordelijk bent voor de technische ondersteuning van de community, schrijf dan over de software-update die je hebt gedaan. Het lijkt voor jou misschien geen bijzondere activiteit, maar als de techniek niet meer werkt valt de groep uit elkaar.

    :idea: Stuur je een nieuwsbrief naar de hele groep via de e-mail, publiceer deze dan ook in z’n geheel in het forum. Als mensen vragen of opmerkingen hebben die relevant zijn voor de hele groep, kunnen ze daar reageren, in plaats van alleen in jouw richting te antwoorden.

    :idea: Soms heb je een met een ander lid van dezelfde community een interessante 1-op-1 discussie die ontstaat via e-mail of chat. Besef dat het misschien een relevante discussie is voor meer mensen binnen de community. Vat jullie privé-discussie samen, omschrijf iets meer over de context waarin deze discussie tot stand kwam en zet het in het forum om met anderen verder van gedachten te wisselen.

    :idea:  Veel communities hebben een hele sterke inhoudelijke focus waardoor deelnemers snel nauw betrokken zijn met elkaar. Soms werken ze ook met elkaar samen aan opdrachten. Ben jij met iemand van dezelfde community aan de slag? Schrijf op het community platform iets over je samenwerking.

    :idea: In je rol als facilitator heb je waarschijnlijk meerdere kanalen waarmee je de mensen kunt volgen. Via Twitter bijvoorbeeld. Als je ziet dat iemand naar een inhoudelijk relevante conferentie gaat, vraag deze persoon daar een stukje over te schrijven op de communitysite en kondig dat alvast aan.

    Ik ben altijd heel nieuwsgierig naar hoe anderen te werk gaan, dus ik vraag je bij deze naar jouw manieren om je activiteiten binnen een community zichtbaar te maken. En dragen ze ook bij aan het levendig houden van de groep?

  • Jongeren in Moldavië wegwijs op het internet

    Simon Koolwijk | Datum: 2010.04.02 | Categorie: Uncategorized | Reacties (2)

    Moldavië behoort met haar Bruto Nationaal Produkt tot één van de armste landen van Europa.   Mocht je denken dat ze achterlopen op ‘t gebied van web 2.0, internet en inzet van moderne media, dat heb je ‘t helemaal mis.  Tijdens ‘t projekt  ‘Youth in the Center’   (een gezamenlijk projekt van Kontakt der KontinentenProni  Centre for Social Education, Pro Community Centre en Hogeschool Windesheim – Zwolle)  hebben jongeren van 4 dorpen een internet platform via Odnoklasniki opgezet.    Met deze russische versie van facebook wisselen jongeren  ervaringen, foto’s en vragen met elkaar uit.  Het platform werd afgelopen zomer geïnitieerd, nadat jongerenleiders uit 4 Moldavische dorpen aan een zomerschool hadden meegedaan.

    Toen ik in maart jl. in Moldavië een training over professionele vaardigheden in het verkrijgen van een baan deed,  deelden de jongeren foto’s en impressies via Odnoklasniki. Zie hieronder een youtube video, waarin één van de jongerenleiders over haar ervaringen vertelt.

    Het projekt ‘Youth in the Center’ ,  gefinancieerd door Matra – Ministerie van Buitenlandse Zaken, heeft als doel bij te dragen aan het  versterken van jeugdwerk op het platteland.  Veel jongeren boven de 20 jaar vertrekken naar de grote stad of emigreren naar het buitenland.  Circa 10 – 15  % van de Moldavische bevolking werkt in het buitenland.  In veel dorpen op het platteland hebben jongeren weinig toegang tot culturele-, educatieve-, recreatieve-  en werkondersteunende activiteiten.  Internet vormt een uitzondering.  Veel jongeren maken hiervan gebruik en spelen regelmatig spellen en vinden informatie via dit medium.    Het projekt ‘Youth in the Center’  probeert een extra dimensie toe te voegen. Jongeren tussen de 14 – 20 jaar worden gestimuleerd hun eigen clubs op te zetten en te runnen met ondersteuning van volwassenen (ouders),   gemeenten en lokale organisaties.   Jongeren ontwikkelen hiermee sociale vaardigheden, ‘t werken in teams en doen door ‘t vrijwilligerswerk al professionel vaardigheden op.  ‘t Projekt beoogt dat de clubs op lange termijn worden gecontinueerd.  Odnoklasniki is één van de internet media en web 2.0 gereedschappen, die hier een rol in vervullen.

  • Help! Er gebeurt niets meer!

    Sibrenne Wagenaar | Datum: 2010.03.24 | Categorie: Facilitator tips, Faciliteren | Reacties (1)

    Stel je Henk voor. Henk werkt als opleidingsadviseur binnen een grote overheidsorganisatie. Onlangs is besloten dat het voor komend jaar belangrijk is om kennis en ervaringen uit te wisselen over werkplekleren. Er zijn al veel voorbeelden van werkplekleren die goed werken, alleen weet men dit niet van elkaar. Henk besluit een online forum te starten. Er zijn al meerdere forums over dit onderwerp gestart, je ziet ze overal om je heen. Hoe moeilijk kan het zijn? Henk kiest voor een gratis webtool, zorgt ervoor dat de omgeving er aantrekkelijk uitziet qua design, start een aantal discussies en begint met het plaatsen van wat berichtjes. En nu maar wachten tot anderen gaan bijdragen. Er gebeurt natuurlijk niets. Henk praat met wat collega’s, maar die delen zijn enthousiasme voor het forum niet zo. Wat nu?

    Deze situatie komt heel vaak voor. In het Handboek Communities van Erwin Blom (gratis pdf) vind je veel ervaringsverhalen en praktische tips hoe een online community te starten en te begeleiden. Waardevol om te lezen als je met een community wilt beginnen! Een volgende lastige fase die ik veel tegenkom is die van ‘een paar weken later’. Hoe hou je beweging en interactie? Hoe zorg je dat er online iets blijft gebeuren? Hoe zorg je dat mensen terugkomen? En juist in die fase kun je als facilitator veel doen. Tips uit mijn praktijk:

    • Start een poll over een thema dat goed aansluit bij de community.
    • Organiseer een f-2-f bijeenkomst en gebruik de online omgeving in de voorbereiding hier naar toe.
    • Schrijf een blogpost en nodig achter de schermen een aantal leden van de community uit om daar op te reageren.
    • Kijk of er leden zijn die zelf ook bloggen en nodig hen uit een link te maken naar de community.
    • Interview iemand, maak een kort videofilmpje (heel makkelijk met The Flip) en nodig leden uit hier op te reageren.
    • Nodig een aantal leden uit om zo nu en dan de rol van interviewer op zich te nemen. Zij gaan eens per maand op zoek naar een ander lid met een waardevolle ervaring om een korte blogpost over te schrijven.
    • Start een kort experiment online en nodig een aantal leden uit daar aan deel te nemen.
    • Zet een actief lid in het zonnetje.
    • Bel eens aantal leden om te horen waar ze mee bezig zijn, wat ze inspireert, hoe ze de community ervaren, wat voor hen behulpzaam zou zijn binnen de community .
    • Vraag leden om hun favoriete boek, het boek wat men nu leest, een foto van de eigen boekenkast te delen met anderen (een korte vraag waar je makkelijk even op reageert).
    • Plan een synchrone online activiteit (Skype-sessie, gezamenlijke chat), wellicht als opstart van een online themaweek.
    • Kies een artikel en start daaromheen een online discussie. Nodig zo mogelijk de auteur van het artikel uit om te participeren in de discussie.

    Nou, tot hier maar even. Zin om mee te doen in het verzamelen van dit soort praktische ideeen? Ben benieuwd naar aanvullingen van jullie!

Maak kennis met ons

  • Wij zijn Elmine, Simon, Sibrenne en Joitske. We zijn alle vier fervent gebruiker van web 2.0 in ons werk: om groepen online te faciliteren, om online te netwerken en om ons werk makkelijker te maken. De vaardigheden die we in de loop der jaren hebben opgedaan, geven we graag verder!
  • Bekijk ons aanbod van workshops.
  • •Binnenkort starten we een community over online faciliteren. Houd de site in de gaten!

Over onze samenwerking

Abonneer je op deze site

Via e-mail. Vul je e-mailadres in:

Door FeedBurner

Recentste berichten

Recente reacties

Onderwerpen

activiteiten communityplatform discussies facilitator_taken angst techniek gedrag gratisdiensten groepssite hosting informatie inspiratie katalysator kennismaking kosten ning onlinecommunity onlinediensten online faciliteren onlineplatform onzichtbaar rol rollen starten stijlen technology steward techsteward tips Twitter twitter_chat faciliteren web

Archief van blogposts